The Manchurian Candidate

Het is eeuwig zonde dat de in 2002 overleden regisseur John
Frankenheimer aan het einde van z’n carrière z’n toevlucht moest
zoeken in nogal futloze flutfilms als ‘The Island of Dr. Moreau’ en
‘Reindeer Games’ – er was immers een tijd dat Frankenheimer een
belangrijke, vitale filmmaker was, die wist hoe hij z’n publiek
moest vastgrijpen en hoe hij op een visuele manier een verhaal
moest vertellen. ‘Birdman Of Alcatraz’ is een mooi voorbeeld. ‘The
Iceman Cometh’ ook. En dan is er natuurlijk ‘The Manchurian
Candidate’, een klassiek geworden politieke thriller uit 1962, die
binnenkort opnieuw in de zalen komt in de vorm van een remake met
Denzel Washington. Over de remake is het nog te vroeg om uitspraken
te doen, behalve dan de voor de hand liggende vraag “waarom zou
deze prent er één nodig hebben?”, maar het origineel blijft in
ieder geval als een paal boven water staan als een uitzonderlijk
knap staaltje suspense-cinema, die later nog erg veel invloed zou
uitoefenen op paranoïa-thrillers uit de jaren zeventig, zoals ‘The
Parallax View’ en ‘All The President’s Men’.

In 1952 wordt een peleton Amerikaanse soldaten gevangen genomen in
Korea, en overgebracht naar een geheim onderzoekscentrum in
Mantsjoerije, waar Koreaanse, Chinese en Russische wetenschappers
zijn samengekomen om toe te zien hoe de Amerikanen worden ingezet
voor een top-secret plan. De soldaten worden gehersenspoeld zodat
ze zich achteraf niets meer van hun gevangenschap zullen
herinneren, en één van hen, Raymond Shaw (Laurence Harvey) wordt
uitgekozen voor een speciale opdracht. Frankenheimer maakt er vanaf
het begin geen geheim van dat die opdracht een moordaanslag
inhoudt, maar hoe en wanneer? En bovenal: op wie?

De Amerikanen worden terug naar huis gestuurd met aangepaste
herinneringen – wat zij denken, is dat Shaw hen allemaal gered
heeft door eigenhandig een regiment vijanden uit te schakelen. Shaw
krijgt een Medal of Honor en keert terug naar Amerika om begroet te
worden door zijn feeks van een moeder (Angela Lansbury), en haar
tweede echtgenoot, een extreem rechtse politicus, John Iselin
(James Gregory), die verdacht veel gelijkenissen vertoont met
Joseph McCarthy. Shaw weet het niet, maar voor hem is het enkel
afwachten tot de communisten hem opnieuw onder hypnose brengen
zodat hij zijn moord kan plegen. De andere soldaten, ondertussen,
lijden aan hevige nachtmerries over hun gevangenschap in
Mantsjoerije. Eén van hen, majoor Bennett Marco (Frank Sinatra),
besluit Shaw op te zoeken om een verklaring te vinden.

Waar de plot van ‘The Manchurian Candidate’ dus eigenlijk op
neerkomt, is dat een extreem-rechtse politicus wordt gemanipuleerd
door extreem-links om de macht te grijpen in de VS. De machinaties
van die plot houden onder andere hypnose via een kaartspel in, de
casuele moord op een krantenredacteur, toevallige ontmoetingen op
treinen en communisten die maar al te graag gaan winkelen bij
Macy’s. In feite is dit dus klinkklare nonsens – neem de monoloog
van Angela Lansbury op het einde, waarin de intrige grotendeels
wordt uitgelegd, en plaats die op zichzelf, buiten de context van
de film, en je hebt een dijenkletser van formaat. Maar binnen die
context werkt het wonderwel – de maatstaf van kwaliteit van een
goeie thriller is niet zozeer hoe geloofwaardig hij is, als wel
hoeveel nonsens hij ons kan doen geloven zónder dat we onszelf daar
vragen bij gaan stellen tot later, lang nadat de film afgelopen is.
In de eerste plaats is ‘The Manchurian Candidate’ een politieke
satire die zowel extreem-rechts als -links een fikse veeg uit de
pan geeft. Extremistische standpunten voeden elkaar, zo wordt
gesuggereerd, en leiden enkel tot nog meer miserie.

De verhaallijn van ‘The Manchurian Candidate’, over een door de
communisten gehersenspoelde soldaat die een politieke moord tracht
te plegen, werd na de moord op John F. Kennedy natuurlijk plots
zeer pijnlijk – Oswald was een ex-marinier die een tijdlang in
Rusland gewoond bleek te hebben. Ster en producer Frank Sinatra,
zelf een notoir aanhanger van Kennedy, besloot om vervolgens de
film uit de roulatie te halen en het was pas in 1987 dat hij een
re-release toeliet. Op dat moment betekende dat voor maar al te
veel mensen een eerste kennismaking met een verloren gewaande
klassieker. Een film met een waanzinnige plot, die echter zo
nauwkeurig werd geconstrueerd door Frankenheimer, dat niemand er
schijnbaar problemen mee heeft hoe gek het wel wordt. De situaties
volgen elkaar met zo’n schijnbare logica op, dat je het gewoon
slikt. Recentere voorbeelden, zoals ‘The Usual Suspects’, hadden
die truc ook onder de knie: nuchter bekeken is ook die film
volkomen onzinnig, maar de regisseur heeft ons zo gemanipuleerd dat
we het aanvaarden.

Politiek gezien was ‘The Manchurian Candidate’ allicht de eerste
film die de enorme impact van het televisietijdperk behandelde.
Telkens wanneer Iselin weer één van z’n vreselijke rechtse
politieke nummertjes opzet, is de tv erbij, en we zijn getuige van
veel van die scènes via tv-monitors. De late jaren vijftig, vroege
jaren zestig betekenden een fundamentele verandering in de manier
waarop politiek gevoerd werd – het was niet meer voldoende om goeie
ideeën te hebben, je moest het ook goed kunnen brengen, je moest
over een zekere showmanship beschikken. Frankenheimer geef daar
commentaar op door van de politieke scènes in zijn film
voornamelijk een tv-show te maken.

Bovendien is dit een visueel bijzonder uitgepuurde prent –
Frankenheimer zou altijd gek blijven op deep focus cinematografie,
waarin de voorgrond even scherp is als de achtergrond. Dit wordt
zeer goed duidelijk in een vroege scène, waarin Iselin een
bijeenkomst van z’n politieke tegenstanders onderbreekt met één van
zijn anti-communistische tirades. Op de voorgrond zien we – typisch
– tv-schermen, op de achtergrond zien we de eigenlijke deelnemers
aan het debat. Allebei komen ze even scherp in beeld, zodat onze
aandacht niet automatisch naar één van beide gestuurd wordt – als
kijker moeten we actief beslissen op welk deel van het scherm we
onze aandacht zullen richten. Maar door de manier waarop
Frankenheimer zijn shot in elkaar steekt, is het gewoon makkelijker
om de tv-schermen te volgen. De deep focus in deze
specifieke scène is niet alleen knap gedaan vanuit een
cinematografisch standpunt, maar ze draagt ook bij aan de thematiek
van de film: het is een politiek geladen scène, en we nemen ze waar
via de televisie. We hadden ook naar de echte mensen kunnen kijken,
verderop in beeld, maar we kiezen ervoor om de tv-schermen te
volgen. Waarom? Politiek is een tv-show.

‘The Manchurian Candidate’ bevat waarschijnlijk de beste
acteerprestaties van zowel Sinatra als Angela Lansbury (het is
moeilijk om Jessica Fletcher en de stem van de theepot uit ‘Beauty
and the Beast’ met deze überbitch te identificeren, maar zo zie je
maar weer). Het is een erg intense, strakke film met een prachtige
fotografie en een politieke boodschap die z’n tijd minstens tien
jaar vooruit was. Ze zullen met hun remake al héél vroeg mogen
opstaan om dit te kunnen overtreffen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − dertien =