Sébastien Tellier (‘I Want My Politics Back!’, Concert en Formule Cabaret)

28 april 2004
AB Club, Brussel

Brussel, Anspachlaan, Ancienne Belgique… Terwijl in de grote zaal
Luc De Vos, de Lamme Goedzak van de Vlaamse rock, met zijn groep
Gorki alweer een ongetwijfeld memorabel concert gaf, besteeg een
honderdtal ‘zonderlingen’ de trappen naar de AB Club, voor het
optreden van Sébastien Tellier, de Tijl Uylenspiegel van de Franse
pop. Tellier, drie jaar geleden opgegroeid onder de vleugels van
Air, bracht enkele weken geleden zijn tweede plaat uit. Politics is een geëngageerde plaat,
waarop hij het opneemt voor de zwakkeren en de minderbedeelden van
onze samenleving, maar tegelijk ook stevig uithaalt naar de
hypocrisie van het politiek correct denken.
Blijkbaar kan je voor concerten twee Telliers boeken: met zijn ‘all
stars-band’ of volgens de ‘formule cabaret’. Het was dit laatste
dat we gisteren voorgeschoteld kregen in de Club. Iets over
halfnegen betrad een goedgemutste Tellier (die er echt wel uitziet
als een kruising van Jezus Christus en de Urbanus van Anus uit de
jaren ’70) het podium, samen met zijn twee muzikanten.
“Concert”, zei u? Om tien uur, toen een duidelijk beschonken
Tellier van het podium strompelde, hadden we niet bepaald het
gevoel dat we naar een concert geweest waren. Dit was geen
optreden, dit was een non-optreden. Was het slecht? Nee. Goed? Nee,
toch niet naar de normen die men normaal hanteert voor concerten.
Voelde ik me in het ootje genomen? Nee, toch niet toen ik vanmorgen
op de site van Tellier las dat dit dus een zogenaamd concert
‘formule cabaret’ was.
Het avondje Tellier begon anders wel aardig. Nadat hij zichzelf had
voorgesteld aan het publiek en plechtig beloofde er een zo goed
mogelijk concert van te maken, volgde er een kort schietgebedje en
werd de eerste song ingezet, het fantastische ‘Broadway’ van zijn
laatste plaat. Daarna werd er al
meteen fors gas teruggenomen, met enkele heel rustige, zachte maar
mooie songs uit ‘L’Incroyable Verité’, het debuut van Tellier (een
erg kalme, dromerige plaat) en een knappe versie van het in het
Spaans gezongen ‘League Chicanos’. So far, so good, met andere
woorden, al hielden we ons hart vast bij elke slok die Tellier nam
van het glas ‘cola tic’ dat hem de hele avond vergezelde. Want hoe
meer hij dronk, hoe minder er werd gemusiceerd maar des te meer
geconfereerd en gegekscheerd.
Na nog wat rustige luisterliedjes en een theatraal ‘Bye Bye’
(gecomponeerd voor de film ‘Nonfilm’, waarin hij zelf ook een
rolletje speelt), werd plots een zinderende, uitgesponnen versie
ingezet van ‘Ketchup vs Genocide’. Ahaa, dacht ik, eerst kregen we
een soort unplugged-gedeelte, nu zal het er wat steviger aan toe
gaan! Mis poes. Na de song waarin bassist André Nkouaga een
hoofdrol opeiste, stuurde Tellier zijn twee companen van het podium
om zich even te onderhouden met het publiek. Het geschikte moment,
zo leek hem, om ons kennis te laten maken met wat de dag van
vandaag de grootste hits zijn in Frankrijk. Onder begeleiding van
pianist Rob vulde hij het volgende half uurtje met maar liefst vier
smartlappen van bedenkelijk allooi (o.a. een lied over ene Eric in
‘Amerique’). Leuk, maar een tikkeltje te langdradig. Gelukkig (voor
ons) verscheen na een tijdje bassist André weer op het podium. Op
de vraag of er nog verzoekjes waren uit het publiek, riposteerde
Nkouaga met een gevat “Ge kunt misschien nog eens iets spelen van
uzelf”. Tellier, gemaakt verontwaardigd, kroop weer achter zijn
vleugelpiano en begon aan de intro van ‘La Ritournelle’, de eerste
single die werd getrokken uit Politics. Blijkbaar had de drank dan ook
al zijn fijne motoriek aangetast, want geregeld gleden zijn vingers
naast de juiste toets. Pas wanneer hij het goeie ritme en de juiste
noten weer onder de knie had, vielen de andere twee in. Tellier
wist plots van geen ophouden meer en bleef maar doorspelen, alsof
hij in trance was, altijd weer datzelfde riedeltje, ook al toen
zijn collega’s er allang mee opgehouden waren.
En dat was het dan. Anderhalf uur lang hebben we mogen genieten van
(voor sommigen wellicht ‘ons moeten ergeren aan’) het enfant
terrible van de Franse pop, een deugniet die steeds breed lachend,
charmant en vriendelijk overal zijn voeten aan veegt, en op wie je
echt niet boos kunt zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 2 =