The Island




Michael Bay is niet alleen de schuldige van filmische misdrijven
zoals ‘Armageddon’ en ‘Pearl
Harbor’
, hij is ook – en dat is eigenlijk veel interessanter –
het levende bewijs dat voodoo niet werkt. Sinds hij in ’95 ‘Bad
Boys’ maakte, heb ik trouw elke avond na het tandenpoetsen naalden
in het kruis van mijn persoonlijke Michael Bay-pop gestoken, maar
de smeerlap blijft rechtop lopen en, wat erger is, films maken. Na
het afgrijselijke ‘Bad Boys II’ komt
hij op de proppen met ‘The Island’, een futuristische actiefilm die
in weinig verschilt van zowat al zijn vorige projecten. Auto’s,
gebouwen en gebruiksvoorwerpen allerhande ontploffen en een tweetal
fotogenieke helden voeren filosofische discussies opgemaakt uit de
zinssneden ‘hold on’, ‘run’ en ‘look out’, alleen
doen ze dat ditmaal in de nabije toekomst. Nuja, er is alvast één
evolutie waarneembaar: ‘The Island’ flopte aan de Amerikaanse
kassa’s én wordt op het moment van schrijven beschuldigd van
plagiaat. De schrijvers zouden zich wat al te zeer hebben laten
beïnvloeden door ‘The Clonus Horror’, een b-film uit 1979.

We schrijven 2019. Lincoln Six Echo (Ewan McGregor) en Jordan Two
Delta (Scarlett Johansson, vastbesloten om elk jaar in minstens
vier films mee te spelen) zijn twee bewoners van een hermetisch
verzegelde samenleving die rigoureus gecontroleerd wordt.
Schijnbaar heeft er in het recente verleden een soortement
catastrofe plaatsgevonden, die het noodzakelijk heeft gemaakt voor
de mensen om samen te troepen in “contaminatievrije” zones. Hun
gezondheid wordt met argusogen gevolgd (inclusief sensors in de wc
die je vertellen dat je best wat minder vet eet) en het is verboden
voor de inwoners van deze brave new world om elkaar aan te raken.
Alle bewoners spelen echter mee met de loterij, waarmee een reis te
winnen is naar Het Eiland, een tropisch paradijs in de open lucht
waar de contaminatie niet is doorgedrongen.

Wie de trailer heeft gezien, zal al wel weten dat het zo eenvoudig
niet zit, maar goed, toch maar een waarschuwing: wie niet teveel
over de film wil weten voor te gaan kijken, stopt nu best met
lezen. Goed dan. De waarheid is immers dat McGregor, Johansson en
cohorten klonen zijn van rijkelui, die in een gigantisch
ondergronds laboratorium worden gekweekt zodat hun originelen op
tijd en stond een ruilorgaan zouden kunnen krijgen.
Verantwoordelijke voor deze snode plannen is de kwaadaardige
Merrick, gespeeld door Sean Bean als zijn zoveelste obligate
slechterik met een Brits accent. McGregor komt toevallig achter de
waarheid, grijpt Johansson bij haar niet onappetijtelijke gilet
(hoe zou u zelf zijn?) en de twee slaan op de vlucht.

Het eerste uur van ‘The Island’ is, het moet gezegd worden, nog
vaagweg interessant, in de zin dat het scenario in essentie een
aantal boeiende vragen oproept: wat betekent het om een mens te
zijn? Waar liggen de morele en ethische grenzen van de wetenschap?
En als mensen dan toch voorbestemd zijn om te sterven, hoe
verschillen de klonen dan wezenlijk van ons? Dat zijn vragen die
een betere film verdienen – eentje die geen schrik heeft om vragen
te stellen tout court, zoals deze. Michael Bay heeft er immers
sinds het begin van zijn carrière een gewoonte van gemaakt om
vooral niet te veel inspanningen van zijn publiek te eisen, en
wendt zich dan ook zo snel hij kan tot het
“pets-boef-knal”-gedeelte van het verhaal. Wat betekent het om een
mens te zijn? Ach ja, misschien komen we er wel nog even op terug,
maar eerst moeten er paar gebouwen de lucht in geblazen
worden.

Goed, ik veronderstel dat je daar niet over mag klagen – niemand
zal naar ‘The Island’ gaan kijken met de verwachting een
diepzinnige verhandeling over de betekenis van het leven te krijgen
(wie toch geïnteresseerd is in een ernstige behandeling van
gelijkaardige thema’s, kan ik Kazuo Ishiguro’s recente roman ‘Never
Let Me Go’ aanraden – maar dat lijkt me dan weer geen typisch
tijdverdrijf voor de gemiddelde Michael Bay-fan). Waar het echt
over gaat, is natuurlijk de actie, en die wordt alweer in beeld
gebracht met hetzelfde bombast dat we van de regisseur gewend zijn.
De camera bibbert alsof Michael J. Fox ‘m bedient en er wordt
gemiddeld om de anderhalve seconde gecut naar een andere
camerapositie – dat heet dan “energieke, adrenalineverhogende
cinema”. Of “hyperkinetische ongein die moet verbergen dat Michael
Bay niet weet hoe hij een actiescène moet choreograferen”, neem het
zoals u wil. Een autoachtervolging waarbij Ewan McGregor enorme
stalen spoelen van een vrachtwagen gooit om zijn belagers van de
weg te drijven, is er zóver over dat het werkelijk grotesk wordt.
De onbedoelde humor begint daar al, maar het wordt pas écht lachen
wanneer hij en Johansson van een torengebouw springen, bovenop het
logo aan dat gebouw terecht komen en vervolgens met logo en al
tientallen meters naar beneden sjezen, om zonder het minste
schrammetje weer recht te staan en het stof van hun kleren te
kloppen. Jaja, de gekste dingen gebeuren in Bayland.

Buiten ‘The Clonus Horror’, hebben de makers van ‘The Island’ zich
– zij het dan in mindere mate – laten inspireren door sci-fi films
als ‘Logan’s Run’, ‘Gattaca’ en George Lucas’ ‘THX-1138’ (dat shot
waarin McGregor en Johansson eindelijk boven de grond komen, komt
rechtstreeks uit die laatste film weggelopen). Zo hebt u tenminste
nog iéts te doen terwijl dit vermoeiende spektakel zich
voortsleept: de invloeden spotten.

Acteurs zijn eigenlijk irrelevant in dit soort cinema, maar toch
valt het op dat Ewan McGregor behoorlijk wat moeite heeft met zijn
Amerikaans accent – het is pas wanneer het verhaal hem toelaat om
terug te vallen op een (matige) Schotse tongval dat hij zich echt
comfortabel lijkt te voelen. Scarlett Johansson is uiteraard de
prinses van het in kaart gebrachte universum (de koningin is Nicole
Kidman, hoewel die dringend nog eens met een degelijke film moet
aankomen om haar troon te behouden), en Steve Buscemi heeft een
leuk bijrolletje als werknemer van de kloonfabriek. Dit zijn
allemaal acteurs die eigenlijk te goed zijn om hierin rond te
lopen, maar voor hun naambekendheid en bankrekening zal het alvast
geen slechte zaak zijn geweest.

‘The Island’ is een opgeblazen, meer dan twee uur durend, dodelijk
vermoeiend spektakelstuk dat bezwijkt onder het gewicht van z’n
eigen bombast. Wat er aan interessante ideeën er in beginsel dan
ook aanwezig was in de premisse, wordt snel en efficiënt versmoord
door teveel explosies, teveel achtervolgingen, teveel
stupiditeiten. Kortom: het is een Michael Bayfilm.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − 9 =