Electrelane :: Axes

Met ons is het kwaad kersen eten. Als de wispelturige wezens die we zijn dingen we in willekeur de antieke Griekse goden naar de Olympische troon. Wat de ene dag ambrozijn voor de oren is, wordt de volgende dag als slachtafval aan de varkens gevoerd. Voor eenduidige meningen hoeft u, op enkele uitzonderingen na, bij ons niet te zijn.

Met Electrelane is het echter nog kwader kersen eten. Nachtenlang hebben we gezwoegd op The Power Out. Het album deed ons verschillende nachten twijfelen over hoe slecht het wel was vooraleer we er opeens een schoonheid in zagen en over de plaat van het jaar spraken. Maar toen 2004 op zijn laatste benen liep waren we al niet meer zo zeker van haar genialiteit en werd het album naar het vagevuur van beloftes verbannen.

Met de nieuwe plaat Axes op de schoot wisten ze ons nog steeds niet te overtuigen. Axes: een ongeïnspireerde en saaie plaat was alweer het eindoordeel. En wederom laten de dames ons onszelf logenstraffen want na verscheidene beluisteringen, heeft de parel zijn schoonheid opnieuw blootgegeven. Telkens weer laat Electrelane ons twijfelen.

Deze maal was het een geniaal gecoverde versie van Leonard Cohens “The Partisan” die als breekijzer diende. De song opent alsof een schurftige The Stooges de gitaren weer om gehangen heeft en alle garagerockgroepjes even toont hoe het moet. Hier is niet Emmanuel D’Astier de la Vigerie aan het woord maar wel Abu Musab Al-Zarqawi. Razendsnel, smerig en met de impact van een Pantservuist wordt dan toch de CD opengebroken.

”One, Two, Three, Lots” is niet alleen een telsysteem dat we zelf gaarne en vaak gebruikten maar ook een dreunend niemendalletje dat het album voor geopend verklaart. Waarna het echte werk met “Bells” een aanvang neemt. Op lekkere baslijnen steunend horen we hier wat we ook al in The Power Out hoorden en waar we eens we in de juiste stemming zijn, meer dan voor te vinden zijn. “If Not Now, When” klinkt zelfs verrassend fris in de oren dankzij een wel heel speelse gitaarlijn. Waarmee trouwens ook een rits instrumentale songs voor geopend verklaard zijn.

Meer nog dan op het vorige album lijkt Electrelane hier voor de muziek gekozen te hebben. Ogenschijnlijk eenvoudige melodieën worden tot complexe structuren verweven die zich effectief niet zomaar laten kennen. We worden er zowaar pretentieus lyrisch door. Maar hoe zou u reageren als een song als “Eight Steps” zich aandient en daarbij een accordeon en viool de hoge noten laat voeren terwijl een drum zich nodeloos afjakkert?

Het verontrustende “Gone Darker” laat een trein door de nacht denderen waarbij we angstig om ons heen kijkend steeds harder rennen over de verlaten sporen. Ergens in de verte horen we nog een tandenloze bedelaar roepen dat hij wel iets lekkers voor ons heeft, maar ons jeugdige vlees leent zich daar echt niet toe. Nee, dan schuilen we liever in “Atom’s Tomb”. Want als kinderen van de jaren tachtig zijn de woorden koud en oorlog voor ons eeuwig met elkaar verbonden. Terwijl oude mannen hun vingers op de knop houden, sluimeren we in bij voorzichtige gitaarklanken en pompende baslijnen. Waarna elke volgende song ons een nieuwe wereld voor het geestesoog brengt.

Electrelane heeft opnieuw de plaat van het jaar uitgebracht, roepen we zonder veel overtuiging want net zoals de vorige maal hebben we er lang op gekauwd maar slikken we het daarna gaarne door. Verwacht u niet aan een tweede The Power Out maar wel aan een album dat opnieuw zachtjes onder de huid kruipt en tijd vergt. Dit is geen hapklare brok muziek. Met elk album verwijderen deze vier dames zich verder van een doorsnee album en alleen al daarvoor vinden we ze fantastisch. Axes is een prachtplaat maar we durven het niet de plaat van het jaar te noemen, want daarvoor zijn wij en zij te wispelturig. Het blijft kwaad kersen eten zelfs als het er niet het seizoen voor is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vier =