Good Night, and Good Luck




Het is waarschijnlijk financiële zelfmoord om ‘Good Night, and Good
Luck’ uit te brengen in juist deze periode, waarin de ‘King Kongs’ en de crappy pratende leeuwen
uit ‘Narnia’ de multiplexen bezet
houden. Wie gaat er nu kijken naar een ouderwetse praatfilm, in
zwart-wit dan nog, waarin in feite niets gebeurt en die ook nog
eens lastige mentale inspanningen van je vereist, terwijl een zaal
verderop schaars geklede dames gillend gaan lopen voor
dinosaurussen? En toch is het de moeite: deze tweede film van
George Clooney (na het onderschatte ‘Confessions of a Dangerous Mind’) is een
gedurfd, fascinerend politiek pamflet. Als film heeft hij zo z’n
gebreken, ja, maar die vallen in het niet tegenover de lef en de
passie die er achter het project schuilgaan.

Clooney vertelt het ware verhaal van Robert R. Murrow (David
Strathairn), een journalist voor CBS, die tijdens de jaren vijftig
het actualiteitenprogramma ‘See It Now’ presenteerde. In 1953
maakte Murrow, dik tegen de zin van zijn bazen, een uitzending over
een piloot bij de luchtmacht die werd ontslagen omdat hij banden
zou hebben met communisten. Er werd geen bewijs geleverd voor die
banden en de man zelf ontkende alles, maar de verdenking alleen was
blijkbaar voldoende. Kort daarna kregen Murrow en zijn producer,
Fred Friendly (Clooney) enkele niet mis te verstane boodschappen
van het leger – “Bent u ooit op een communistische vergadering
geweest, misschien?” – maar ze gaven niet op. Begin 1954 kwam er
een uitzending van ‘See It Now’ waarin senator en communistenjager
bij uitstek Joseph McCarthy frontaal werd aangevallen.

De politieke implicaties van dat verhaal zijn duidelijk: destijds
had je een heksenjacht op communisten die uiteindelijk misbruikt
werd om elke stem van protest het zwijgen op te leggen. Mensen
werden zwart gemaakt, ze konden hun beroep niet meer uitoefenen,
hun persoonlijke vrijheden werden hen afgepakt, en iedereen die
daar tegen in durfde te gaan, werd domweg bestempeld als een
slechte Amerikaan die zijn eigen land verraadde. Dat juist deze
episode van de geschiedenis opnieuw wordt opgerakeld door een
filmmaker die George W. Bush ooit vergeleek met Tony Soprano, is
écht geen toeval. En inderdaad, de historische gelijkenissen zijn
opvallend: eens te meer wordt patriottisme gelijkgesteld met stille
aanvaarding van alles wat er van hogerhand komt. (Hoewel er
misschien beterschap op komst is: Bush is nog nooit zo onpopulair
geweest en de illegaliteit van de Irakoorlog wordt steeds meer
aanvaard, ook in de Amerikaanse pers.)

Clooney is opgegroeid in het televisiewereldje, en wat hij hier
onderzoekt, is dan ook in de eerste plaats de rol van de media
wanneer dat soort van machtsmisbruik plaatsvindt. Ook
nieuwsuitzendingen zijn afhankelijk van sponsors, en bijgevolg
willen de bazen van de zenders niemand voor het hoofd stoten. Dat
was toen zo, en nu is het nog steeds zo. De kracht van Murrow was
dat hij daar tegenin durfde gaan – hij vocht tegen McCarthy, en
daarmee ook tegen de financiële belangen van zijn eigen zender.
Clooney gebruikt Murrow als een symbool voor de hoop dat
journalistiek nog steeds iets kan veranderen, als er maar
individuen zijn die genoeg lef hebben om het te proberen. Murrow
zelf houdt een gepassioneerd pleidooi voor een verantwoord gebruik
van het medium televisie, zodat het niet alleen een middel ter
verstrooiing wordt – een geluk dat de man nooit de hoogdagen van
reality tv heeft moeten meemaken.

Ook Clooney’s vorige film speelde zich af in tv-middens, maar
visueel hadden de beide films niet verder uit elkaar kunnen liggen.
‘Confessions’ was erg gestileerd
(soms zelfs té gestileerd), met afgebleekte kleuren en
surrealistische momentjes. ‘Good Night, and Good Luck’ is dan weer
in een sfeervol, contrastrijk zwart-wit gefilmd, met
camerabewegingen die nergens de aandacht op zichzelf trekken. Deze
film had simpelweg niet anders gedraaid kunnen worden dàn in
zwart-wit – ten eerste omdat het tijdsbeeld erdoor intact blijft:
‘Good Night, and Good Luck’ is niet alleen een film óver de jaren
vijftig, hij lijkt ook in die tijd gemaakt te zijn, een vergeten
klassieker die ze nu uit een kluis hebben gehaald en misschien een
beetje hebben opgepoetst.

En ten tweede omdat dat zwart-wit format de filmmakers
toestaat om Joseph McCarthy zelf te gebruiken als acteur. We
krijgen de beruchte senator regelmatig te zien in archiefbeelden,
die haast naadloos aansluiten bij de stilistiek van de rest van de
prent. Omdat er visueel geen breuk plaatsvindt tussen Clooney’s
film en de beelden van toen, aanvaarden we die passages als deel
van het drama.

Een mogelijk probleem met de film is dat Clooney zich zodanig
concentreert op het verhaal, dat hij bijna vergeet om zijn
personages ook te humaniseren. Zowat de hele film speelt zich af in
de nieuwsruimte van CBS en we zien de personages enkel en alleen in
hun functie van journalisten. Wie Murrow was eens hij naar huis
ging, of hij ook gebreken had, of hij een gezin en vrienden had…
We komen het allemaal niet te weten. Murrow is in deze film alléén
een journalist die een heroïsche strijd aanging met McCarthy, en
niets anders. We weten dat hij een mens is, en niet alleen een
spreekbuis voor bepaalde politieke ideeën, omdat hij ook een gevoel
voor humor heeft, maar dat is dan ook het enige waaruit we dat
kunnen afleiden.

In zekere zin is dat problematisch, omdat het je emotionele
betrokkenheid bij de film verkleint. Murrow is een heilige, en het
valt moeilijk om echt iets te voelen bij een heiligenleven. Maar
anderzijds zorgt dat ook voor een claustrofobisch sfeertje – ‘Good
Night, and Good Luck’ is erg gefocust. Het is een film gemaakt door
mensen die precies weten wat ze willen vertellen, en voor de rest
in niets anders geïnteresseerd zijn. In die zin doet hij denken aan
‘All the President’s Men’, waarin
ook Watergate-journalisten Woodward en Bernstein als personages
werden gereduceerd tot hun beroepsleven. Feit blijft dat David
Strathairn een fenomenale rol speelt als Murrow – een klein, pezig
mannetje met een ongelooflijk intellect, die zich vastbeet in een
zaak waarin hij geloofde, en niet losliet. Strathairn krijgt
nergens echt een groot acteermoment: geen emotionele uitbarstingen,
geen fysieke actie. Hij krijgt hooguit enkele ellenlange monologen,
waar hij op z’n eentje fantastische cinema van weet te maken.

‘Good Night, and Good Luck’ is een film die een inspanning vereist.
De gebruikelijke emotionele manipulatie van elke prent blijft hier
vrijwel geheel achterwege. Clooney speelt in op het verstand, niet
op de gevoelens, en hij doet dat met een zeer knap staaltje
filmmakerij. Het predikaat “niet voor iedereen” is hier dus zeker
van kracht. Evenals het predikaat “wel voor mij”. George Clooney is
onderweg om een groot filmmaker te worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vier =