Spartacus





Het is een mythe dat Kubrick een kunstenaar was die zich geen
zorgen maakte over de bezoekersaantallen van z’n films. Ten tijde
van ‘Paths Of Glory’ stelde hij een
positiever einde voor, in een poging de film commerciëler te maken
en ook veel later, toen zijn reputatie al gevestigd was, bleef hij
bezorgd om de receptie van z’n werk. Schrijver Alexander Walker
trof Kubrick ooit aan terwijl hij op z’n handen en knieën de
afmetingen van krantenadvertenties voor ‘Full Metal Jacket’ zat te controleren.
Kubrick was een kunstenaar, maar hij wilde ook scoren. Hij wilde
dat z’n kunst gezien werd.

Vanuit die mentaliteit nam hij ook ‘Spartacus’ aan, het enige
project dat hij niet zelf geïnitieerd had. Kirk Douglas was met de
film begonnen, voornamelijk omdat hij pissig was nadat hij de rol
van Ben Hur gemist had. Douglas wilde een film maken “to out-Ben
Hur ‘Ben-Hur'”, en tegen de tijd dat de regisseur erbij kwam, was
de productie al lang een rampengebied. Zowel de schrijver van het
originele boek (Howard Fast) als van het scenario (Dalton Trumbo)
stonden bekend als communisten, wat in die tijd een enorm schandaal
betekende. Douglas had als regisseur Anthony Mann aangehaald, maar
hem na een week ontslagen. Hij had ook Laurence Olivier en Charles
Laughton getekend voor belangrijke bijrollen – twee mannen die
elkaars bloed wel konden drinken – én Sabina Bethmann ingehuurd om
de vrouwelijke hoofdrol te spelen, hoewel de Duitse actrice
nauwelijks Engels sprak. ‘Spartacus’ was een miljoenenproductie die
plat op z’n kont lag toen Kubrick erbij kwam. Op vrijdag ontloeg
Douglas Anthony Mann. Diezelfde dag kreeg Kubrick een telefoontje
van de acteur/producer om op maandag te beginnen met werken, zodat
er geen draaidagen verloren zouden gaan. Op één weekend moest de
regisseur zich oriënteren in de productie, te weten komen wat de
bedoeling was en hoe de film eruit moest zien. En vervolgens
stonden hem meer dan 160 draaidagen en zes maanden montage te
wachten aan een film waarover hij zelf het laatste woord niet had.
Kubrick nam de job aan omdat het een groot Hollywoodsucces beloofde
te worden, maar de ervaring bleek zo uitputtend en frustrerend, dat
hij nadien nooit nog in het Hollywoodsysteem wilde werken.

Niettemin staat ‘Spartacus’ tegenwoordig nog steeds bekend als
één van de weinige epossen uit de jaren vijftig en zestig die niet
sterk verouderd zijn. Vergeleken met sandalenepossen zoals ‘Quo
Vadis’ of ‘Demetrius and the Gladiators’, doet ‘Spartacus’
verrassend eigentijds aan. De voornaamste reden daarvan, is dat
‘Spartacus’ geen uitgesproken religieus thema behandelt – voor Fast
en in mindere mate voor Trumbo diende het verhaal van de film als
een metafoor voor de strijd van het communistische gedachtengoed
tegen het fascistische, kapitalistische regime. Een slaaf, een
proletariër, komt in opstand tegen de macht van Rome, de macht van
het geld en enkel met de kracht van z’n overtuigingen dwingt hij
het systeem ei zo na op de knieën. Dat is een thematiek die
relevant blijft, zolang er mensen bestaan die zich druk maken over
politiek, over de leiding die er wordt gegeven aan een land.
Regeringen zijn nog altijd corrupt, individuen raken nog steeds
verloren in het gedrang. Ga dat in de VS maar eens vragen – het
idee van een rebellie tegen dat soort van toestanden resoneert nog
altijd, het is een idee dat we kunnen begrijpen, waar we ons in
kunnen vinden, empathie voor kunnen voelen. Wellicht is het daarom
dat de film zo fris is blijven aanvoelen.

Bovendien worden de personages hier getekend met een voor dit
genre verrassende diepgang. Spartacus zelf is natuurlijk de ultieme
held: zwijgzaam, sterk maar als het nodig is, gevoelig. Maar het is
in de bijrollen dat we interessantere figuren ontmoeten. De
machtsgeile Romeinse consul Crassus blijkt biseksueel te zijn en
wordt voor een groot deel gemotiveerd door een seksuele jaloezie op
en begeerte voor Spartacus. Charles Laughton speelt Gracchus, een
pragmatische senator die niet vies is van wat steekpenningen af en
toe en een ware harem aan huishoudsters heeft, maar die ondertussen
wel bezorgd is om z’n volk en probeert om hen te helpen via zijn
politieke functie. Naar huidige normen is die uitdieping van de
personages allicht nog steeds een mager beestje, maar vergeleken
met de simplistische zwart-wit onderverdeling die we in andere
spektakelfilms uit die tijd zien, is dat wel opmerkelijk. Zelfs het
beste voorbeeld van het genre, ‘Ben-Hur’, heeft daaronder te
lijden. Ben Hur is goed, zijn Romeinse tegenstanders Messala is
slecht. Klaar.

Het is opvallend, voor een Romeins epos van toen, hoe weinig
tijd er wordt gespendeerd aan actie, en hoeveel aan dialogen, het
opbouwen van een intrige. De uitbraak van Spartacus en de andere
slaven uit een gladiatorenschool en de finale veldslag zijn de
enige twee grootschalige gevechtscènes in de hele film, met
tussendoor enkel hier en daar een duel. Wat de film draagt, is niet
de actie, maar de manier waarop we de Romeinse senatoren zien
konkelen en manouvreren – Crassus in een poging het dictatorschap
over Rome te winnen, Gracchus die hem probeert tegen te houden.
Tussen hen beiden zorgt Peter Ustinov als directeur van de
gladiatorenschool voor de komische noot, maar ook daar weer krijgen
we meer nuance dan gewoonlijk in dit soort films. Ustinov is een
wezel, een lafbek die enkel aan z’n eigen portemonnee denkt, maar
kijk naar hem tijdens de laatste scène in de film – Spartacus is
gekruisigd, zijn vrouw, Varinia (Jean Simmons), neemt afscheid van
hem. Ustinov moet haar terug in zijn wagen krijgen opdat ze niet
zouden worden opgepakt, maar hij doet dat zachtaardig, met een
gegeneerde blik naar Spartacus. Hij is een opportunist, maar hij
heeft wel emoties.

‘Spartacus’ onderscheidt zich van de andere epossen van toen,
simpelweg omdat het een intelligentere film is – Kubrick en Douglas
waren niet tevreden met enkel een gepolijst spektakel waarin elk
harnas blinkt en elke emotie zonder enige terughoudendheid op het
scherm gesmeten worden. Er moesten ook goeie ideeën achter zitten.
Kubrick zelf zou later ‘Spartacus’ altijd blijven ontkennen als een
film hij niet zelf gemaakt had, een opdrachtfilm waar hij liever
niets mee te maken had. Maar het succes van ‘Spartacus’ maakte het
wel voor hem mogelijk om verder te gaan met zijn eigen projecten en
objectief bekeken, blijft het één van de meest indrukwekkende
prestaties die er in dat genre ooit op het scherm zijn gekomen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − een =