Metallica :: 17 december 2003, Sportpaleis

Het was alweer een tijd geleden dat Metallica nog in ons land was voor een "afzonderlijk" optreden. Ze speelden wel op de festivals van Werchter en Pukkelpop, maar dat is toch andere koek. Je ding doen voor een massa van tienduizenden is anders dan performen voor een incrowd van enkele duizenden die alleen voor jou daar zijn. Voor een ijkingspunt grijpen we dus terug naar de concerten van Metallica in Flanders Expo ’93 en ’96. Een eerste vaststelling: metal kan tegenwoordig ook met een kort kopje beleefd worden.

Vanop de zitbanken van het Sportpaleis was het een vreemd zicht: die ene eenzame uitbundig behaarde headbanger op de eerste rij. Het headbangen is sowieso minder geworden. Een ritmisch hoofdwiegen is bij de muziek van Metallica onvermijdelijk en verspreidde zich ook tot hoog op de tribunes, maar het is niet meer van die aard dat je er nekpijn van krijgt. Het publiek is met de jaren ook diverser geworden. Veel tieners hebben met het laatste album St. Anger de grootste metalband ooit ontdekt en de "oudere" generatie gaat niet alleen nog vlot mee, ze maakt zelfs nog nieuwe, grijzende leden bij. Bovendien waren er ook een pak niet-echt-fans, toehoorders die meegetroond waren door anderen en het fenomeen Metallica ook eens aan het werk wilden zien. Zij zullen ongetwijfeld gegrepen zijn geweest door de muur van geluid waar ze tegen opbotsten.

Zo zijn we bij het optreden zelf aanbeland, dat enigszins verrassend van start ging met "Blackened" en "Fuel". Niet meteen de meest voor de hand liggende keuze, maar wel één die aangaf: dit wordt heavy! En toch, wanneer werd verdergegaan met klassiekers als "Sad But True", "Fade to Black" en "For Whom the Bell Tolls" bekroop even het gevoel: dit is te makkelijk.

Al was het overduidelijk dàt wat het publiek wilde en waarop het helemaal uit de bol ging — de belletjesmuts in de Belgische driekleur die de nieuwe bassist Rob Trujillo opzette, was nog olie op het vuur. Het blijft een interessante vraag: geeft een band die zich vernieuwt in de opnamestudio teveel toe aan het publiek wanneer hij live oude nummers brengt? Of moeten ze het risico aangaan om de nieuwe nummers live te spelen en daarmee het publiek misschien te ontgoochelen? Het Antwerpse publiek koos massaal voor het oudere werk. Wanneer het de beurt was aan "Frantic" en "Dirty Window", songs van het laatste album, koos de kolkende massa op het middenplein voor een rustpauze. En die was nodig want de twee nummers werden gescheiden door het luidkeels meegebrulde "Creeping Death".

Het viel trouwens op dat de meeste nummers van begin tot eind werden meegezongen. Want dit gevoel nam gaandeweg de bovenhand: hoe makkelijk ook, de songs staan nog steeds als een huis. Wanneer James Hetfield "Harvester of Sorrow" speciaal aan België opdroeg, ging het dak eraf. Net als op "One" en het zelden volledig uitgevoerde "Damage Inc." Op dat moment was het, na elf nummers, tijd om voor een eerste keer de coulissen in te duiken en het publiek — dat wist wat er van hen verwacht werd en net als met Trujillo’s hoedje een spontaan "You’ll win" aanhief — om bisnummers te laten smeken. Met "Seek and Destroy" werd het zuivere metalwerk verdergezet.

Het was een rode draad door het optreden: allemaal stevige nummers die de met St. Anger ingeslagen weg in de verf zetten. Een uiterst sober podium — minder poespas dan het voorprogramma Godsmack — en harde nummers: "back to the roots" als het ware. Vandaar dat het bijna jammer was dat het tweede bisnummer het op zich wel wondermooie "Nothing Else Matters" was. Met "Master of Puppets" ging het dan toch weer de rockende kant op. Hetfield schrok er zelf even van dat hij zowaar overstemd werd door het publiek. Hij hoefde uiteindelijk maar de microfoon om te draaien en met de handen in de zij staan luisteren.

Eén reeks bisnummers is voor Metallica wat dunnetjes en dus werd er na een pauze nog een rondje aan toegevoegd met de onvermijdelijke nummers "St. Anger" en "Enter Sandman". Op dat ogenblik kon al een slotconclusie getrokken worden. Metallica is definitief terug na een reeks pijnlijke missers enkele jaren geleden (de drankverslaving van Hetfield en daaruit voortvloeiend de breuk met bassist Jason Newsted, de Napster-affaire). De band beleeft overduidelijk weer plezier en straalt het uit op het podium. En hij werd luidkeels bedankt door het publiek. Een dankbaarheid die door Hetfield — gebalde vuist op het hart — uitgebreid geapprecieerd en geretourneerd werd. Zo leek het of er nog een spontaan derde rondje bisnummers kwam, al is niets minder waar: in zo’n organisatie is alles perfect georkestreerd en dat derde rondje kwam er deze tour bij elk optreden. De twee en half uur werden volgemaakt met twee nummers van het debuutalbum Kill ’Em All: "The Four Horsemen" en "Motorbreath". Speciaal voor de headbanger op de eerste rij.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 3 =