Life as a House



120 min. / USA

De kunst van het zieltogend de pijp uitgaan in een film;
het is niet iedereen gegeven. Debra Winger is er de ongekroonde
koningin van, met door kanker en tuberculose aangevreten rollen in
‘Terms Of Endearment’ en ‘Shadowlands’. Tom Hanks gaf nieuwe
betekenis aan het genre in ‘Philadelphia’. En nu stapt Kevin Kline
in hun voetstappen in ‘Life As A House’. Zat er iemand op te
wachten? Geen hond, maar dat heeft Amerikaanse slijmregisseurs nog
nooit tegengehouden.

Kline speelt George Monroe, een uitgebluste architect die duidelijk
heel wat voordelen in z’n leven heeft laten wegglippen. Hij woont
in een krottig klein huisje, dat een schandvlek lijkt op de chique
buurt waarin het staat. Tien jaar geleden scheidde hij van Kristin
Scott Thomas, die met hun zesjarig, nu zestienjarige zoon Sam
wegvluchtte in een passieloos huwelijks met saaie bankier Jamey
Sheridan. Op zijn werk lijkt hij wel de laatste der Mohikanen, een
relikwie uit een tijd dat concepten van huizen nog via modellen
werden gevisualiseerd in plaats van door computers.

Dan krijgt Kline te horen dat hij kanker heeft en nog maar een
maand of drie, vier zal leven. Hij besluit zijn krot plat te gooien
en in de plaats een huis te bouwen – een soort van monument voor
zichzelf, zeg maar, een laatste en in zijn geval zeldzame, reële
prestatie. Voor de gelegenheid haalt hij zijn zoon Sam (Hayden
Christensen), op bij zijn ex-vrouw om hem te helpen. Sam is een
probleemgeval, die aan de drugs zit en zich zelfs wel eens tot een
occasionele daad van prostitutie laat verleiden.

Wat denkt u? Zàl Kline een prachtig huis bouwen? Zàl hij zich
verzoenen met Scott-Thomas? Zàl Christensen tot inzicht komen en
uit zijn criminele wereldje stappen? Drie maal raden.

De plot van ‘Life As A House’ dient zich aan als een zoveelste
weekendfilm op tv, en overstijgt ook nergens dat niveau. Het is een
film die pretendeert de éne wijsheid na de andere te verkondigen,
maar in feite niets te zeggen heeft dat we niet op de betere
scheurkalender kunnen vinden.

Onwaarschijnlijkheden duiken vanaf het begin hier en daar op: waar,
bijvoorbeeld, haalt Kline opeens het geld vandaan om een huis te
bouwen? Ja, ok, hij krijgt een gouden handdruk bij zijn ontslag op
z’n werk, en hij incasseert zijn levensverzekering, maar dan nog –
hebt u enig idee hoeveel het bouwen van een groot huis tegenwoordig
kóst? Hoe krijg je zo’n ding trouwens gebouwd in drie à vier
maanden, zeker als je ziet dat het grootste deel van het werk
gedaan wordt door slechts een vijftal mensen?

‘Life As A House’ is een typisch Hollywoodproduct, wat wil zeggen
dat de film niet al te veel vertrouwen durft te stellen in de
intelligentie van het publiek; informatie over de personages worden
ons met de paplepel gevoerd. Hoe weten we dat Sam niet deugt? Niet
door hem te tonen wanneer hij high wordt – we zien hem wel een
pilletje nemen, maar dat heeft schijnbaar geen enkele uitwerking.
En al zeker niet door de seksuele diensten te tonen die hij
verleent in ruil voor middelen om aan drugs te geraken. Nee, in de
plaats daarvan krijgen we het schandelijke gegeven dat de jongen
z’n haar blauw verft, piercings draagt en een poster van Marilyn
Manson tegen z’n muur heeft hangen. Vanuit de krampachtig
conservatieve mentaliteit van deze film, is dat informatie genoeg –
dit is een Verkeerd Gelopen Jongere, die hulp nodig heeft. Net
zoals Christensen trouwens hulp bij het acteren nodig heeft – staat
die jongen even schabouwelijk te schmieren, zeg!

Ook voor andere personages heeft men nergens een subtiele manier
gevonden om hun persoonlijkheid duidelijk te maken: melige speeches
volgen elkaar op tegen een razend tempo. Vooral Kevin Kline
verdient een oscar omdat hij zich zo goed weet te redden tussen de
brakkig zoetzemerige monologen die hij moet afsteken. Als je geen
goeie manier vindt om informatie over je personages te geven, dan
doe je het maar op een slechte manier: je stopt gewoon al die
informatie in pathetische speeches. Dat is altijd handig.

De figuren van deze film bewonen een wereld die volledig buiten de
werkelijkheid lijkt te liggen; dit is een visie op de Echte Wereld
(je kunt de hoofdletters gewoonweg hóren), zoals waargenomen door
filmmakers die rijk genoeg zijn om al sinds jaar en dag zich niets
meer aan te moeten trekken van de Echte Wereld. De conventies van
melige tv-soaps en sitcoms zijn zo diep in hun collectief
bewustzijn doorgedrongen dat ze schijnbaar écht zijn gaan geloven
dat verlossing van alle zonden slechts één monoloog van iedereen
verwijderd is. Dat het mooie meisje inderdaad zeer bereikbaar is.
En dat geluk te vinden valt binnen de klassieke structuur van het
gezin, die boven alles te beschermen valt. Het feit dat in het
echte leven de dingen gewoon zo simpel niet liggen, en dat een
criminele jongere zich niet zomaar gaat bekeren omdat hij samen met
z’n vader een muur omver knotst, is aan de schrijver en regisseur
van deze film schijnbaar volledig verloren gegaan.

Daar komt nog bij dat een aantal nevenfiguren enigszins verloren
lopen – kan iemand mij vertellen wat Jamey Sheridan eigenlijk kwam
doen? Ze hadden hem er net zo goed uit kunnen laten. Dan is er nog
de ontegensprekelijk charmante, maar uiteindelijk dubieuze
aanwezigheid van Jena Malone als het vriendinnetje van Christensen.
Een meisje dat er geen enkel probleem mee heeft om samen met
Christensen onder de douche te kruipen, maar ondertussen een
verdachte belangstelling koestert voor Kline. Nog afgezien van het
feit dat deze nevenplot zo uit ‘American Beauty’ gejat is, blijft
er de vraag hoe dat het einde van de film beïnvloedt. Het lijkt een
idyllisch einde voor twee verliefde tieners, maar hoe zat dat nu
eigenlijk met haar interesse voor de stervende vader van haar
vriendje?

En dan is er nog Mary Steenburgen als Malone’s moeder, die zich als
een ware Mrs. Robinson vergrijpt aan een vriend van Christensen.
Heeft die verhaallijn, en bij uitbreiding heel het personage van
Steenburgen, iets met de rest van de film te maken? Geen
barst.

Mensen die dit soort films maken, zouden verplicht moeten worden
zes maanden in een buitenwijk van een zeer gewelddadige stad te
gaan wonen. Misschien dat ze dan een idee krijgen hoe de Echte
Wereld eruit ziet, en er ook betere films over kunnen maken. Kline
en Scott Thomas zijn uitstekende acteurs, maar ook zij kunnen de
meubels niet redden. Dan kunt u nog beter naar een echte
weekendfilm kijken. Die hebben tenminste zoveel pretentie
niet.

http://www.lifeasahouse.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + 12 =