The Last Emperor





160 min. / 210 min. director’s cut / F-I-UK / 12 jaar /
1987

‘Je kunt geen grotere of kleinere macht hebben dan die over
jezelf.’ Leonardo Da Vinci heeft dat ooit gezegd en voor het geval
u het zich moest afvragen: néé, dat wist ik ook niet uit mezelf, ik
heb ‘m opgezocht. Maar het is wel toepasselijk voor ‘The Last
Emperor’, Bernardo Bertolucci’s prachtige film uit 1987 – de
regisseur schetst ons hier immers een beeld van een jongen die
wordt opgevoed met het idee dat hij de machtigste man op aarde is.
Maar hij mag z’n eigen voordeur niet uitwandelen. Hij kan anderen
bevelen om inkt op te drinken, maar over zichzelf heeft hij niets
te zeggen. Als kind niet, en als volwassene eigenlijk ook niet. Met
alle oneindige macht die hem wordt toegezegd, is hij de meest
hulpeloze man ter wereld – de laatste keizer van China.

Aisin Gioro Pu Yi wordt in 1908, twee maanden voor zijn derde
verjaardag, uitgeroepen tot keizer door de stervende
keizerin-weduwe Cixi. De jongen groeit op met de vrouwen van zijn
voorganger en een horde eunuchen als dienaars om zich heen – hij
wordt op al z’n wenken bediend en heeft er (wat wil je ook, op die
leeftijd), nauwelijks enige notie van wat het betekent om een
keizer te zijn, behalve dan dat iedereen voor je buigt en doet wat
je zegt. In 1912 wordt China evenwel een republiek – de
revolutionaire Kuomintang beweging onder Sun Yat-sen stelt
president Yuan Shikai aan. Pu Yi wordt hiervan niet op de hoogte
gebracht; in ruil voor het goedkeuren van de machtsoverdracht,
hebben zijn fezelende raadsheren het zo kunnen regelen dat de jonge
keizer in zijn uitgebreide domein, de Verboden Stad, mag blijven
leven zoals hij dat eerder deed. Pu Yi is nu in essentie een
gevangene in z’n eigen paleis, een symbolische figuur die nooit
enige reële macht heeft gehad. Wanneer hij, als tiener, probeert om
naar buiten te gaan, worden de deuren haastig voor z’n neus
gesloten.

Terwijl buiten, in Pu Yi’s keizerrijk dat hij nooit gezien heeft,
een burgeroorlog uitbreekt tussen de Kuomintang (nu onder leiding
van Sun Yat-sens opvolger Chiang Kai-shek) en de communistische
beweging van Mao Zedong, kan Pu Yi enkel dromen van een echt leven.
Hij trouwt, met twee vrouwen, en krijgt les van een Britse
professor, R.J. Johnston (Peter O’Toole). Uiteindelijk, in 1925,
wordt hij uit de Verboden Stad gezet door de krijgsheer Feng
Yuxiang.

Ondertussen zijn de Japanners echter China binnengevallen en hebben
ze de noordelijke provincie Mantsjoerije ingenomen. Ze nodigen Pu
Yi uit om de keizer van de vazalstaat Manchukuo te worden en
aangezien hij niet bepaald veel aantrekkelijke alternatieven heeft,
accepteert hij. Pu Yi wordt opnieuw een vogel in een gouden kooi,
een keizer zonder macht, die ditmaal enkel te doen heeft wat de
Japanners hem opdragen. Met het einde van de Tweede Wereldoorlog en
de nederlaag van Japan, wordt Pu Yi gearresteerd en in een
communistisch heropvoedingskamp geplaatst, waar men hem probeert te
leren een “vruchtbaar leven” te leiden.

Bertolucci heeft hier dus duidelijk een film gemaakt over een
ingewikkeld hoofdstuk in de geschiedenis, waar de meeste westerse
publieken maar weinig vertrouwd mee zijn. De Sino-Japanse oorlog en
de gebeurtenissen in China die daaraan vooraf gingen, behoren
absoluut niet tot het vaste curriculum van geschiedenislessen in de
middelbare school en doorgaans vormen ze ook niet het onderwerp
voor films of literatuur. Eén van de grote verdiensten van ‘The
Last Emperor’ is dan ook in de eerste plaats de manier waarop de
historische elementen in de film worden verwerkt – een publiek dat
geen voorkennis heeft over de geschiedenis, zal op het einde
misschien niet in detail kunnen vertellen waar het hele
achterliggende conflict precies over ging, maar de hoofdlijnen
zullen in ieder geval duidelijk zijn. Dat is al heel wat.

Niettemin zou het fout zijn om ‘The Last Emperor’ als een louter
historische film te bekijken – meer dan wat ook is het een
karakterschets van een volstrekt passief personage. Pu Yi doét in
feite helemaal niks over de loop van de film; er overkomt hem
vanalles. Hij is als het ware een bijstaander in z’n eigen leven.
Hij observeert de historische gebeurtenissen die om hem heen
plaatsvinden, maar hij heeft geen enkele macht om ze te beïnvloeden
of tegen te houden. Dat is wat hem zo bijzonder maakt, dat is de
ironie van Pu Yi’s leven: hoe meer macht men hem toedichtte, hoe
minder vat hij had op z’n eigen leven. De regisseur veroordeelt
zijn hoofdfiguur nergens, maar lijkt in tegendeel een soort van
medelijden met ‘m te voelen: Pu Yi weet niet hoe hij zich moet
redden in de echte wereld en anderen misbruiken hem daarmee.

Bertolucci giet die ideeën in een magnifieke film: visueel is de
regisseur hier op het toppunt van z’n vermogens. Als lid van de
communistische partij, kreeg de Italiaan toestemming om in de echte
Verboden Stad te filmen – de goudkleurige dakpannen blinken dat het
een aard heeft, duizenden figuranten bevolken de binnenpleinen. Het
is een spektakel om te aanschouwen. Ook latere scènes getuigen van
een enorme visuele kracht – eens de actie zich verplaatst naar
Manchukuo onder Japanse leiding, worden de kleuren grijzer,
grauwer, troostelozer. In één scène zien we een van de vrouwen van
Pu Yi door de regen lopen. Een bediende rent achter haar aan met
een paraplu, maar voor het eerst in haar leven wordt de dame zich
ervan bewust dat ze die niet nodig heeft – de realisatie dat regen
geen kwaad kan, is schijnbaar groot nieuws voor haar en we zien
haar lachend genieten van het water op haar huid. De manier waarop
Bertolucci dat in beeld brengt, is ronduit somptueus. En dan hebben
we het nog niet gehad over het kroningsfeest van Pu Yi als keizer
van Manchukuo! De film zit barstensvol met dat soort van momentjes;
momenten die knétteren van de energie, van de levendigheid.

Voeg daar nog aan toe dat er zeer sterk geacteerd wordt door John
Lone als de volwassen Pu Yi en Peter O’Toole als flegmatische Brit
en u hebt ‘The Last Emperor’: een film die zowel inhoudelijk als
visueel onvoorstelbaar geraffineerd in elkaar zit en die, ondanks
z’n lengte, nergens gaat vervelen. Natuurlijk kan je wel beginnen
zeuren als je wil: zo is het geloof van Bertolucci in de
heropvoedende kracht van het communisme vrij naief: voor Pu Yi
werkt de heropvoeding die hij krijgt. Na z’n vrijlating slijt hij
z’n laatste jaren als tuinier en de suggestie is, dat hij voor het
eerst in z’n leven écht gelukkig is. De geschiedenis spreekt die
positieve afschildering van dergelijke kampen tegen. Maar goed, dat
is een detail. ‘The Last Emperor’ is een klassieker die het
verdient om steeds herontdekt te blijven worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × drie =