Jenny Wilson :: Love And Youth

Misschien kan ze er mee in het Guiness Book of Records komen: Jenny Wilson had meer dan een jaar nodig om haar debuutplaat op te nemen. Het resultaat van al die noeste arbeid klinkt als Diamanda Galas meets Björk — referenties die, mits spaarzaam gebruik, kunnen tellen.

Nochtans was de zwartharige Zweedse met Love and Youth niet aan haar proefstuk toe. Met de groep First Floor Power nam ze al twee platen op. Op een gegeven moment begon het echter te kriebelen: "Ik was het beu om samen te werken; ondervond te veel restricties met de groep" aldus Wilson. Solo gaan bood haar nieuwe, weidse perspectieven.

Om te beginnen beschouwt onze kristallen schoonheid het instrumentarium als speelgoed, een beetje in de stijl van Mum en Björk ten tijde van Vespertine. Dat ontdooit een beetje onze weerzin tegen het feit dat op ons recensie-exemplaar geen songtitels staan vermeld. Een voorbeeld van een instrument dat als speelgoed wordt gehanteerd, vormt de harp in het prima openingsnummer "Crazy Summer. Jenny Wilson dreigt en zadelt het nummer op met een spanningsboog van heb-ik-je-daar. Nog zo’n opvallend instrument is de kinderxylofoon in "Those Winters" . Björk is in het universum van Wilson nooit ver weg. Dit is ambient voor synthesizerhaters, een cyclus slaapliedjes voor volwassenen, de ideale soundtrack voor een griezelfilm over een spookhuis.

Toch weet Wilson zich met haar speelgoed te beheersen. "Common Around here" had met haar zacht spelende instrumenten als waren het speldenprikken, en verkillend mooie refrein zo van The Cowboy Junkies kunnen zijn. Denk aan "No Need To Argue" van The Cranberries en u weet wat wij bedoelen. Merk op dat de studiotechnici Wilsons stem doorheen de hele cd wel erg prominent op de voorgrond hebben gemixt, een truc zo oud als de geschiedenis van de popmuziek. Op haar beste momenten lijkt haar stem op die van Kate Bush, op mindere ogenblikken denk je aan een gebuisde operazangeres.

Meer traditioneel gaat het er aan toe in "Let My Shoes Lead Me Forward" en "Bitter? No I just Love To Complain": de instrumenten komen een beetje van de grond, met als resultaat leuke, rockachtige popriedels. Beide songs leunen aan tegen een reggaeritme, om helemaal loos te gaan in het refrein, een beetje in hetzelfde idioom als de muziek van The Police en The Clash, maar — het dient gezegd — minder spectaculair.

"Would I Play With My Band", netjes in het midden, vormt het koninginnestuk van de plaat: staccato gitaartjes in de strofes, een mooie melodie die zich ontvouwt als een zonnebloem in het refrein, en een tekst die handelt over niets minder dan een existentiële crisis. (Waarom gaan we werken, waarom al die moeite?) Tel die drie samen en je komt tot iets wat bijna klinkt als een perfecte popsong. "I know why the sun is going down. I know why the sun is setting up." zingt La Wilson. En wij geloven haar maar al te graag.

’Breed’ is het sleutelwoord om deze plaat te omschrijven. Zo smokkelt onze Scandinavische nimf zelfs folk in haar oeuvre, en voelt ze zich niet te beroerd om een gitaarrif te gebruiken die zo van The Smiths had kunnen zijn. Eigenlijk vormen "Love And Youth" en "A Hesitating Cloud Of Despair" de perfecte hekkensluiters voor een meer dan aangenaam album, maar onze Zweedse weet niet van ophouden. Zo etaleert "Love Just Ain’t A Four Letter Word" het grote voor- en nadeel van Jenny Wilson ten voeten uit: haar stem. Als luisteraar weet je dan ook niet goed of je je moet overgeven aan blinde vervoering, of eerder bang moet zijn van dit gekir van een gediplomeerde heks.

"Hey, What’s The Matter" twijfelt tussen enerzijds ingenieuze, experimentele synthpop à la Laurie Anderson, en anderzijds gesofisticeerde disco in de stijl van Grace Jones. De plaat eindigt met een onvervalste ballad die het zwakkere broertje lijkt van Tori Amos’ betere werk.

Wij winden er geen doekjes om: als de echte Kate Bush of de echte Tori Amos deze plaat had ingezongen, zouden wij gewagen van een absoluut meesterwerk, een plaat die opereert aan de juiste zijde van de flinterdunne grens tussen arty farty en Grote Kunst. Maar beluister deze plaat vooral zelf. In het slechtste geval laat u ijskoud uw lief, uw moeder, of uw schoolmeesteres deze plaat dubben. Wie weet lanceert u daarmee wel een zangcarrière die evenveel beloftes inhoudt als het solodebuut van deze Zweedse ijsvorstin. Doen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + 17 =