Superdiesel :: ”Luc De Vos, we weten je wonen!”

Een jaar geleden speelden we met zijn allen dat spannend raadselspelletje ’wie is het?’. Wie schuilde er toch achter dat aanstekelijke ticket naar de zon? Bookmakers deden gouden zaken, mensen werden nog net niet hysterisch en wanhopig. Tot de sluier werd opgelicht en er Lennard en Reinert van Yum onder bleken te zitten. Iedereen kon weer tot de orde van de dag overgaan en de vuilbakken konden weer naar buiten.

Rond de release van het eerste album van Superdiesel wordt al heel wat minder geheimzinnig gedaan. Wanneer we ons aanmelden in het Zuiderpershuis in Antwerpen, hoeven we geen dure eed af te leggen of een contract te ondertekenen. Op vragen over de jaren tachtig blijken ook geen lijfstraffen te staan. Al vlug schuiven we dan ook de voeten onder tafel, voor een Bolleke en een interview met Reinert D’haen en Lennard Busé, het duo achter de leukste Nederlandstalige groep van het moment. Om de stilte te doorbreken stelden we na aandringen dan maar een openingsvraag:

enola: Ik ben blij dat jullie de Viewmaster terug in ere hersteld hebben door hem in volle glorie op de hoes te plaatsen. Hadden jullie vroeger zelf een exemplaar?
Reinert (drums): "(enthousiast) Ik had er ééntje in oranje. En het was inderdaad leuk: de wereld waar je dan in terecht kwam, dat was pure 3D avant la lettre. Ik had zelfs Sneeuwwitje en Donald Duck in mijn collectie."
Lennard (zang en tekst): "Ik had ook zo’n oud model als op de hoes. Model nummer 10, geloof ik. Ik vond dat fantastisch: je kon dat overal mee naartoe nemen, in de auto, op weg naar het buitenland. Ik ben er zelfs van overtuigd dat het nog steeds zou aanslaan bij kinderen. Ook al zijn die nu andere dingen gewoon. En we moesten natuurlijk ook wel iets op de hoes zetten."

enola: Een viewmaster vertelt natuurlijk nooit het hele verhaal, je krijgt momentopnames. Is dat ook van toepassing op Superdiesel? Beschouwen jullie deze groep als een leuk zijprojectje?
Lennard: "Neen. Het staat ernaast, het is geen opvulsel. Als het een project is, dan is het gewoon een hele goeie groep. Of andersom. (lacht) Neen, het is echt wel een groep apart. Met weliswaar veel dezelfde mensen aan boord, maar het staat toch voor iets anders. Het is in het Nederlands, dat is al heel iets anders."

enola: Is dat moeilijker? Luc De Vos bijvoorbeeld heeft het wel eens over de beperkingen wanneer je in het Nederlands zingt. Hoe moeilijk was het voor jullie om de omschakeling te maken, van het Engels naar het Nederlands?
Lennard: "We hadden het er onlangs nog over. Je stelt je toch kwetsbaarder op, dan wanneer je in het Engels zingt. Als je een Nederlandse tekst maakt, begrijpt iedereen dat natuurlijk onmiddellijk. Je probeert om de clichés heen te wandelen, maar niet moedwillig. Wij hopen dat de clichés alleszins minder opvallen."
Reinert: "In het Engels heeft een woord ook een bepaalde sfeer, je bent niet met het woord op zich bezig. In het Nederlands is het de kunst om ook zo’n gevoel aan dat woord te geven. Het maakt een groot verschil, iets in het Nederlands schrijven, het repeteren en daarna terug horen. Het is vooral een erg grote schok. Net hetzelfde als je opgenomen stem voor de eerste maal terughoren."

enola: Is het dan ook anders om voor de eerste keer een tekst voor de hele groep te zingen?
Lennard: "Absoluut. Als je het zou willen visualiseren: het is simpelweg met de billen bloot gaan."

enola: Dat wordt aanvaard in de groep? Er komt niet eerst een bak Duvel aan te pas?
Lennard: "Ach, dat valt best mee. Nu, ik ben wel blij dat ik Reinert al zo lang ken. Anders was het inderdaad wat moeilijker geweest om zomaar in uwen bloten te gaan staan. Maar Duvel is wel een mogelijkheid, bedankt voor de tip."

enola: Tijd blijkt een belangrijk concept op Nooit genoeg!. Zowel muzikaal als tekstueel wordt vaak naar het verleden verwezen, meer bepaald naar die vermaledijde jaren tachtig.
Reinert: "Wel, je groeit daar mee op. Onbewust begin je dat baarmoedergevoel terug op te roepen. Je grijpt terug naar de zaken waar je je goed bij voelt. Niks mis mee."
Lennard: "Je probeert eigenlijk met de basis die je hebt toch fris en nieuw voor de dag te komen. Je probeert iets unieks te maken. Voor jezelf, maar hopelijk ook voor andere mensen. En hoe je het ook draait of keert: je neemt altijd je verleden mee. Je kunt er van weglopen, maar het zal je toch steeds weer inhalen. Dat is misschien ook je kwetsbaar opstellen."

enola: Is er iets wat voor jullie echt niet hoeft terug te komen uit die jaren tachtig?
Lennard: "Goh, "Boys Boys Boys" van Sabrina misschien?"
Reinert: "Ik heb me daar een paar weken geleden toch nog eens goed op laten gaan. Het was wel op een trouwfeest en het was erg vroeg in de ochtend."
Lennard: "Wat ik me wel nog herinner als de dag van gisteren, is die hele Live Aid-show. Ik denk dat ik die dag volledig gevolgd heb, tot zes uur ’s ochtends, of zo. Onder andere Duran Duran speelde zowel in Engeland als in de Verenigde Staten. Het was prachtig: midden in de nacht, je mocht eigenlijk niet naar de radio luisteren, dus je zat daar weggedoken met je hoofdtelefoon. Schitterend en het hoeft ook niet meer terug te komen. Net als de 286-computer, dat hoeft ook niet meer."

enola: Er staan nogal wat verschillende stijlen op het album. Hadden jullie niet liever een erg homogene plaat gemaakt?
Reinert: "We hebben ook het voordeel dat we rond de unieke stem van Lennard heel veel verschillende dingen kunnen doen. Je hebt van die zangers die zich perfect aanpassen aan de gevraagde stijl. Lennard doet duidelijk zijn eigen ding."
Lennard: "We hebben, zonder hautain te willen klinken, ook het volste vertrouwen in onze eigen nummers. De platenfirma wou bijvoorbeeld een nieuwe single uitbrengen en vroeg ons of we een voorkeur hadden. Ons maakte het echt niet uit. We hadden geen flauw idee."

enola: Is er ook zo vlotjes over "Ticket naar de zon" gegaan? Ik bedoel maar: had dat nummer op zich al die geheimzinnigheid nodig?
Lennard: "Achteraf bekeken misschien niet. Toen leek ons dat, in samenspraak met de platenfirma, een goed idee. Het leverde een leuke hype op."
Reinert: "Het is toch uitgedraaid op een goede commerciële stunt. Het was ook een gok: het had anders kunnen uitdraaien. Men had ons kunnen verzwijgen. Leuk waren ook de namen die de revue passeerden: Frank Vander linden, Mauro en zelfs Tom Barman werd even vernoemd. Men gokte ook op enkele medewerkers van Studio Brussel."
Lennard: "Het moeilijkste was om het zelf te verzwijgen. Fans van Yum of sommige mensen in de media wisten het wel snel, maar speelden het spel wel mee. Anders was het natuurlijk ook snel voorbij geweest. Nu heeft het ongelofelijk lang geduurd: van half augustus tot en met half oktober toen we bij Wim Oosterlinck op Studio Brussel het geheim onthulden."

enola: Is Superdiesel, net als Yum, een strikt duo? Valt die samenwerking Lennard & Reinert een beetje te vergelijken met andere duo’s als Lennon & McCartney of Morrissey & Marr?
Reinert: "De ideeën vertrekken bij ons, maar het eindresultaat zou anders zijn, mochten Jeroen en Matthias (Swinnen, elektronica en Van der Hallen, gitaar, pf) niet hebben meegespeeld. Met andere muzikanten had de plaat zeker anders geklonken."
"Wij schrijven samen de muziek. Iemand komt altijd met een idee op de proppen en daar wordt verder op doorgeborduurd. Het is niet zo dat we samen aan tafel gaan zitten om een nummer te schrijven."
Lennard: "Ik zag zo ooit die gasten van The Housemartins samenzitten rond een picknicktafel, om te brainstormen rond een nummer. Bij ons gebeurt dat eerder gevoelsmatig."
Reinert: "Het kan beginnen met één akkoord, een simpele zanglijn of iets dergelijks. En dan gaan we dat verder invullen. Een mooi voorbeeld is "Waar ben jij?": het is de essentie van waar Superdiesel voor staat. We proberen toch op één of ander manier een melancholisch gevoel aan te spreken, maar tegelijkertijd willen we het ook relativeren. Tegen het einde van het nummer is het de bedoeling dat je mee aan het wiegen bent, dat er een soort Gainsbourg-gevoel ontstaat."
Lennard: "Je probeert tot een gebalanceerd geheel te komen. Iedereen haalt er natuurlijk uit wat hij wil. Als je een melancholische bui hebt, kan het nummer heel anders klinken."
Reinert: "Ik vind het een fantastisch gevoel, om toch nog met iets te kunnen lachen, wanneer je diep in de put zit."

enola: Willen jullie dat bereiken met Superdiesel? De mens een glimlach bezorgen? In jullie bio staat het beschreven als ’ultieme onthaastingsmuziek’.
Lennard: "Dat zit er zeker in. Je wil de mensen toch raken op één of andere manier. Uiteraard maak je in de eerste plaats muziek voor jezelf, maar wanneer je het publiek even hun gedachten kan laten verzetten, met wat je op een podium of op een plaat brengt, dan geeft dat een goed gevoel. Als je het zo bekijkt is het inderdaad onthaastingsmuziek. Even het normale overstijgen. Ik heb zo Eddie Vedder tijdens een prijsuitreiking horen zeggen, dat hij er zonder muziek waarschijnlijk niet had gestaan. Dat is misschien extreem gesteld, maar als je dat met muziek kan bereiken is het mooi."

enola: Welke muziek draaiden jullie tijdens de opnames van Nooit genoeg!?
Reinert: "Echt waar: de demo’s van Superdiesel."
Lennard: "Goh, daar vraag je iets. Misschien toevallig, maar tijdens de pauzes heb ik vaak Music For The Masses van Depeche Mode gedraaid. Puur jeugdsentiment."
Reinert: "Ik heb onlangs nog iets van de Human League gekocht. Iets met baby’s op de hoes (Reproduction, pf). Ik zag dat mid-price liggen en heb dat maar meegenomen."

enola: Kunnen jullie leven van de muziek alleen?
Reinert: "Neen, maar ik heb de slagerij nog, een studiooke, ik stempel als het moet. Het is elke keer proberen te overleven. Lennard heeft wel een vaste job."
Lennard: "Ja, ik leid een driedubbel leven, om muziek te kunnen maken. Vroeger had ik bijvoorbeeld een job ’s nachts en probeerden we overdag een plaat te maken. Dat was niet vol te houden. En dus moet je noodgedwongen op zoek naar een job, waar je wat meer flexibel kan zijn. Nu doe ik dus een bureaujob, bij een dochteronderneming van de Post. Ik controleer alle databases, die gebruikt worden voor direct mailings en dergelijke. Databeheer. (lachje) Valt te vergelijken met muziek dus: al even abstract. Misschien is dat ook het probleem met het statuut van de artiest. Politici snappen het hele muzikale en creatieve gebeuren niet, omdat het hen te abstract is."

enola: Dat Nederlandstalige rock ook met wat fijnere teksten kan weten we sinds Gorki, Noordkaap/Monza en De Mens. Zien jullie Superdiesel in dat rijtje plaatsnemen?
Reinert: "We gaan er ééntje uitduwen. De Vos, we weten je wonen."
Lennard: "Het zou leuk zijn, als de mensen ons zouden erkennen als een volwaardige Nederlandstalige band. Je hebt dat alleen niet zelf in de hand. We liggen er niet wakker van, mocht het niet zo zijn."

enola: Op het einde van de cd staat het wel erg korte "Seppe’s licht", waarin een kind het licht mag uitdoen. Eén van jullie kinderen?
Lennard: "Het was puur toeval. We waren iets aan het opnemen en mijn zoontje stond in de zetel. Toen we naar boven moesten om te eten, zei hij dat we moesten weggaan en dat hij het licht wel zou uitdoen. Achteraf bleek dat ik dat had opgenomen. Het leek me geen slechte afsluiter van de cd."

enola: Afsluiten, daar zeg je zoiets. Bedankt voor het gesprek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − twee =