The Aristocrats




Niks is zo subjectief als humor. Sommige mensen kijken naar Monty
Python en liggen over de grond te rollen, anderen vinden er niks
aan en vervelen zich dood. Ik weet zelfs van horen zeggen dat er
mensen bestaan die kunnen lachen met Geert Hoste en Chris van den
Durpel, hoewel ik die nu niet meteen tot m’n vriendenkring zou
willen rekenen. Maar waar we het wel allemaal over eens kunnen
zijn, is de vaststelling dat er in feite twee soorten grappen
bestaan. De traditionele toogmop gebruikt een normale, droge set-up
om af te sluiten met de punch-line. Simpel – hoe droger de
set-up, hoe geestiger de clue ervan, gewoon bij wijze van contrast.
En dan heb je nog grappen waarvan de punch-lines eigenlijk
bijzonder flauw zijn, maar die tijdens de opbouw zo hilarisch
worden dat je dat maar al te graag vergeet. Een grap zoals die van
‘The Aristocrats’, dus.

De mop gaat ongeveer zo: een man loopt het bureau van een
impresario binnen en zegt: “Meneer, ik heb een fantastische
familie-act voor u. Zet ons op het toneel en u verdient geld als
slijk.” De impresario vraagt: “Oké, wat doen jullie?” De man
antwoordt: “Wel, we komen op het toneel, ik begin te schijten,
terwijl mijn vrouw me afzuigt en ik onze tienjarige dochter
fistfuck. Daarna…” Zo kun je rustig nog een uurtje doorgaan
totdat de ander vraagt: “En hoe heet jullie act?” Zegt de man: “The
Aristocrats.”

Dat is ‘m. Ik schat de kans dat u momenteel luidkeels zit te lachen
achter uw computerscherm bijzonder klein in, maar dat is dan ook
het bijzondere aan die grap: de punch-line is een maat voor
niks, maar de beschrijving van de familie-act zelf staat je toe om
zo goor te worden als je maar wil. Hoe vunziger je het maakt, hoe
beter. In showbizz-middens wordt die mop schijnbaar al jaar en dag
verteld, en komieken allerhande maken er een erezaak van om ‘The
Aristocrats’ a) zo ranzig mogelijk te maken en b) zo lang mogelijk
te rekken (het record staat op pakweg een half uur). Chevy Chase
organiseerde tijdens de jaren tachtig blijkbaar feestjes, enkel om
zijn expertise te kunnen etaleren in het vertellen ervan.

Regisseur Paul Provenza heeft nu een documentaire gemaakt waarin
ongeveer honderd komieken aan het woord komen over ‘The
Aristocrats’: een flink aantal van hen vertelt zijn/haar eigen
versie van de grap, en voor het overige wordt er commentaar gegeven
op de roemruchte geschiedenis ervan. Dit zijn de life and
times
van een vuile mop.

Tot op zekere hoogte is het nog wel geestig om naar ‘The
Aristocrats’ te kijken: de normaal gezien zo gezinsvriendelijke Bob
Saget begint met zijn gebruikelijke tandpasta-glimlach een lang
verhaal te vertellen over incestueuze skull fucking. Kevin
Pollak vertelt de grap terwijl hij Christopher Walken imiteert, en
een mimespeler beeldt het hele ding op een verrassend heldere
manier uit. Passeren nog de revue: versies waarin mannen hun
voorhuid over hun hoofd trekken en fistfucking die met het
nodige bloed gepaard gaat. (“Waarom opeens bloed? Nou, zo’n kind
van tien heeft maar een klein gaatje en je gaat daar dan tot aan je
elleboog in, wat had je dan gedacht?”)

De meest memorabele versie is echter die van Gilbert Gottfried, een
kleine Aziatische man die met dichtgeknepen ogen z’n teksten naar
het publiek toeschreeuwt en op een benefiet vlak na 9/11 ongeveer
tien minuten bezig is aan zijn vertolking van ‘The Aristocrats’.
“They may have to edit this for TV,” voegt hij eraan toe,
voordat hij er nog wat emmers stront tegenaan gooit. Dat is dan ook
meteen het meest interessante element aan die hele grap en aan de
hele film: hoe ver kun je gaan? Of beter: hoe ver moét je gaan
voordat je een 21ste-eeuws publiek nog kunt choqueren? Met pis,
stront en kots zal het niet meer lukken – er staan nauwelijks nog
heilige huisjes overeind, dus ben je al bijna verplicht om tegen
die paar laatste te beginnen stampen. Incest, pedofilie,
necrofilie… You name it, they’ve got it. Het succes van
Gottfried op die avond in 2001, was te danken aan het feit dat hij
voor een publiek stond dat nog steeds lichtjes in shock was na de
gebeurtenissen van elf september. Shows werden afgelast, films
werden uit de zalen gehaald of simpelweg niet uitgebracht, de hele
entertainment-industrie stond zo’n beetje om zich heen te kijken
met opgetrokken schouders: “wat doen we nu? Waar kunnen we op dit
moment mee lachen?” En toén begon Gottfried dus z’n grap over
stront en incest te vertellen.

Als ‘The Aristocrats’ nu een tv-documentaire van een half uurtje
was geweest, zou het echt een genoegen zijn geweest om ernaar te
kijken. Een flauwe mop wordt door het talent van de vertellers
stante pede omgevormd tot een klassieker – oké, het eindigt dan wel
op een teleurstelling, maar de vetzakkerijen die je onderweg
gehoord hebt, niet te geloven! Helaas duurt de film een oneindige
90 minuten, en zo lang kan Provenza het simpelweg niet boeiend
houden. In principe betreft het hier anderhalf uur aan talking
heads
: mensen zitten in een sofa en en doen hun zegje. Dat kàn
fascinerend zijn, als ze effectief iets interessants te melden
hebben, maar als het telkens over dezelfde grap gaat, word je het
al gauw beu. Je kunt ‘The Aristocrats’ vergelijken met een fait
divers
dat in het journaal wordt behandeld alsof het een
spectaculair nieuwsfeit is: al besteed je er nog zoveel tijd aan en
al laat je dan nog zoveel getuigen aan het woord, je kunt toch niet
verbergen dat het een onooglijk verhaaltje is.

De film werkt nog het best als een curiosum, iets waar je misschien
een deel van meepikt eens hij op tv wordt uitgezonden. Maar om er
nu in een bioscoop naar te gaan kijken – dan hadden ze toch met
iets boeienders mogen afkomen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 3 =