Courtney Love :: America’s Sweetheart

Jarenlang stond ze enkel in de belangstelling als ze weer één of andere strapats uithaalde voor een toevallig publiek. Ze was aan een soloplaat bezig, zo ging het de ronde, maar de release daarvan werd steeds maar uitgesteld en concert-data geannuleerd. Nu ligt het dan toch in de winkels: het solo-debuut van Courtney Love.

"Did you miss me?", vraagt Love in gangmakende single en opener "Mono" en het antwoord is "niet echt, my dear, maar als u met zo’n dreun voor de deur staat, dan mag u er gerust terug bij." "Mono" is geweldig: dit is rock die stijf staat van de spanning op het randje van knappen, het is smeken om een katharsis die niet wil komen. Lang geleden dat we nog eens zoiets spannends hoorden. Zei u The Distillers? Wij hebben ze nog eens opgezet na "Mono" en dat was erg jammer voor Brody Dalle en haar kompanen. Tegen een Love in bloedvorm kunnen ze nog lang niet op.

Gelukkig voor hen is dat het piekmoment en vanaf dat openingsnummer gaat het roetsjbaansgewijs met ups en downs naar beneden. "But Julian, I’m A Little Bit Older Than You" heeft een geinige titel, maar blijft ons voor de rest weinig bij, "Hello" en "I’ll Do Anything" gaan lekker kort door de bocht. "All The drugs" moet het met lelijke synths stellen, maar heeft voor de rest wel ièts.

Tot zover het hoofdstuk Live Through This-een-beetje-revisited. Evenzeer put la Love met de hulp van Linda Perry uit het popreservoir dat ze al aansneed op Celebrity Skin. "Almost Golden" is daar het zonnigste voorbeeld van, en ook "Sunset Strip" heeft dat vrolijke Californië-gevoel.

We krijgen ook een paar ballads te verstouwen, maar gelukkig zijn die niet zo’n ramp als men zou durven vermoeden: afsluiter "Never Gonna Be The Same" is vrij geweldig en "Uncool", dat ze samen met Elton John-tekstschrijver Bernard Taupin schreef, is minder erg dan de keuze van creatieve partner doet vermoeden: voor een "Candle In The Wind" hoeft u niet te vrezen.

In haar teksten vinden we Courtney zoals we Love kennen: zelfmythologiserend en ook pijnlijk openhartig. En daar ligt het probleem met de huidige Courtney: het klinkt grappig en met een knipoog gezongen, maar ergens vraag je je af of ze het zelf wel zo tongue-in-cheek bedoelt als ze in "Hold On To Me" zingt "I am the center of the universe", of dat "But Julian…". Het lijkt bij momenten alsof Love een volgens haar erg interessante navel heeft.

En zo zijn we ondertussen rond met de eerste worp van Courtney Love in zes jaar. Het werd niet het debacle waar iedereen (inclusief u, geef het maar toe) op speculeerde, een triomf is het ook niet. In het licht van de laatste nieuwsberichten over mevrouw (een bijna-overdosis, niet komen opdagen voor de rechtbank,…) is het zelfs bijna verbazend dat ze met een album voor de proppen komt dat niet doet denken aan al die overbodige reünies van tegenwoordig.

America’s Sweetheart is een plaat die net iets teveel richtingen wil uitgaan en daardoor aan consistentie mankeert: van stevig scheuren als in "Mono" gaat het naar de meewiegpop van "Never Gonna Be The Same" en het parcours daartussen is ook eerder bochtig te noemen. Het solodebuut van Love heeft zich stilistisch op een ongemakkelijke manier tussen de twee laatste Hole-albums gewrongen en heeft daardoor een nogal vlees-noch-visadem. Als ze haar hand voor haar mond houdt, willen we echter nog wel eens gaan kijken bij een eventuele passage op festivalplanken in de buurt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + 20 =