Straw Dogs




‘Straw Dogs’ werd in Groot Brittannië achttien jaar lang verbannen
(van 1984 tot 2002), om te vermijden dat kinderen de film te zien
zouden krijgen op video of dvd. Een puriteinse ingreep, uiteraard,
die nergens voor nodig was, maar die wel aangeeft wat voor een
impact Sam Peckinpah’s film had. ‘Straw Dogs’, die later nog één
van de inspiratiebronnen zou vormen voor Gaspar Noé toen die
‘Irréversible’ draaide, is niet
gewoon een gewelddadige film – daar krijgen we er meer dan genoeg
van te zien. Het probleem was de mentaliteit die de regisseur innam
tegenover dat geweld – bloedvergieten wordt hier afgeschilderd als
een rite de passage die van een jongen een man maakt. Als iets
noodzakelijks. ‘Straw Dogs’ is wellicht één van de meest politiek
incorrecte films ooit gemaakt, en oefent net daarom nog steeds een
fascinatie uit op elk publiek dat ‘m te zien krijgt.

Dustin Hoffman speelt David Sumner, een sullige wiskundeprofessor
die samen met zijn vrouw Amy (Susan George) in het koud, vochtig,
onherbergzaam boerengat in Engeland gaat wonen waar Amy vandaan
komt. David is een iele, linkse salonliberaal met een brilletje,
een pacifist die probeert om met iedereen op te schieten, maar
bekeken wordt als het één of ander insect door de dorpsbewoners –
allemaal echte mannen, natuurlijk, die struise lichamen hebben, met
hun handen werken, stevig doorzuipen en naar zijn vrouw loeren met
nauwelijks verholen lust in hun blikken. De spanningen tussen David
en de dorpelingen worden steeds hoger opgevoerd, en ontaarden
uiteindelijk in een volschalige aanval op zijn huis. De brave
wiskundeprofessor moet nu terugvallen op zijn instincten – bewapend
met een tweeloops, een wolfklem en wat voor wapens hij in huis dan
ook kan vinden, verdedigt hij huis en haard.

En zo hoort het ook, volgens Peckinpah. Wie de verhalen rond de
regisseur zo’n beetje kent, weet dat hij niet bepaald een
gemakkelijk mens was. Hij zoop als een vis, probeerde elke vrouw
die hij zag in z’n bed te krijgen, vernederde z’n medewerkers en
had een fetisj voor wapens. Enfin, hij was een macho-man in de
zuiverste zin van het woord, die zich van niemand anders iets
aantrok, en door die houding na een tijdje persona non grata werd
in de filmbusiness. Niemand wilde op den duur nog met hem werken,
omdat hij zo onberekenbaar was. ‘Straw Dogs’ drukt Peckinpah’s
wereldvisie wel zo ongeveer uit, en dat is er niet echt een
vrolijke of gelibereerde.

Geweld wordt hier gezien als een onderdeel van het basispakket
waarmee elke man ter wereld komt – een idee dat bijvoorbeeld ook in
‘A Clockwork Orange’ zat, maar waar
Kubrick in die film het geweld simpelweg toonde zonder te zeggen
dat het moreel verantwoord was, is dat wel wat Peckinpah hier doet.
David is een onsympathieke loser die niet in staat is om voor
zichzelf op te komen, conflicten uit de weg gaat en als voetveeg
dient voor z’n vrouw, die zichtbaar geniet van de aandacht die ze
krijgt van de stoere werkmannen. Het is pas wanneer hij zover
gedreven wordt dat hij geweld gaat gebruiken, dat David als
personage serieus wordt genomen. Het laatste shot van de film is
veelzeggend: David rijdt weg van de plaats van de slachting, nadat
hij net voor het eerst in z’n leven geweld heeft gebruikt tegen
andere mensen, en een vaag glimlachje verschijnt op z’n lippen. De
jongen is man geworden.

Net zo onrustwekkend is een verkrachtingsscène, ongeveer halverwege
de film, waarin Amy wordt aangerand door één van de arbeiders, een
vroegere vlam van haar. Die scène is zo ambigu dat ze maar al te
makkelijk aanstootgevend kan zijn voor elke vrouw die ‘m ziet (laat
staan vrouwen die ooit een verkrachting hebben meegemaakt).
Peckinpah maakt hier immers de ultieme mannelijke fantasie van,
waarin de vrouw misschien nee zegt, maar overduidelijk ja bedoelt.
Ze vrààgt erom en eens ze het krijgt, maken haar geluiden en
gezichtsuitdrukking meer dan duidelijk dat ze ervan geniet. Welke
vrouw die verkracht wordt fluistert achteraf “hold me” tegen
haar verkrachter? Tijdens die scène zien we korte stukjes uit een
eerdere vrijscène met Dustin Hoffman – de verkrachter doet z’n trui
uit, Hoffman trekt z’n hemd uit, en we weten dat Amy hun lichamen
aan het vergelijken is. Hoffman is mager, een jongetje. Maar dan
deze brok puur natuur – gespierd, behaard, een man zoals macho’s
dénken dat vrouwen ze graag hebben.

Die scène wordt er enkel problematischer op wanneer een andere man
de kamer binnenkomt, Amy zonder al te veel poespas omdraait en haar
nogmaals verkracht, ditmaal anaal en niet in het minst consensueel.
Haar eerste (semi-)verkrachter houdt haar vast. (Het is trouwens in
dit deel van de film dat de invloed op ‘Irréversible’ het best duidelijk
wordt.)

Wat Peckinpah hier doet, is niet alleen de mythe bevestigen van
“wanneer een vrouw nee zegt, bedoelt ze ja”, hij objectiveert hier
niet alleen een vrouw tot iets dat af en toe eens goed gepakt moet
worden, maar hij suggereert ook nog eens dat het eigenlijk allemaal
David z’n schuld is. Hij had maar wat sterker moeten zijn, meer een
echte man.

Naar ‘Straw Dogs’ kijken is jezelf even verliezen in de groteske
fantasieën van een man die eigenlijk honderd jaar te laat is
geboren – Peckinpah had in het wilde westen moeten leven waar hij
zoveel films over maakte, daar had hij zich thuisgevoeld. Maar net
zoals het geval is in ‘Irréversible’, is het onmiskenbaar
fascinerend om ernaar te kijken. Je wilt achteraf wel een douche
nemen omdat je je vies voelt, maar toch. Extreme visies oefenen
altijd een aantrekkingskracht uit, en dit is ongeveer zo extreem
als je in 1971 kon worden. Bovendien is ‘Straw Dogs’, apart van al
de rest, een zeer goed gemaakte film. Het is knap hoe Peckinpah de
spanningen in het dorpje langzaam maar zeker opbouwt, hoe hij
informatie aan het publiek geeft via terloopse blikken en kleine
gebaren. De montage van de verkrachtingsscène en de finale is
magnifiek (heb ik dat nu gezien of nét niet?) en zelfs het gebruik
van geluid is dikwijls bijzonder geraffineerd. Zo cut Peckinpah
tijdens de verkrachtingsscène weg naar David, die weggelokt is door
de dorpelingen om te gaan jagen, terwijl we Amy’s steeds
passioneler gehijg kunnen horen op de soundtrack. Dat is ziekelijk,
ja – heel de film is ziekelijk – maar wel goed gedaan.

Een film om op een romantisch avondje met je vriend(in) te
bekijken, zou ik dit nu bepaald niet willen noemen, maar het is er
sowieso één waar je niet omheen kunt. Een gemene, ranzige, bad
motherfucker
van een film die iedereen die morele bezwaren zou
durven hebben, vierkant in het gezicht uitlacht. Geef toe, dat moét
je toch eens gezien hebben?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − vier =