Supersilent

Wat The Mars Volta is voor de
rock, is Supersilent voor de hedendaagse jazz: een band die zich
niet gebonden weet door genrevoorschriften of voorgekauwde
muziekstructuren. Hun platen getuigen van een grote
exploratiedrang, en dat bleek nog sterker op hun concert in de
Anderlechtse VCA. Een belevenis die het etiket uniek meer dan waard
was. Supersilent, het vlaggenschip van het florerende Rune
Grammafon-label, houdt er nu eenmaal een excentrieke manier van
werken op na. De band repeteert nooit: de leden komen enkel samen
op het podium om te spelen. Hun albums zijn geselecteerde
live-improvisaties.

Supersilent is een Noorse band met ronkende namen uit de moderne
Scandinavische jazz- en elektronicascene. Hier zijn Arve Henriksen
(trompet, stem), Ståle Storløkken (toetsen), Jarle Vespestad
(drums) en Helge Sten (producer) enkel bij een klein publiek
bekend. Onterecht, maar niet helemaal onbegrijpelijk. Hoe boeiend
of baanbrekend het er ook aan toe gaat in de Noorse underground, de
muziek is vaak hermetisch. De groep omschrijft hun eigen geluid nog
het liefst als ‘no-man’s-land-music‘, een toepasselijke term
voor de clash van jazz, elektronica, ambient en hedendaagse
compositie die ze brengt. Improvisatie is een woord waar veel
muziekliefhebbers spontaan bij huiveren. De gedachte aan abstract
en minimalistisch gekabbel waar een elitair parfum uit opstijgt
doet niet veel harten sneller kloppen. Maar laat dat nu net het
laatste zijn wat er bij Supersilent te rapen valt. Altijd gebeurt
er iets. Spanningsbogen bouwen op en af, nieuwe elementen sluipen
de muziek binnen en als luisteraar krijg je vaak het gevoel oren te
kort te komen. En dat deden we ook. Op goed anderhalf uur tijd ging
Supersilent voor in een hoogmis waar aan muzikaal exorcisme werd
gedaan. Bezwerend of cerebraal zijn woorden die nog het best de
sfeer van dit optreden weten te vatten. We hoorden en
geloofden.

Niets is ook wat het lijkt bij deze groep. Neem nu de trompettist,
Arve Henriksen. Een klein, onopvallend mannetje die prachtige
solo’s uit zijn instrument perst, maar evengoed praat door zijn
trompet en het bisnummer zo van een dreigende stemsample voorzag
(“They are fucking cowboys. They want to control
everything.
“). Wie zijn soloplaten kent, weet dat de man ook
over een onmenselijk hoge falset beschikt. Of die nu in de rustiger
passages hoog scheerde als een zwaluw en knopen in ons hart legde
of in de uitbarstingen hoog uithaalde als een snerpende trompet,
telkens sneed het ons de adem af. Hoed af ook voor drummer
Vespestad. Zijn rijke drumtexturen – hij kan een drumstel doen
zingen, fluisteren of donderen – vormen een solide basis voor een
groep die het zonder bassist stelt.

Heerlijk om een viertal te zien spelen dat bijna akelig perfect
elkaar aanvoelt. Als toehoorder zit je je hoofdschuddend af te
vragen of dit nu werkelijk inspiratie van het moment is. De
genialiteit is tegelijk de grote zegen als de enige (kleine) smet
op dit concert. Naar het einde toe ben je zo murw geslagen dat je
met een soort gelaten aanvaarding de rest ondergaat. Je oren willen
nog verder, maar je brein kan niet meer, hopeloos verdwaald in het
niemandsland waar elektronica, jazz, rock of noise geen afgebakende
terreinen zijn maar als in een woud op, door en over elkaar
groeien. Muziek waar alles mogelijk is en waarin je rondwaart als
Alice in Wonderland. Supersilent zijn geluidsarchitecten die op
eenzame hoogte staan. Magistraal concert!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − een =