Electrelane :: No Shouts, No Calls

Het zijn nooit de gemakkelijkste tantes geweest, de dames van Electrelane, maar blijkbaar hebben de jaren ook hen een zekere mildheid gegeven. Met No Shouts, No Calls brengen ze namelijk hun tot dusver meest toegankelijke album uit.

Hoewel het instrumentale Rock It To The Moon nog steeds als een mooi debuut en persoonlijke favoriet beschouwd mag worden, was de stortvloed aan ideeën, een mix van postpunk en krautrock, er voor velen teveel aan. Opvolger The Power Out werd dan ook het breekijzer waarmee de vier dames een ruimer publiek wisten te bereiken. De enige toegeving was nochtans het incorporeren van zang, muzikaal gezien bleven ze immers koppig vasthouden aan hun eigen mix, zij het dat de plaat in zijn geheel een pak gebalder klonk.

Met Axes werd de lijn slechts ten dele doorgetrokken, Electrelane bleef de luisteraar uitdagen en dwingen een positie in te nemen, maar de plaat klonk harder en niet zo speels als The Power Out. Daarenboven greep de groep terug naar de vaak uitgesponnen experimenten van het debuut waardoor de focus zoek dreigde te raken. Op No Shouts, No Calls moet het experiment opnieuw baan ruimen voor songs in de striktere zin van het woord. Het mag weer wat rechtlijniger en eenvoudiger, al blijft dat naar Electrelane-normen uiterst relatief.

De eerste noten van "The Greater Times" klinken onmiddellijk vertrouwd dankzij het alles overheersende orgel dat ook op de vorige platen zo kenmerkend was. De postpunk wordt hier rechttoe rechtaan geserveerd en klinkt alleen in de aparte zang enigszins rebels. Ook "To The East" doet niet moeilijk, de structuur van de song roept herinneringen op aan het betere weerwerk van The Power Out en schuift de drums opmerkelijk naar voren, terwijl de gitaren lichtvoetig enkele mantra’s herhalen. Zo er al distortion te horen valt, is die zo ver naar achteren gemixt dat het haast verwaarloosbaar wordt.

Verbazingwekkend genoeg start "After The Call" nog toegankelijker en ontpopt dit nummer zich eveneens tot een stevige postpunksong die opnieuw alleen — of beter: vooral — in het typerende stemgeluid een eigen identiteit krijgt. Eén van de grote krachten van Electrelane ligt vanaf The Power Out immers in de zangkwaliteiten van Verity Susman, die soms op het randje van vals balanceert. Met "Tram 21" dat als een terugkeer naar het debuut klinkt, verschuift de focus opnieuw.

"In Berlin" (de groep schreef het gros van het album in Berlijn) had bijvoorbeeld moeiteloos op The Power Out gekund en geldt ook hier als één van de hoogtepunten dankzij een mooie symbiose tussen experiment en pop/rock. "At Sea" staat gelukkig moeiteloos zijn mannetje tegenover zoveel pracht. De postpunk van de eerste nummers kleurt steeds meer buiten de lijntjes, zonder het popelement uit het oog te verliezen.

En dus scheurt "Between The Wolf And The Dog" open als een jaren tachtig metaltrack, inclusief dof klinkende en pompende drums, om er dan na een tweetal minuten meerstemmig gezang en "eighties synths" tussen te gooien. Ook "Five" klinkt een pak harder dan van Electrelane verwacht zou worden. Het lijkt een onafgewerkte repetitiesessie, maar de onderliggende structuur blijft toch niet geheel verborgen.

"Saturday", dat tussen beide vorige nummers zit geprangd, laat een vertrouwder geluid horen met opnieuw de zang en het orgel als de twee diva’s. Voor de laatste twee nummers trekken de dames nog eens alle schuiven open. Zo zit er ondermeer een banjo in "Cut And Run", en lijkt het even alsof Au Revoir Simone hier de analoge keyboards heeft ingeruild voor dit snaarinstrument. "The Lighthouse" sluit in schoonheid af met een repetitieve en bloedmooie pianomelodie.

Met No Shouts, No Calls evenaart Electrelane niet alleen moeiteloos The Power Out en Rock It To The Moon, maar weet de groep ook een symbiose van de vorige drie platen te maken. Deze vier dames hebben al lang niets meer te bewijzen en dat tonen ze paradoxaal genoeg met elk album opnieuw aan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + 2 =