Blueberry




De western is niet meer wat hij geweest is. Met ‘Open Range’,
Kevin Costners nieuwe film die over een paar weken de zalen
induikelt, hapt het genre nog een keer moeizaam en hopeloos naar
adem, maar eigenlijk is het al lang zo dood als een pier. Jan
Kounen, een regisseur wiens vorige wapenfeiten onder andere een
film met de tot de verbeelding sprekende titel ‘Vibroboy’ inhouden,
slaat de laatste nagel in de doodskist met ‘Blueberry’. Zeer losjes
gebaseerd op de stripverhalen van Jean-Michel Charlier en Jean
Giraud, is dit een ronduit bespottelijke poging om iets nieuws te
doen met de cowboyfilm. Nuja, een poging… Ze doén er ook wel
degelijk iets nieuws mee. Anale fistfucking met een drachtige
Deense dog zou ook nieuw zijn (hoop ik), maar dat wil nog niet
zeggen dat het een goed idee is.

Kijk, nu schrijf ik zoiets en dan vraag ik me meteen af of ik
die regel niet zou wissen, omdat hij te ver gaat en eigenlijk
beneden mijn waardigheid is. Maar nee, ik laat ‘m gewoon staan,
want niets gaat te ver om u te weerhouden deze onmenselijke rotzooi
te aanschouwen. Ik voel spontaan een “nog liever”-tirade in mij
opkomen: nog liever twee uur mijn prostaat laten onderzoeken, nog
liever op bezoek bij mijn familie in Thailand, die een
kippenboerderij hebben, nog liever… Maar dan komt er van een
echte recensie helemaal niets meer in huis.

Enfin. Vincent Cassel speelt Mike Blueberry, die als jonge snaak
betrokken raakt in een vuurgevecht met badass-cowboy Wally
(Michael “ik deed het voor het geld” Madsen). Waar dat gevecht over
ging? Een hoertje, teveel drank op,
wij-zijn-mannen-en-moeten-onze-autoriteit-laten-gelden, dat gedoe.
Blueberry strompelt zwaargewond de woestijn in en wordt gered door
indianen, waar hij vervolgens enkele jaren lang blijft wonen. Een
tiental jaar later treffen we hem terug aan, als sheriff van het
stadje waar hij z’n aframmeling heeft gekregen (hoe hij dat is
geworden moet u zelf maar uitzoeken). Hij krijgt opnieuw te maken
met Wally, wanneer die een speciaal soort manuscript in handen
heeft gekregen. In dat manuscript staat dat er in de Geheime
Bergen, bewaakt door de indianen waarbij Blueberry heeft geleefd,
een enorme schat aan goud te vinden valt. Zowel Wally als een
drietal andere gegadigden die strikt genomen weinig met de plot te
maken hebben, willen dus de Geheime Bergen binnendringen, maar het
mysterie dat daar verborgen ligt, heeft maar weinig met goud te
maken.

Dat is zo ongeveer de set-up. Er is nog een meisje bij betrokken
ook, gespeeld door (God beware ons) Juliette Lewis, maar net zoals
de meeste nevenpersonages heeft zij uiteindelijk weinig toe te
voegen aan het verhaal, behalve dan haar gebruikelijke zeurderige
stemmetje en zelfs een geheel overbodig beaver shot, dat
niettemin een passend visueel symbool levert voor het
kwaliteitsniveau van de hele film.

Jan Kounen regisseerde niet alleen, hij was ook mede
verantwoordelijk voor het scenario (schijnbaar hàdden ze dat dus).
Wie wil weten wat nu eigenlijk de hele clou van de film was, dient
zich dus tot Kounen te richten, want ik mag doodvallen als ik het
weet. Personages komen en gaan zonder dat hun onderlinge relaties
echt duidelijk worden gemaakt, en het laatste half uur getuigt al
helemaal van een grensverleggende onnozelheid: zowel Blueberry als
Wally gaan in een soort van shamanistische trance en belanden in
een ander bewustzijnsniveau, waar virtuele slangen en insecten het
hele scherm vullen en heden en verleden door elkaar lopen.
Schijnbaar is het hier dat de twee met elkaar dienen af te rekenen,
maar je moet al zwaar aan de peyote hebben gezeten om in te zien
hoe en waarom. Als publiek zit je er met open mond naar te kijken,
niét omdat het zo knap gedaan is (de visuals zijn zó van ‘The Matrix’ gejat), maar wel omdat wat je
ziet gespeend is van àlle menselijke logica. ‘Blueberry’ is een
film die tijdens z’n eerste anderhalf uur helemaal nergens over
gaat, en dan nóg erger wordt voor de finale. Een prestatie,
inderdaad.

Aan de pretentie van de regisseur zal het nochtans niet gelegen
hebben: Kounen vult zijn film met hoogdravende visuele
hoogvliegerij die strikt genomen nergens voor nodig is. Echt veel
actiescènes zitten er niet in ‘Blueberry’, maar Kounen regisseert
simpelweg àlles alsof het een actiescène was. De hele film is
doorspekt met helikoptershots die het standpunt van een
overvliegende arend dienen voor te stellen, hoewel dat beest (ik
zeg dit dikwijls, dat weet ik, maar het toont maar aan hoe
onsamenhangend deze film wel is) niets met het verhaal te maken
heeft. Een gewone dialoogscène tussen twee personages wordt niet
simpelweg in een two-shot gefilmd, of zelfs niet met een stilletjes
bewegende camera. Nee, Kounen laat zijn camera snelle cirkels
beschrijven rond de personages, alsof ze zich in een bad bevinden
waar net het stopje uit getrokken is. Cut naar een close-up van hun
monden wanneer ze iets zeggen. Cut naar een close-up van hun ogen.
Cut terug naar de draaibeweging. Nog nooit iemand gezien die zich
zo uitsloofde om twee mensen te tonen die een conversatie
voeren.

Vincent Cassel heeft dan wel een karakterkop, maar zijn Engels
laat het helaas vooralsnog enigszins afweten – dat hij een accent
heeft is nog niet zo erg, aangezien zijn personage erop geschreven
is een Franse immigrant te zijn. Maar waarom voelt hij zich dan
geroepen om van tijd tot tijd een Texaans accent te proberen? Zo af
en toe hoor je daar eens een regeltje tekst bovenuit schieten
waarin Cassel z’n beste John Wayne-imitatie lijkt boven te halen.
Het effect is lachwekkend.

Michael Madsen doet het beter, met z’n stem als schuurpapier en
z’n onimiteerbare presence, maar zelfs hij lijkt dit enkel
op automatische piloot af te handelen, terwijl hij zich stilletjes
afvraagt in wat voor film hij nu eigenlijk terecht is gekomen. En
buiten de lamentabele verschijning van miss Lewis, krijgen we dan
nog een uit de hand gelopen cameo van Ernest Borgnine, van wie ik
graag zo snel mogelijk wil vergeten dat hij hieraan heeft
meegewerkt.

‘Blueberry’ zou voldoende moeten zijn om eender welke filmmaker
voor het tribunaal in Den Haag te doen verschijnen. Indien u in de
multiplex toevallig de zaal passeert waar dit gedrocht draait, maak
dan een kruisje met uw beide wijsvingers en roep: Vade
retro!
Zeg het aan uw vrienden, druk desnoods affiches af en
plak ze aan op openbare plaatsen: ga NIET naar deze film
kijken.

http://www.blueberry-lefilm.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =