Lemony Snicket’s A Series of Unfortunate Events




Je kan veel zeggen van ‘Lemony Snicket’, maar niet dat het een film
zonder lef is. Dit is een jeugdfilm waarin het hoofdpersonage,
Count Olaf (Jim Carrey), anderhalf uur spendeert aan steeds
uitzinniger pogingen om twee kinderen van kant te maken. Hij wil
hen laten overrijden door een trein, hij wil hen aan een horde
hongerige bloedzuigers voeren en hij dreigt zelfs de jongste van
hen, nauwelijks een jaar oud, van het dak van een huis te laten
storten. Een hoog huis. Schrijvers als Roald Dahl en ook filmmakers
zoals pakweg Terry Gilliam met zijn heerlijke ‘Time Bandits’,
hebben al lang geleden bewezen dat het absoluut niet nodig is om
steeds neer te kijken op kinderen, om steeds weer dezelfde
zoeterige, lieftallige verhaaltjes te vertellen. Geef het kleine
grut een scheutje van het macabere, het griezelige, en je zult ze
veel sneller boeien. ‘Lemony Snicket’s A Series of Unfortunate
Events’ is in essentie een soortement horrorfilm, op de maat van
achtjarigen gesneden, volgestouwd met indrukwekkende gothic
decors
, en bevolkt door personages die uit het spookhuis van
uw plaatselijke kermis weggelopen lijken. Waarom ze deze prent –
ook in de VS – met kerstmis uitbrengen, is mij een raadsel. Dit is
een Halloweenfilm.

Nadat hun beide ouders omkomen in een brand, worden Violet (14),
Klaus (12) en de kleine Sunny Baudelaire door de goed bedoelende
Mr. Poe (Timothy Spall) ondergebracht bij hun naaste familielid:
hun bed-over-onder-achterneef (of zoiets), Count Olaf (Carrey).
Deze nogal excentrieke kwast is echter enkel uit op de – schijnbaar
omvangrijke – nalatenschap van de Baudelaires, en wil dus niet
liever dan alledrie de kinderen zo snel mogelijk om zeep helpen,
zodat hij z’n grijpgrage klauwen op het geld kan leggen. De
kinderen hebben echter zo hun eigen wapens om mee terug te vechten:
Violet is een amateur-uitvindster, Klaus heeft zowat alle boeken
gelezen die ooit gedrukt zijn, en Sunny bijt zich meedogenloos vast
in alles en iedereen die ze in handen krijgt. Er begint een
verbeten strijd tussen de drie kranige koters en Count Olaf.

‘Lemony Snicket’ is een film met heel wat goeie, geestige ideeën,
laat daar geen twijfel over bestaan. De openingsscène is ronduit
briljant en er valt ook heel wat te lachen met de manier waarop het
onverstaanbare babygebrabbel van Sunny consequent ondertiteld wordt
alsof ze zeer intelligente dingen aan het zeggen is. Zo wordt een
simpel “ba-ba” algauw een sarcastisch: “Wat voor pipo is die Count
Olaf eigenlijk?” Meryl Streep als de overspannen tante Josephine is
ook hilarisch: “Mijn man Ike werd opgegeten door bloedzuigers. Ik
had hem nog zó gezegd dat hij na het eten een uur moest wachten tot
hij ging zwemmen. Hij wachtte maar 45 minuten!” Dat soort van
momentjes, samen met de droge, ironische vertelstijl van Lemony
Snicket zelve (een voice-over van Jude Law), die dingen zegt als:
“U kunt nù nog buitenstappen uit de bioscoop, de huiskamer of het
vliegtuig waar deze film vertoond wordt!”, geven aan de film een
aangenaam duister gevoel voor humor, dat perfect werkt op twee
niveau’s. Volwassenen zullen er ongetwijfeld mee kunnen lachen, de
jongere kinderen onder het publiek schuifelen verder naar het
puntje van hun stoel toe, omdat ze het allemaal veel meer
letterlijk nemen. Wanneer La Streep praat over het droeve lot van
haar echtgenoot, zal elke volwassene een grijns op z’n gezicht
voelen komen. Maar een kind? Hey, een kind vindt dat gewoon érg,
die kerel is opgevreten door bloedzuigers, beseft u dat wel?! Dat
doet pijn, hoor.

Ook Jim Carrey is ditmaal genietbaar als Count Olaf. Ja, hij
bezondigt zich aan over-acting, maar in het geval van Carrey is dat
eerder een gegeven dan een uitzondering. De vraag is enkel in welke
mate dat het geval is, en ditmaal valt het nogal mee. Zijn make-up
en zijn lichaamstaal zijn zwaar geïnspireerd door die van Max
Schrek in ‘Nosferatu’ (de naam Count Olaf ligt trouwens verdacht
dicht tegen de naam Count Orlock, vindt u ook niet, en dat was hoe
ze Dracula noemden in die film). Carrey sluipt door de stoffige,
duistere gangen van zijn immense huis en beweegt zich met de
souplesse van een danser: elke beweging die hij maakt, is op de een
of andere manier wel theatraal en gracieus. Gezien de aard van het
verhaal, de stijl van de film, kan het nog net.

Maar waar de meeste mensen mee in hun hoofd zullen blijven zitten
na deze prent, is de visuele stijl ervan. ‘Lemony Snicket’ speelt
zich immers af in een volstrekt imaginaire wereld, die alleen had
kunnen bestaan in de cinema. Britse en Amerikaanse acteurs lopen
willekeurig door elkaar, de decors en rekwisieten lijken toe te
behoren aan de jaren dertig en veertig, maar de culterele
referenties komen dan weer duidelijk uit 2004. Op die manier
situeert het hele verhaal zich in een niemandsland van tijd en
ruimte, letterlijk een fantasiewereld, waarin fantastische dingen
te zien zijn. Het huisje van tante Josephine, gebouwd op enkele
houten palen, vele tientallen meters boven een afgrond. De
reptielenkamer van oom Monty (Billy Connely), een avonturier die
zich de trotse eigenaar mag noemen van enkele honderden slangen.
Die landschappen waar de kinderen doorheen rijden in de auto van
Mr. Poe. Alles ziet er even kleurrijk en fantasierijk uit, zónder
daarom te vervallen in eenvoudige kitsch. De warme gele kleuren die
we zien in het huis van oom Monty en bij enkele prachtige
zonsopgangen contrasteren met het koele grijs en blauw dat wordt
gebruikt wanneer Count Olaf in de buurt is. De camera zoeft met
zichtbaar plezier doorheen de uitgebreide decors, maar toch krijg
je steeds de indruk dat regisseur Brad Silberling perfect de
controle over z’n visuele trukendoos weet te bewaren. Silberling
deed ons eerder het vreselijke ‘City Of Angels’ aan, maar heeft
hier echt iets gecreëerd dat visueel opvallend genoemd mag worden,
zonder protserig of campy aan te voelen.

Goeie stuff dus, deze ‘Lemony Snicket’, hoewel ik daar wel aan moet
toevoegen dat er verhaaltechnisch hier en daar een aantal
verbeteringen mogelijk waren. De film valt overduidelijk uiteen in
drie bedrijven: het verblijf bij Count Olaf, bij oom Monty en bij
tante Josephine – dat heb je dan wanneer je één film gaat baseren
op drie kinderboeken uit dezelfde reeks. Alledrie de episodes zijn
sterk genoeg om je over de drempels heen te dragen, maar je mist
wel een gevoel van eenheid tussen de segmenten. Bovendien kan ook
‘Lemony Snicket’ toch ook weer niet buiten een sentimenteel
levenslesje op het einde. Wanneer zullen ze het ooit eens
leren?

Strafpunten daarvoor dus, maar vergis u niet: dit is een zeer fijn
filmpje, waarbij ik steeds de naam Tim Burton door m’n hoofd voelde
spoken. Wat een goed teken is.

http://www.unfortunateeventsmovie.com/main_flash.html

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − zeven =