Christian Kleine :: Real Ghosts

De dag dat ik als knaap van negen bijna gewurgd werd door een
(Duits) vriendje, ben ik me gaan interesseren in geschiedenis. Het
is van toen dat ik besefte dat niet alle mensen broeders waren en
dat er – niet zover van ons landje – een volkje woonde dat haar
buurlanden niet steeds even vriendelijk bejegende. Het leverde me
jarenlang een Duitsland-complex op. Het heeft me er ook jarenlang
van weerhouden me te interesseren voor muziek die van bij onze
oosterburen kwam (al hadden vooral The Scorpions, Modern Talking,
Udo Jürgens en Boney M. daar veel schuld aan). Dat veranderde toen
ik via het uitstekende ‘Krautrocksampler’-boek van Julian Cope de Duitste experimentele
muziek leerde kennen, me vervolgens stortte op de Neue Welle en ten
slotte elektronica.
Eén van de belangrijkste figuren in dat genre is Christian Kleine.
Hij is bekend van zijn samenwerking met Thaddeus Herrmann (samen
vormen ze het duo, u raadt het nooit, Herrmann & Kleine), maar
ook solo liet hij zich in het verleden opmerken met twee
verrukkelijke werkjes vol melodische elektronica ‘Beyond Repair’ en
‘Valis’, die hem een plaatsje opleverden in de platenkast van menig
liefhebber van intelligent dance music in het algemeen en
van het Morr-label in het bijzonder.
En vandaag is er dus ‘Real Ghosts’, het derde werkstuk van Kleine
himself. Overduidelijk is dat hij op deze cd wil bewijzen dat hij
niet alleen met zijn PowerBook, maar ook met een gitaar uit de
voeten kan. Hij bewees dit al in het verleden, op ‘Tides’ van
Aravone, maar ook op deze langspeler laat hij horen dat hij beter
is dan de gemiddelde kampvuurtokkelaar. De kern van de songs is nog
steeds elektronisch, maar wat hij rond zijn liedjes drapeert, is
vaak opvallend organisch. Zo gebeurt het dat nummers heel zacht
beginnen, een warm Rhodes-wolkje hier, een gezellig knetterend
‘clickje’ of ‘cutje’ daar, en hop, denk je, we zijn weer vertrokken
voor een aangename reis door enkele prachtige soundscapes of
elektronische wiegeliedjes. Niet dus. In plaats van de songs rustig
te laten voortkabbelen tot ze uitmonden in een volgend riviertje,
gooit Kleine er ten gepaste tijde een geut gitaar, drum, bas of
harmonica tegenaan.
Het resultaat mag er wezen. Geen rimpelloze vijvertjes meer, maar
een bijwijlen ontstuimige zee, met hoog opspattende wolken. De
plaat begint erg rustig, met de kale intro van ‘Home’, een nummer
dat echter al gauw openbarst als een rijpe zweer die blijft kloppen
op het ritme van de beat. In ‘Stations’ drijven donkere
synth-wolken boven ons hoofd, die meteen worden weggeblazen door
een beest van een baspartij. De titel van track drie ‘Like the
Clouds, Like the Sky’ linken we met plezier aan het gezegde
What’s in a name?, want in nummer vier (‘Ghostwriting’) is
daar plots die wilde gitaar, die Sonic Youth-gewijs langs alle uithoeken
van zijn homestudio scheurt. Na dit nummer keert de rust heel even
terug in ‘R Last’ en ‘Handsome Used’. ‘Shifts of Wood’ is
ongetwijfeld één van onze favoriete tracks, en niet alleen omdat
hij verdomd hard gelijkt op iets van Boards of Canada.
Op dat moment heeft Kleine allang gewonnen spel en mochten er voor
mijn part nog drie onnozele, mottige deunen à la Alphaville op de
plaat staan, de buit is toch al binnen. Onze vriend doet er echter
nog een serieuze klets bovenop en diept met ‘That’s Why You Came’,
‘Tastetouch’ en ‘Disappearing Objects’ nog drie paarlen op uit zijn
soundpool. In dat laatste nummer maakt hij de luisteraar er nog
maar eens attent op dat de relatie met zijn gitaar er duidelijk één
is van slaan en zalven. Op sommige nummers geselt hij het
instrument zoals een Amerikaanse militair omgaat met de gevangen in
Abu Graib, in het dromerige, stemmige ‘Disappearing Objects’
beroert hij de zes snaren met zachte hand, alsof het een nest
pasgeboren puppy’s is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + dertien =