Sideways




Een verstokte bierdrinker kwam z’n stamkroeg binnen en bestelde,
tot de immense verbazing van de barman, voor het eerst in jaren een
glas wijn. Toen hem gevraagd werd waarom hij die overstap plots
gemaakt had, antwoordde de man: ‘Ik drink bier als ik me goed voel.
Als ik me triest voel, drink ik wijn.’ ‘En voel je je daarna dan
niet meer triest?,’ vroeg de barman. ‘Nee,’ antwoordde de man, ‘ik
voel me wel nog triest, maar op een leukere manier.’ Alexander
Payne, de bijna onredelijk getalenteerde cineast achter ‘Election’ en ‘About Schmidt’, heeft dit gevoel van
lichtjes benevelde tristesse nu perfect weten te vatten in
‘Sideways’, een wereldwijze tragikomedie over een stelletje
sympathieke losers die twee uur lang filosoferen over het leven, de
liefde, de teleurstellingen waarmee die twee gepaard gaan en de
charmes van een goeie fles Pinot Noir op z’n tijd. Het resultaat is
een film om verliefd op te worden, één die je achterlaat met de
zalige roes van een o zo zachte dronkenschap.

Paul Giamatti speelt Miles Raymond, een aspirant-auteur die er maar
niet in slaagt om een uitgeverij te vinden voor z’n literaire
pareltjes en dan maar les geeft aan een middelbare school. Zijn
huwelijk liep enkele jaren eerder op de klippen en sindsdien heeft
hij nog maar weinig om voor te leven, behalve dan zijn vriendschap
met mislukt acteur Jack (Thomas Haden Church) en zijn liefde voor
goede wijn. Wanneer Jack op het punt van trouwen staat, besluiten
de twee vrienden om een weekje op stap te gaan langs de
wijngebieden van Californië: de zeven laatste dagen voor Jacks
huwelijk moeten zeven Bourgondische etmalen worden van lekker eten,
fantastische drank en af en toe een partijtje golf. Het spreekt
vanzelf dat de twee vrienden voor het einde van hun trip frontaal
met elkaar en zichzelf in botsing zullen komen – naarmate het
alcoholgehalte toeneemt, komen de frustraties bovendrijven en zijn
we vertrokken voor een soms hilarische, soms ook pijnlijk
herkenbare rit doorheen de levens van twee sukkelaars.

In principe is dat natuurlijk een overbekend gegeven: een stel
personages die vastzitten in hun leven, niet weten waarnaartoe, en
dan maar in een auto kruipen en de weg opgaan, in de hoop onderweg
zichzelf ergens tegen te komen. Maar Alexander Payne bewees met z’n
vorige films al dat hij een meester is van de gecombineerde lach en
traan, en ook hier weet hij het oerklassieke uitgangspunt naar een
veel hoger niveau te tillen – samen met generatiegenoten als Paul
Thomas Anderson en Wes Anderson (die twee zijn overigens geen
familie van elkaar), weet Payne perfect de poëzie van de loser te
treffen. Payne gaat niet voor de openlijke emotionele vuistslag,
zoals PTA, en hij bevolkt z’n films ook niet met zonderlingen,
zoals Wes Anderson, maar op z’n eigen onderkoelde manier weet hij
toch personages tot leven te roepen die akelig authentiek aandoen
in hun pogingen om iets te bereiken in het leven, zonder dat ze er
ooit geraken.

Zo wordt Miles met een schier onuitputtelijke menselijkheid en
begrip gespeeld door Paul Giamatti, die na zijn optreden in
‘American Splendor’ zo stilaan een
belangrijk nieuw gezicht van de onafhankelijke Amerikaanse cinema
begint te worden. Miles is een man die gigantisch veel
schuldgevoelens en frustraties met zich meezeult, en zich dan maar
opsluit in een ietwat autistisch wereldje van literatuur en wijn –
terwijl Jack het éne telefoonbericht na het andere krijgt, zien we
hem na enkele dagen naar z’n antwoorddienst bellen, enkel om te
horen dat niemand hem heeft willen bereiken. Hij hecht immens veel
waarde aan de rituelen rond het wijnproeven (eerst uitgebreid
ruiken, dan walsen, de kleur controleren en dàn pas proeven), maar
aan het einde van elke avond is hij dronken. Ja, hij is een loser,
maar Giamatti speelt hem niet op een meelijwekkende manier – Miles
is immers in de eerste plaats ook een zeer intelligente man, die
z’n eigen depressie met een gevoel van afstandelijke ironie kan
bekijken (“De laatste keer dat ik naar m’n psychiater ging, ben ik
de helft van de tijd bezig geweest haar computer te herstellen”).
Door nooit de pathetische toer op te gaan en de personages altijd
in hun waardigheid te laten, zorgt Payne ervoor dat we oprechte
sympathie voor hen gaan voelen, in plaats van medelijden.

Hetzelfde geldt voor Jack, een uitgerangeerde acteur die enkel nog
voice-overs voor reclamefilmpjes kan krijgen. Ooit was hij de ster
van een succesvolle tv-show, en hij gebruikt die faam van toen nog
steeds om aandacht te krijgen van vrouwen. Jack gedraagt zich
minder depri dan Miles, maar ondertussen is ook hij eigenlijk een
intrieste figuur, die zijn eigenwaarde probeert te bevestigen door
van het ene bed in het andere te springen. Thomas Haden Church,
zelf een B-acteur die nooit is doorgebroken, speelt de rol
overigens op een fantastische manier – de soms uitzinnige seksuele
escapades van het personage smeekten erom om overdreven te worden,
om kluchtig aan te gaan voelen, maar de immer gortdroge manier
waarop Payne alles in beeld brengt en de volstrekt oprechte
acteerprestatie van Church zorgen ervoor dat de film nergens over
de schreef gaat.

Dat alles klinkt misschien behoorlijk zwaar op de hand, maar in de
eerste plaats is ‘Sideways’ ook een zeer grappige komedie. Niet
veel films weten de gulden middenweg tussen humor en melancholie zo
zelfverzekerd te bewandelen als deze. Neem bijvoorbeeld een scène
waarin Miles een glaasje teveel opheeft en naar zijn ex-vrouw
telefoneert: de daarop volgende dialoog is zowel enorm droevig als
geweldig geestig – hoe je die scène ervaart, zal voor een groot
deel afhangen van de status van je eigen liefdesleven, maar
ondertussen heeft Payne toch maar bewezen dat hij het kàn. De
regisseur schakelt schijnbaar moeiteloos over van het éne genre
naar het andere. Dit is een tragikomedie in de ware zin van het
woord, waarin beide aspecten van de film even sterk uit de verf
komen.

Ook visueel weet Payne zeer goed waar hij mee bezig is. Hij houdt
het simpel, met eenvoudige camerabewegingen die nooit echt de
aandacht op zichzelf trekken, maar de hele film baadt wel in het
goudgeel licht van de ondergaande Calfornische zon en de lange,
lyrische shots van de landschappen zijn zo mooi dat je spontaan zin
krijgt om naar een reisbureau te stappen. Het enige zichtbare
cameratrucje dat Payne toepast, is dat wanneer de personages
dronken zijn, de beeldvoering minder stabiel en scherp is. Net
zoals de hoofdfiguren niet meer helemaal in een rechte lijn kunnen
lopen en een paar keer met de ogen moeten knipperen voordat ze
alles scherp zien, lijkt ook de camera te lijden aan de lijzigheid
die je krijgt na een paar glazen. Knap gedaan.

‘Sideways’ is een heerlijke film: de personages zijn dan wel
aangeknaagd door het leven, maar ze zijn zo reëel. De humor wérkt,
de tragiek is oprecht en diepmenselijk. Dit is het soort cinema dat
ze in de jaren zeventig schijnbaar aan de lopende band maakten in
Amerika, maar nu een zeldzaamheid is geworden in een industrie die
op oppervlakkigheid en onpersoonlijkheid teert. Een reden te meer
om deze kans niet te laten liggen. Ga vanavond nog kijken. En
morgenavond nog eens.

http://www2.foxsearchlight.com/sideways/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vier =