De At The Drive-In Connectie

"The new Nirvana", blokletterde NME over het Texaanse At The Drive-In, maar voor het echt losbarstte hadden creatieve breinen Omar Rodriguez-Lopez en Cedric Bixler-Zavala al genoeg van het nakende succes. De rockwereld in diepe rouw, al rezen twee nieuwe groepen uit de assen: The Mars Volta en Sparta. Meer nog dan toen drukt de At The Drive-In connectie haar stempel op de rockscène.

Het was een schok die door het rockwereldje ging: At The Drive-In, een van de grootste indiegroepen ooit, hield het in 2001 voor bekeken. Net een tour met Rage Against The Machine achter de rug, getekend bij een major en een nieuwe plaat uit die bedolven werd onder de positieve recensies. Een eigenwijze beslissing van muzikanten die in hun nieuwe groepen The Mars Volta en Sparta de At The Drive-In traditie voortzetten.

De jongens van At The Drive-In waren allen afkomstig uit El Paso, een grensstad in het broeihete en dorre Texas. Een mix van cactussen, latino’s en cowboys. Een mix van culturen die ook in At The Drive-In duidelijk merkbaar was. Gitarist Omar Rodriguez-Lopez is Puerto-Ricaan, zanger Cedric Bixler-Zavala is net als bassist Paul Hinojos Mexicaan en drummer Tony Hajjas is afkomstig uit Libanon. Enkel gitarist Jim Ward is een rasechte Amerikaan.

At The Drive-In heeft haar wortels in de punkbeweging. Vooral Fugazi wordt meermaals als grote voorbeeld genoemd. Toch zal At The Drive-In doorbreken als de allereerste emo-groep, een stempel waartegen de groepsleden zich altijd verzet hebben. "Hoe kan iets waar je je hart en ziel in steekt niet emotioneel zijn?", vroeg gitarist Omar Rodriguez-Lopez zich af. At The Drive-In staat alleszins garant voor ongenadige overgave, originele gitaarpartijen en een doorgaans verschroeiende liveshow. Principes hadden ze te koop. Zo legde zanger Cedric Bixler-Zavala tot in de nadagen van At The Drive-In resoluut het optreden stil wanneer het publiek een mosh pit inzette. Geen geweld tijdens optredens, was het motto.

De eerste 7inch, toepasselijk Hell Paso getiteld, werd uitgebracht in eigen beheer. Furieuze emo-rock van start tot finish. De Texanen groeiden dankzij eindeloos toeren en de reputatie die ze opbouwden uit tot een levende legende in het indierockcircuit. In 1997 brachten ze hun eerste full length Acrobatic Tenement uit op het indielabel Flipside. Op uitzondering van "Initiation" ligt het tempo hoog en raast de plaat aan een snelvaart voorbij. Zanger Cedric Bixler-Zavala ratelt zijn teksten aan een verschroeiend tempo en het refrein vervalt meestal in een hysterisch geschreeuw tussen Bixler-Zavala en gitarist Jim Ward. Hoogtepunt is "Ticklish", een emotionele rollercoaster waarin At The Drive-In voor het eerst het vijf minuten-baken overschrijdt. Acrobatic Tenement toont de energie en het talent van de supergroep in wording, al is de productie zwak en amateuristisch.

Meer beterschap is er op In/Casino/Out (1998), uitgebracht op pop-punk label Fearless. Als geen ander weet At The Drive-In haar live-energie ook op plaat om te zetten. Op In/Casino/Out brengt de groep voor het eerst een trager nummer tot een goed einde met het prachtige "Napoleon Solo". At The Drive-In speelt voor het eerst met Fugazi-esque dissonantie en samenspel tussen gitaristen Omar Rodriguez-Lopez en Jim Ward. De teksten van zanger Bixler-Zavala worden steeds vreemder. Volgens de man zelf is de collagetechniek die hij toepast, geïnspireerd door zijn favoriete schrijver William S. Burroughs.

De Vaya ep (1999) is een mijlpaal in het werk van de Texanen. Voor het eerst bewijst At The Drive-In zich als een supergroep in wording. Vaya mag dan slechts zeven nummers lang zijn, het toont At The Drive-Ins veelzijdigheid en dynamische energie. Op onder meer "Proxima Centauri" en "Heliotrope" schudt gitarist Omar Rodriguez-Lopez voor het eerst zijn typische gitaargeluid uit de vingers. Vaya is meer controle, meer creativiteit, maar At The Drive-In boet niets in van de energie en overgave die de groep zo berucht maakte. Dankzij Vaya wekten de Texanen de interesse van Grand Royal en Beastie Boys/Rage Against The Machine manager John Silva. Volgens de legende was het Sonic Youths Thurston Moore die Silva inlichtte over die gekke maar o zo talentvolle Texanen.

Met Grand Royal-debuut Relationship Of Command (2000), genoemd naar een hoofdstuk uit Mao’s rode boekje, kwam het grote succes. De groep kreeg een contract bij Virgin spin-off Grand Royal. Ross Robinson werd aangeworven als producer. Een vreemde keuze, aangezien Robinson vooral gekend was als producer van nu-metal groepen als Korn en Limp Bizkit. "Voor ons was het een grote fuck you aan de punkgemeenschap", aldus zanger Cedric Bixler-Zavala. Relationship Of Command werd een onverhoopt succes. Geen nu-metal, maar emotionele rock met een eigen sound, bizarre teksten en originele melodieën. Ook al toonde At The Drive-In op haar vorige platen haar talent, het is klein bier vergeleken met Relationship Of Command. De tomeloze energie wordt behouden en begeleid door originele gitaarriffs, hypnotiserende teksten en een glasheldere productie. Eerste single "One Armed Scissor" vat al het voorgaande perfect samen. Tweede single "Invalid Litter Dept." is meteen het buitenbeentje op Relationship Of Command: een traag nummer begeleid door een piano, een betoverende hoofdriff en een hypnotiserend-pratende Cedric Bixler-Zavala.

Relationship Of Command werd een groot succes: de groep mocht optreden in het voorprogramma van Rage Against The Machine en werd zelfs uitgenodigd op het populaire Amerikaanse programma Late Night with Conan O’Brien. Maar na enkele onheilspellende geruchten kwam het verrassende nieuws: At The Drive-In werd opgedoekt. "Taking a break" heette het eerst, maar snel bleek dat de groep er wel degelijk genoeg van had. Het verhaal is een huizenhoog cliché in de rockwereld. Het constante touren, het succes en ongetwijfeld discussies daaromtrent waren er teveel aan. Een eigenwijze beslissing van de Texanen en een teken dat het bij hen niet draait om de dollars.

"Creatieve meningsverschillen" heette het officieel en cliché, maar achteraf zou blijken dat er in die twee woorden wel degelijk veel waarheid zat. Het hart van de groep, met name gitarist Omar Rodriguez-Lopez en zanger Cedric Bixler-Zavala, richtte The Mars Volta op. De ritmesectie van de groep, bestaande uit bassist Paul Hinojos, zanger-gitarist Jim Ward en drummer Tony Hajjar, stampte Sparta uit de grond. Was er dan toch hoop voor de At The Drive-In fans? Als een fantastische groep opsplitst, krijg je dan twee fantastische groepen?

Al snel zou blijken wat die creatieve meningsverschillen juist inhielden. Met hun ep Tremulant bewandelde The Mars Volta het progrockpad, doorspekt met allerlei vreemde geluiden, stemvervormingen en ingewikkelde gitaarlijnen. De leden van The Mars Volta voelden zich duidelijk opgesloten in At The Drive-In en wilden zich creatief uitleven, iets wat hen met The Mars Volta wèl lukte. Ondertussen heeft The Mars Volta al twee langspelers onder de gordel, beide zowel bejubeld als verguisd. Geniaal volgens de één, hopeloos pretentieus volgens de ander. De-loused In The Comatorium (2003) was een vreemde mix van stijlen en geluiden, met een steeds hysterisch wordende Bixler-Zavala op zang. Op nieuwe plaat Frances The Mute (2005) brengt The Mars Volta haar concept nog een stapje verder: vijf nummers in een uur, salsa, free-jazz en hypnotiserende progrock.

De liveshows van The Mars Volta zijn adembenemend en doen ons terugdenken aan die energieke wervelstorm wanneer At The Drive-In het podium betrad. Zelfs iemand die geen noot van hun muziek kent, verveelt zich geen seconde. Gitarist Omar Rodriguez-Lopez geldt als de nieuwe Jimi Hendrix. Zanger Cedric Bixler-Zavala bevindt zich op het podium steevast in een trance, pakt te pas en te onpas uit met enkele latin-danspasjes of hangt zich op aan zijn microfoondraad. "The freak twins", werden ze gauw door de Britse pers genoemd. Flitsende lampen moeten het publiek naar een climax leiden. The Mars Volta houdt zich zelden aan de originele songs. Op Pukkelpop 2003 speelden de jongens twee nummers in een uur, onlangs in de Ancienne Belgique hielden ze zich wel aan de setlist.

Sparta toonde zich op zijn Austere ep conservatiever: strakke, alternatieve emo-rock met een degelijk Studio Brussel-gehalte. Ondertussen volgden twee full lengths: Wiretap Scars (2002) en Porcelain (2004). Goede emo-rock, maar te weinig als je het vergelijkt met At The Drive-In en The Mars Volta. Het was duidelijk dat het Sparta-deel van At The Drive-In best wel tevreden was met de koers die gevaren werd en het commercieel succes allerminst schuwde. Ironisch genoeg is het The Mars Volta dat door haar originele mix van muziekstijlen en een opwindende liveshow een legioen fans voor zich wint, terwijl voor Sparta het grote succes na twee platen uitblijft.

Na een periode van "genoeg hebben van elkaars gezelschap" waren The Mars Volta en Sparta de voorbije maanden weer on speaking terms. Een gezamenlijke toer zal er nooit van komen, maar de ruzie was alvast bijgelegd. Was, want eind mei besloot Sparta-bassist en een van de At The Drive-In-boegbeelden Paul Hinojos de groep te verlaten. Op zich geen wereldnieuws, maar er was meer aan de hand. Hinojos verliet niet enkel Sparta, hij vervoegde een week later zijn vrienden en ex-bandmaten The Mars Volta. Ondanks de bijgelegde ruzie is dit vergelijkbaar met een voetbaltransfer van Club Brugge naar rivaal Anderlecht. "Het was gewoon niet leuk meer", was het enige commentaar die Hinojos kwijt wilde. Laat dat nu exact de woorden van Cedric Bixler-Zavala zijn na het opdoeken van At The Drive-In. Hinojos zal bij The Mars Volta de aan een overdosis overleden Jeremy Ward vervangen als man achter de knoppen en achter de schermen.

Een supergroep, vervangen door een andere (The Mars Volta) en een twijfelgeval (Sparta). Goeie ruil? U hoort ons niet klagen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vier =