Woodstock




Voor de huidige generatie is de jaren zestig bijna een mytisch
decennium geworden, een tijd waarover de meest onwaarschijnlijke
verhalen de ronde doen. Vrije liefde en drugs, de oorlog in
Viëtnam, protestacties van de studenten, politieke beroering…
Oké, hier in België (en in Nederland) was het allemaal wat minder,
brave lieden die we zijn. In België stapten we wel eens mee in een
mars die stante pede de wereldvrede diende af te dwingen, in
Nederland had je de provo’s die een indrukwekkend statement maakten
door hun haar te laten groeien. Maar dàn Amerika – zoals mijn
generatie de sixties heeft leren kennen, was het een tijdperk
waarin mensen zich bewust werden dat ze een stem hadden die ze
konden laten gelden, dat ze niet zomaar alles moesten accepteren
dat hen van hogerhand werd voorgekauwd. Het is makkelijk om te
spotten met de naïviteit van de filosofie van die flower
children
, zeker als je ziet hoe het met hen is afgelopen, maar
als je op dat moment zelf leefde, was je je van geen ironie bewust.
Die mensen méénden dat allemaal, die wisten toen nog niet dat hun
hele levensstijl en het tijdperk waarin ze zich bewogen, achteraf
geperverteerd zouden worden tot een cliché dat af en toe wordt
bovengehaald wanneer mensen met veel te veel geld een festival, een
cd of een film willen promoten.

‘Woodstock’, Michael Wadleighs documentaire over het drie dagen
durend muziekfestival dat in 1969 een half miljoen mensen naar
Bethel, New York lokte, lijkt wel een soortement tijdcapsule van de
jaren zestig. Dit is geen film à la Oliver Stone, die al dan niet
nostalgisch terugblikt op die periode, maar een registratie van dé
ultieme hippie-happening terwijl het gebeurde. Woodstock
vond plaats in ’69, in 1970 kwam deze film uit. Er is geen sprake
van de distantie die anders onvermijdelijk plaatsvindt met de
jaren, het festival wordt niet in een ruimere historische context
geplaatst, want wie had die nodig? ‘Woodstock’ werd gemaakt als
hedendaagse film, een film over het hier en nu, en het is juist
daarom dat het tegenwoordig zo’n waardevol historisch document is.
Het toont die generatie van idealistische jongeren, jongeren die de
wereld gingen veranderen in een plaats van liefde en begrip, vanuit
hun eigen mentaliteit op het moment zelf.

De gebeurtenissen zijn welbekend: hoe een betalend festival
noodgedwongen een gratis evenement werd omdat er zoveel mensen op
afkwamen dat de organisatoren hen simpelweg niet konden
tegenhouden. De mededeling vanop het podium dat er bad acid
de ronde doet (ik zie het de Schuur nog niet snel doen op
Werchter). De regen die de weide verandert in een modderpoel waar
sommigen zich vrolijk doorheen laten schuiven. De moeilijkheden om
die opgezwollen, veel te grote massa mensen te voorzien van voedsel
en water (“We hebben ontbijt op bed gepland voor 400.000 mensen!”),
zodat het leger uiteindelijk ingeschakeld moet worden om diezelfde
jongeren te bevoorraden die protestliederen tegen hen zingen. In
één shot zien we een man een vrouw, naakt, een plekje op het gras
uitzoeken waar niet teveel volk is en gaan liggen om te kunnen
vrijen. In een ander geeft een moeder haar kind de borst terwijl op
de achtergrond de muziek verderspeelt.

En daar gaat het natuurlijk ook om: de muziek. De kracht van
‘Woodstock’ ligt voor een groot in deel in de manier waarop Michael
Wadleigh, geholpen door een arsenaal aan editors, waaronder een
jonge Martin Scorsese en Thelma Schoonmaker, de optredens weet af
te wisselen met indrukken van het leven op de wei. We zien Santana,
The Who, Richie Havens, Crosby, Stills & Nash, Joan Baez, Jimi
Hendrix en een sliert andere legendes van die tijd het beste van
zichzelf geven, terwijl onder het publiek een ter plekke
geïmproviseerde natie ontstond – de beruchte nation of Woodstock,
waarin het inderdaad mogelijk bleek te zijn om, al was het maar
drie dagen lang, niks anders dan peace, music and love te
hebben.

Om die wisselwerking tussen de optredens en het leven van het
publiek kracht bij te zetten, werkt Wadleigh regelmatig met
split-screen, zodat we twee, soms zelfs drie beelden tegelijk zijn.
Soms wordt die split-screen simpelweg gebruikt om één moment beter
te vatten – we zien in één vak een close-up van Jimi Hendrix’ hand
op z’n gitaar die ‘The Star-Spangled Banner’ speelt, in een ander
zijn gezicht. Maar, en dat is nog effectiever, vaak maakt hij er
ook een punt van om zowel een optreden te laten zien als het gedrag
van het publiek tijdens dat optreden of erna. De meeste
concertfilms tonen een concert alsof het eenrichtingsverkeer is: de
band speelt, het publiek luistert. Af en toe krijgen we eens een
shot van de mensen om wat sfeer toe te voegen, maar dat is het wel
zo’n beetje. In ‘Woodstock’ is het het publiek dat de show
uitmaakt, evenzeer als de muzikanten. Een concert, élk concert, is
tweerichtingsverkeer.

De meest pakkende scène in de film, is er één waarin een man wordt
geïnterviewd die de toiletten komt kuisen op de weide. De man is al
een eind in de vijftig, en zegt dat hij een zoon heeft in Viëtnam.
En een andere zoon, die ergens op Woodstock rondloopt. Twee jongens
in dezelfde familie die de beide uitersten van dat tijdperk
meemaken, en één vader die moet proberen om het allemaal te
begrijpen, terwijl hij toiletten schoonmaakt.

‘Woodstock’ is een aangrijpend verslag van een onverwacht
historisch evenement – niemand had gedacht dat dit festival zo’n
symbool zou worden, dat meer dan dertig jaar later iedereen er nog
steeds naar zou verwijzen als een begrip op zichzelf. Maar de
bliksem sloeg in op dat bepaalde stukje van de wereld, op dat
bepaalde moment, en of ze nu wilden of niet, de aanwezigen wérden
een symbool. De droom die ze vertegenwoordigden, heeft niet geduurd
– tien jaar na Woodstock, hadden de meesten van hen al lang
toegegeven aan de realiteit van een Amerikaans leven. Een gezin,
een auto, een goeie job. Tegenwoordig zijn ze allemaal zestigers
die af en toe nog eens terugdenken aan die tijd wanneer ze hun
kleinkinderen op schoot hebben. Van dat idealisme van toen schiet
nog maar weinig over, maar het was er – met ‘Woodstock’ hebben ze
in ieder geval een prachtig bewijsstuk van wie ze ooit waren en
waar ze voor stonden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − 4 =