Sons And Daughters :: ”Zolang onze helden geen klootzakken zijn”

Een van de bands die u in deze editie van Pukkelpop zeker niet mag missen, is Sons And Daughters. Dit Schots gezelschap bracht net een tweede plaat uit die gevuld is met de beste gitaarrock die we in tijden hebben gehoord. Country wordt met punk vermengd alsof het doodnormaal is, dreigende gitaren en lieve woorden wisselen elkaar af dat het een lieve lust is.

Vreemd genoeg lijkt Sons And Daughters echter niet opgemerkt te worden. Zonde, zo vinden wij, want deze band heeft wat ze noemen: het. We hebben dan zelf maar een lijst vragen bij elkaar geschraapt en zijn ermee naar Scott Paterson en Adele Bethel, de frontfiguren van de groep, gestapt.

enola: Als ik naar jullie eerste plaat, Love The Cup luisterde, kreeg ik zin in oude Dylan-platen, zoals John Wesley Harding. Na het beluisteren van de nieuwe, The Repulsion Box, krijg ik zin in The Cramps.
Scott Paterson: "Dat is goed. We wilden, uiteraard, niet opnieuw hetzelfde doen als op de eerste plaat. Het was de bedoeling dat die toch een beetje een andere atmosfeer zou uitademen, dat we een stap vooruit zouden zetten. Onze platen zijn eigenlijk een samensmelting van al de muziek waar we op dat moment naar luisteren. Er liggen twee jaar tussen Love The Cup en The Repulsion Box. In die twee jaar luisterden we naar heel wat uiteenlopende muziekjes, en zijn we inderdaad meer naar rockabilly en dingen als The Cramps en The Gun Club beginnen luisteren."
Adele Bethel: "Ik luisterde vroeger ook meer naar singer-songwriters dan nu, misschien is die invloed inderdaad wel wat weggevallen."

enola: Jullie worden vaak vergelen met The Raveonettes, terwijl zij meer een soort van hommage brengen aan die oude muziek. Jullie doen er iets nieuws mee.
Paterson: "Dat is eigenlijk waar het om gaat. Geen slecht woord over The Raveonettes trouwens, ze maken fantastische platen. Maar voor ons gaat het er om dat we iets nieuws brengen, geen parodie zijn op iets bestaands. Die fiftiestoestanden zijn best leuk, maar het mag niet karikaturaal worden. Sons And Daughters is geen grap. This is serious, mate! (lacht)"

enola: Glasgow, jullie thuisbasis, is de nieuwe hippe muziekstad. Weegt dat stigma op jullie?
Bethel: "Last hebben we daar niet van. Het neemt ook geen Seattlehype proporties aan, of iets dergelijks. Er zijn veel groepen in Glasgow, maar dat is altijd zo geweest. Volgens mij is het toeval dat die nu aan de oppervlakte komen. Ze klinken ook allemaal heel verschillend, dat is een groot voordeel. Zo is er minder snel sprake van een scene of een hype."
Paterson: "Glasgow heeft de voorbije twintig jaar altijd al massa’s goede groepen gehad. En ik ben trots dat ik daar deel van mag uitmaken. Nu ja, om de zoveel jaar kijkt de pers even deze kant op, zijn alle bands van een bepaalde stad even hot en dan dooft het weer. Maar door de verscheidenheid die er in Glasgow is, denk ik dat we zo’n uitdoofscenario kunnen vermijden."
Bethel: "Eigenlijk is het zelfs jammer dat er niet meer bands uit Glasgow ook elders succes krijgen. Iedereen focust nu op Franz Ferdinand en nog enkele bands, maar er loopt nog zoveel ander talent rond." Paterson: "En die hebben allemaal hun eigen geluid. Er loopt geen tweede Franz Ferdinand of een tweede Sons And Daughters rond. En dat is het mooie."

enola: Jullie zijn duidelijk niet bang van na-apers?
Paterson: "Neen, dan zou dat reeds lang gebeurd zijn. Volgens mij komt dat ook door de ligging van Glasgow: vanboven in Schotland, waar de platenlabels geen kantoren hebben, waar er geen A&R mensen rondlopen. Een heel andere wereld dan Londen. Naar Londen ga je als je een ster wilt worden. En dan word je al snel verplicht te klinken zoals wat er op dat moment hip is. De mentaliteit is daar zo’n beetje: I wanna be famous, so I’ll copy The Libertines. Als je in Glasgow in een band zit, dan zit je daarin om je te amuseren. Om muziek te maken. De rest is bijzaak."

enola: Deze zomer staat Sons & Daughters op de grote festivals. Geen schrik om de controle te verliezen?
Bethel: "Ik ben daar niet bang voor. We zien wel wat er komt."
Paterson: "Volgens mij gaat het allemaal behoorlijk kleinschalig blijven. De muziek die wij maken, is niet direct de muziek die nu razend populair is. Ik veronderstel dat we langzaam kunnen groeien. Met elke plaat of elk optreden een beetje publiek bijwinnen, maar een plotse doorbraak verwacht ik niet voor ons. En dat hoeft voor mij ook niet. We zijn ook al meer dan vier jaar samen met deze groep. Als we een groter publiek zouden bereiken, komt het succes gelukkig niet vanaf het prille begin. We willen ons ontwikkelen en geleidelijk aan groeien."

enola: Daarnet hoorde ik jullie tegen de platenfirmaman zeggen dat jullie je helden niet willen ontmoeten, uit angst dat het klootzakken zullen zijn. Maar worden zulke ontmoetingen niet onvermijdelijk als je op grote festivals speelt?
Paterson: "Goh, ik weet het niet. Speelt Morrissey op Pukkelpop? (lacht) Nick Cave speelt er? Dat is wat anders. Hij is iemand die ik zeer hard respecteer. Al denk ik niet dat ik met hem zou praten, je weet nooit hoe zo iemand reageert. Het is ook behoorlijk intimiderend. Voor hetzelfde geld loopt zo iemand je straal voorbij. En hij heeft uiteraard ook zijn imago tegen. Rond Nick Cave hangt zo’n god-aura waar je moeilijk omheen kan. Maar de enige die ik echt niet zou durven aanspreken is Morrissey. Of Iggy Pop misschien ook niet. (lacht)"
Bethel: "Ik zou graag Debby Harry van Blondie eens ontmoeten. Dat is een vrouw waar ik enorm naar opkijk. Ik heb ook een beeld van haar waarin ze een vriendelijk dame is, dus dat kan niet mislopen (lacht). Neen, ik denk dat ze wel oké is. Haar muziek heeft in ieder geval veel voor mij betekend."

enola: Een ander nadeel van groter worden zijn de vele interviews. Gaan die niet vervelen?
Bethel: "Neen, dat valt eigenlijk best mee. We houden er voorlopig nog wel van. Gelukkig stellen niet alle journalisten dezelfde vragen, dus blijft het ook voor ons boeiend. We hebben nog geen dingen liggen verzinnen om het voor onszelf een beetje leuk te houden. (lacht)
Paterson: Ik verbaas me er ook over, alle journalisten komen met boeiende, intelligente vragen voor de dag."

enola: Graag gedaan. Iets waarin jullie verschillen van vele andere bands, is dat jullie je tolerant opstellen ten opzichte van downloaden?
Paterson: "Wel, tolerant… ik vind de heksenjacht tegen downloaders in ieder geval overdreven. En het is toch fantastisch dat mensen van over de hele wereld op deze manier je muziek kunnen horen? Ook mensen die normaal nooit een plaat van ons zouden tegenkomen. Een of ander joch op de Filippijnen kan nu ook naar eender welke muziek luisteren."
Bethel: "Het ideale zou zijn dat iedereen die je nummers downloadt achteraf de plaat ook koopt. Wat uiteraard niet gebeurt. (lacht) Maar doordat je nummers op internet staan, komen er ook meer mensen naar je optredens."
Paterson: "Waar ik me wel aan stoor is als er promotie-exemplaren van de plaat uitgedeeld worden, dat die op internet verschijnen voor de plaat in de winkel ligt. Dat vind ik net iets te gortig."
Bethel: "Wie echt van muziek houdt, koopt volgens mij sowieso je plaat toch. Die mensen willen meer dan alleen maar muziek. Ze willen iets tastbaars, een hoes die ze kunnen aanraken en omdraaien. Het is uiteraard iets anders als je een plaat hebt met twee goede singles en verder alleen maar opvulnummers."
Paterson: "Ik gebruik het internet zelf om muziek te leren kennen. Vaak download ik enkele nummers en als ik ze goed vind, koop ik de plaat, in plaats van direct de plaat te kopen zonder ze gehoord te hebben. Of om op zoek te gaan naar zeldzame dingen, die je niet meer in de platenzaken vindt."

enola: Heb je er moeite mee als er opnames gemaakt worden tijdens concerten?
Paterson: "Je kan dat niet echt tegenhouden, wel? Soms heb ik het er wel moeilijk mee. Als we een concert spelen en achteraf vind je dat het nergens naar leek en dan besef je dat daar hoogstwaarschijnlijk opnames van bestaan. Maar in principe heb ik er geen problemen mee. Al gaan we wel niet zover als sommige andere groepen door onze PA open te stellen om er opnames mee te maken. In de VS experimenteren ze met grote cd-branders en kan je na afloop van het concert al een exemplaar kopen. Misschien is dat een oplossing."

enola: Hoe gaan jullie om met lange, slopende tournees?
Bethel: "Vorig jaar zijn we op tour geweest van maart tot december en dat was eigenlijk veel te lang. Af en toe hadden we wel eens een weekje vrijaf, ergens tussendoor, maar zelfs daarmee was die periode nog steeds te lang. In de toekomst gaan we proberen onze tournees wat korter te houden. Tijdens de tours proberen we te vermijden dat we alleen maar concertzalen en hotelkamers zien. Het is zonde om ergens te komen en dan de stad niet te zien. We proberen dus een beetje de toerist uit te hangen, als we onderweg zijn." (lacht)
Paterson: "Vaak van setlist veranderen, houdt het voor de groep ook boeiend. Al zijn daar de mogelijkheden tamelijk beperkt. We hebben nog maar twee platen en dus niet zoveel nummers om uit te kiezen. Je moet ook rekening houden met de gitaarstemmingen en zien dat de flow niet verbroken wordt tijdens een optreden. Af en toe een nieuw nummer ertussen gooien houdt het voor onszelf ook spannend."

enola: Jullie platen zijn dus al geschreven als je de studio induikt?
Paterson: "Ja. De studio is ook zo’n kunstmatige omgeving om in te schrijven. En er is de klok die tikt, elke seconde gooi je vijf dollar weg. Als je daar aan denkt, kan je niets creëren. De opnames zelf proberen we ook zo kort mogelijk te houden, anders verveelt het al snel. Ons eerste album hebben we op drie dagen opgenomen, The Repulsion Box heeft ons twee weken en half gekost, wat net niet te lang is. Als je maar tien nummers moet opnemen, heeft het geen zin een half jaar in een studio te gaan zitten."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + vijftien =