The Cribs :: New Fellas

Vol nostalgie staat de verrimpelde patriarch naar zijn platencollectie te staren. Hij schudt het hoofd. Een wenkbrauw gaat vertwijfeld de hoogte in.

Ze staan alfabetisch gerangschikt, zijn lievelingetjes. Angus Youngs smoelwerk trots op kop, Lou Reeds obscure tronie de rij sluitend, van AC/DC tot The Velvet Underground. Die vervloekte glimmende schijfjes van zoonlief toch. Nog nat achter de oren en toch stormenderhand de erfenis van zijn jeugdsentiment trachten in te pikken. Gangmaker The Strokes die een rock-revival-precedent schept waar (volgende namen vormen een volledig willekeurige greep uit het aanbod) The Libertines, The Vines, Black Rebel Motorcycle Club en mindere goden mee van kunnen profiteren.

Ergens achteraan anoniem in die slipstream vinden we de sympathieke blokes van The Cribs. Geboren en getogen in het Noord-Engelse Wakefield lijken Ryan, Gary en Ross niet over de broodnodige grootstedelijke ervaringen als de eerder vermeld{image}e bands te beschikken. Hinderpaal in hun queeste naar eeuwige rock ’n rollroem? Met hun titelloze debuut slaagden ze er in een beminnelijke glimlach te toveren door middel van lichtvoetige maar toch enigszins tegendraadse rafelige rockpop. Leuk maar meer ook niet. Geen spetterende knal, geen algehele beroering; enkel de belofte ooit op zolder, naast vegeterende schoolrapporten, te belanden. Enkele zomermaanden later weliswaar. Moet een band wel de intentie hebben om de wereld te veroveren? Essentiële vraag bij nadere beschouwing van de tweede plaat van The Cribs.

Met "Hey Scenesters!" maken ze alvast een veelbelovende start. Deze aan The Strokes schatplichtige up-temporocker weet zowel de swingende heupbeweging als de gebalde vuist te combineren in een instant-feelgood-hitje. Als de groepsnaam met een "The" begint valt er een imago te cultiveren. Lederen jack en afgetrapte All Stars uiteraard in de bovenste lade. Toch slagen The Cribs erin uit deze clichéval te blijven door een ambivalente muzikale koers te varen. Naast de gebruikelijke invloeden uit de lang vervlogen rockgeschiedenis (die "The", u weet wel) durven deze gedreven jonglui ook wel eens Franz Ferdinand-riff in een sixtiesgeluid te drenken. De vocale kwaliteiten van zanger Ryan Jarman, ternauwernood als dubieus te betitelen, zijn hier niet vreemd aan. Enkel op "Haunted" gaat deze laatste zwaar uit de bocht en dendert, volledig terecht, het kanaal in. Intimistisch akoestisch als excuus voor een inspiratieloze geeuw.

Met "Hello? Oh…" jengelen ze er een eindje op los en ook "Martell" en "It Was Only Love" slepen zich in dezelfde oeverloze grijstint voort. De onschuldige ohohoh’s en lalala’s werken na een tijdje danig op de zenuwen en wanneer de frase "I’m sixteen and I’m bored" passeert, wordt een vroegtijdige uitstap naar de symbolische vergeetput — de zolder — in het vooruitzicht gesteld. Een brok menslievendheid gevormd door een katholieke opvoeding verplicht de zoldereigenaar er echter toe toch nog even door te bijten. Uit pure dankbaarheid weten The Cribs er toch nog een aardig plaatje uit te persen. "Mirror Kissers" weet zich te onderscheiden door het uiterst meezingbare refrein en de vervaarlijke meedenderende gitaren. Occasioneel onderbroken door plichtsmatig geruis dat de vrijblijvendheid van dit alles nog maar eens moet benadrukken. Ook "The New Fellas", blinkend van catchyness, weet te boeien. En horen we daar in "The Things Aren’t Gonna Change" een trompet op de achtergrond zoemen?

Het is bewonderenswaardig te zien hoe The Cribs zich niet krampachtig vasthouden aan het keurslijf waarin dergelijke bands gedwongen worden, maar dat ze de nodige muzikale inventiviteit aan de dag durven leggen. Zo krijgen we de wonderlijke tegenstelling van een eenzijdig eclectisch plaatje dat zich binnen het genre buitenechtelijke relaties onderhoudt. Naast een paar missers tellen we ook enkele aanstekelijke songs die smaken naar meer. Voor een definitieve conclusie geven we ze enkele zomermaanden respijt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × vier =