Aliens

Met talent kom je ver, met ballen kom je verder en met de combo van de twee word je koning van de wereld. Dat bewees regisseur, dictator en bootliefhebber James Cameron steeds overtuigender sinds hij Ahnuld met broskopje en lederen vestje de memorabele oneliner ‘I’ll be back’ uit zijn metalen bakkes liet rollen. Het is nog even wachten op zijn lang-lang-langverwachte nieuwe projecten die eens helemaal niks te maken hebben met een gezonken schip, ‘Avatar’ en ‘Battle Angel’, maar hij zal héél straf uit de hoek moeten komen om zijn beste film tot op heden, de pulserende adrenalinestoot ‘Aliens’, te overtreffen. Want na een dikke twintig jaar staat die onklopbare sequel der sequels er nog steeds. Een snoeiharde en zweetstimulerende hybride van een genrefilm met de allerbeste monsters die ooit het scherm terroriseerden en aan flarden scheurden. ‘Aliens’ was een hoogtepunt van verschillende genres tegelijk; de actie knalde oorverdovend, de horror was om te huiveren en de woeste combat scenes leken wel een sciencefictionversie van de Vietnamoorlog. Vergeet die boot, dìt is Camerons meesterwerk en het heeft nog niks van zijn intense kracht en bloeddorstige tanden moeten inboeten.

Zevenenvijftig jaar nadat ze die fucker van een alien uit haar ruimteschip heeft geschopt, ontwaakt de nog steeds in de ruimte rondzwevende Ripley (Sigourney Weaver) uit haar hypersleep. Ze brengt The Company op de hoogte van het gruwelijk monster dat haar hele crew heeft uitgemoord, maar haar verhaal wordt sceptisch en met ongeloof ontvangen. De thuisplaneet van het zogenaamde levensgevaarlijke buitenaardse ras wordt namelijk bevolkt door kolonisten die er al jaren in peis en vree leven. Wanneer het contact met de kolonie verbroken wordt, reist Ripley terug naar de planeet, samen met een bataljon stoere mariniers (Michael Biehn! Bill Paxton!) en een slijmerige company man (Paul Reiser). Eens gearriveerd is er geen mens te bespeuren en voelt Ripley de stront aan de knikker al komen. Het zuur sijpelt onheilspellend langs de muren, een klein meisje (Carrie Henn) kruipt onder de vloerroosters en de slijmerige monsters zijn klaar om de verse gasten met open bek-in-bek te ontvangen. Maar dan kennen ze Ripley nog niet…

Het geniale aan Aliens is dat James Cameron verduiveld goed wist hoe hij een sequel moest maken op Alien, de instant-sciencefictionklassieker van Ridley Scott uit ‘79, zonder de roedel fans van het eerste uur tegen de schenen te schoppen. Alien was een claustrofobische thriller met een aantal onverwachte wendingen (hello chestbuster!) die met een akelig beklemmend sfeertje en een iconisch monster (dank aan H.R. Giger) de juiste zenuwen wist te raken bij het publiek. Het was een meesterlijke oefening in trage spanningsopbouw en intelligente pay-off. Hoe moet je daar in godsnaam een vervolg aan breien? Simpel, door compleet de andere kant op te gaan. Alienzat constant in kleine, adembeperkende ruimtes ingesloten, ‘Aliens’ trekt de deuren wagenwijd open en laat de ruimte eindeloos lijken. Alien had met één monster genoeg, in Aliens wordt de hele familie uitgenodigd, met moeder de koningin als surprise guest. ‘Alien’ gebruikte de actie schaars met doeltreffende gevolgen, ‘Aliens’ is een oorlogsfilm in de ruimte. Cameron weigerde een flauwe kopie te maken van Alien en concentreerde zich op de aspecten (Ripley en het monster) van de film die hem het meest interesseerden om er vervolgens een geheel eigen draai aan te geven. Met succes. De fans van Alien konden Aliens appreciëren omdat het eigenlijk nog nauwelijks te vergelijken viel met zijn voorganger, en de rest kreeg een onstopbare actieknaller. Het was een win-win-situatie voor James Cameron.

Ook al wordt Aliens gezien als een nonstop rollercoaster die van de ene adembenemende climax naar de andere sjeest, het duurt eigenlijk een uur voordat de eerste actie losbarst. Dat is een uur lang dat Cameron de onheilspannende spanning ten top laat stijgen (de eerste verkenningen in de verlaten gebouwen zijn meesterlijk spannend) vooraleer hij de bidon ontvlambare testosteron in een vlammenzee van bloed, tanden en machinegeweergekletter laat ontploffen. Door de strakke opbouw komt de daaropvolgende overrompeling van nooit aflatende actie (happen naar adem zal je!) niet banaal, storend of druk over, maar als een opwindende beloning waar je een uur lang op hebt zitten wachten. Cameron trekt de roetsjbaan voorzichtig en plagend naar boven en laat ze vervolgens compleet los om het publiek al schreeuwend te laten genieten van het monsterspektakel.

En wat kan Cameron de wapenfetisjist de actie perfect orchestreren in een overdonderend extravaganza dat toch nog voldoende verhaal, diepgang en motivaties meekrijgt opdat je zou kunnen meeleven met Ripley en haar bende macho’s die één voor één worden opgepeuzeld door de bijtgrage xenomorfjes. Ondersteund door een pompende score van James Horner, een overtuigende en geschift gedetailleerde production design en oldskool pyrotechnieken, wordt Aliens een technische tour-de-force die de zintuigen overuren laat kloppen. Dit, beste mensen, is een blockbuster zoals ze al heel lang niet meer worden gemaakt. Narratieve opbouw, voldoende personageontwikkeling en set-pieces die niet alleen spannend, overzichtelijk in beeld gebracht zijn, maar ook intelligent verwerkt worden in het verhaal. De eerste aanval is ‘Platoon’ in space, de facehugger-scène is een nagelbijter van jewelste en het laatste half uur slaat je murw en laat je groggy nasudderen in je zetel. En net wanneer je denkt dat Cameron alle climaxen en deus ex machina’s heeft opgebruikt, komt er een onvoorstelbaar coole confrontatie tussen Ripley en die teef van een Alien Queen. Tot aan die scène was ‘Aliens’ een geweldige genreklassieker, na dat gevecht werd het een klassieker tout court. Al was het maar voor die legendarische oneliner waar ik me geweldig voor moet inhouden om hem niet neer te pennen.

Tussen al die oorverdovende actie, wilde achtervolgingen en geëxplodeer van alles dat ook maar kan exploderen, blijft Sigourney Weaver het snel kloppende hart van het verhaal. Ze was al behoorlijk koelbloedig in Alien maar het is pas in ‘Aliens’ dat ze zich ontpopt tot dé iconische badass warrior. Cameron zou het later met zijn toekomstige ex Linda Hamilton nog eens opnieuw doen in ‘T2′, maar Ripley is en blijft het hoogtepunt van de vrouwelijke actieheldin die zonder probleem een stapje in de wereld zou kunnen zetten met ervaren mannen als Rambo, John McClane of Rudi Vranckx. Bovendien wordt de val van het ‘manwijf’ vakkundig ontweken door Ripley’s moederinstinct te laten fungeren als emotionele drive achter het verhaal. Weaver kroop zo overtuigend en intens in de huid van het personage waar ze voor altijd mee geassocieerd zal worden, dat ze er zowaar een Oscarnominatie voor kreeg. Niet slecht voor een actiefilmpje met monsters. En dan zijn er nog de Cameronjongens Michael Biehn en Bill Paxton die zich geweldig goed amuseren met hun militaire typetjes. Biehn is de stille leider (die een alien aan flarden knalt met een shotgun in zijn bek, woohoo), maar het is Paxton die een paar scènes mag stelen als de zenuwachtig irritante Hudson die de ene sappige lefgozer-oneliner na de andere uit zijn mond kauwt. Game over man… game over!

Aliens; is de Citizen Kane van de actiehorror. Pure, onversneden adrenaline op pellicule en één van de zeldzame uitzonderingen waar een sequel het origineel overtreft op de meest bevredigende manier. Eén van de beste monsterfilms aller tijden, één van de beste sciencefictionfilms aller tijden en één van de beste actiefilms aller tijden. Ach fuck it, Aliens is gewoon één van de beste filmervaringen aller tijden. Klamme handjes, dodelijke schrikopspringers, beklemmende hartkloppingen en opgefokte meejoelpartijen, Aliens doet het allemaal en zoveel meer. James Cameron, you the king.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 − twee =