Monsoon :: Monsoon

2003 zal de vaderlandse geschiedenis ingaan als een goed jaar om te debuteren. Met de titelloze eersteling van Monsoon ligt alweer een heel sterke Belgische plaat in de rekken. Goddeau luisterde en zweefde bijwijlen weg op de onaardse klanken van zangeres Delphine Gardin.

Het heeft iets pervers dat tussen alle rommel op de radio, de muziek van Monsoon nauwelijks een kans krijgt. De songs zijn meestal te ondefinieerbaar en te lang om in een radioformat te vallen. Jammer, want deze plaat is klasse van begin tot einde.

Opener "The Narrow Door" is zo’n song waarvan je niet meteen goed weet wat je ermee aan moet. Wanneer je uiteindelijk tot alle lagen van het nummer doorgedrongen bent, valt meteen de veelzijdigheid van zangeres Delphine Gardin op. Het ene moment krachtig en zelfverzekerd om even later haar schild te laten zakken en aandoenlijk smekend "Don’t let me down" te prevelen.

"It’s a voodoo thing", zingt Delphine op "One Million Roses" en zo klinkt het ook.Terwijl ze op de voorgrond beheerst hypnotiserend klinkt, fluisteren de backing vocals je haast demonisch toe. Wie een song als deze zo overtuigend weet te brengen, is ongetwijfeld al heel wat keren naar het diepst van zijn ziel gedoken. En waar strijkers vaak bombastisch gaan klinken, versterken ze hier nog het oprechte dramatisch effect.

Bij het rustig voortkabbelende begin van "My Head" verwacht je een doorsnee ballad. Helaas voor de romantische zielen… Ook hier zit een duistere onderlaag verborgen. Het refrein breekt uit in een verward en wanhopig uitschreeuwen om daarna verder te doen alsof er niets is gebeurd is.

"Home Sweet Womb" drijft voort op een oneindig herhaald basloopje waarrond stem en gitaar zich voorzichtig kronkelen om uit te lopen in een Cranberriesachtig refrein. Met "They come and go for one caress" uit "Sister Ann" heeft Monsoon in één zin de menselijke aard geschetst. Uit de song spreekt een eenzaamheid die beetje bij beetje de randjes van de geestelijke gezondheid afknabbelt.

"Andy" is niet meteen een ordinaire lovesong. Meer de uitroep van een stalker met een ongezonde obsessie voor zijn uitverkoren object. "Andy, look at me", klinkt het op een toon die geen tegenstand duldt. Wij moesten alvast even slikken. "Empty" is één langgerekte, sarcastische verontschuldiging voor het eigen bestaan.

Op "Light and Loose" klinkt Delphine Gardin als een nachtclubzangeres uit de fifties. De titel geeft in dit geval perfect de inhoud weer. Dit is zonder twijfel de meest lichtvoetige song op de plaat. Niettemin blijft de duistere afgrond daaronder gapen zoals op het einde duidelijk wordt.

Op "How Much For A Night On Mars" klinkt de frustratie door van iemand die onherroepelijk vastzit in dit tranendal. Het gevoel nergens thuis te horen heeft bij deze een soundtrack gekregen. "Too Far" is de reactie van iemand die zich tegen zijn voormalige geliefde wil afzetten om zo over de relatie heen te geraken. Opnieuw een uitbarsting in het refrein met de distortion op het maximum. Hiermee bewijst Monsoon dat alle vergelijkingen met Hooverphonic uit het verleden mochten aanhore een slag in het water zijn.

"All The Love" sluit de plaat even passend af als "The Narrow Door" ze opende. Wanneer alle woede en frustratie uitgewoed zijn, blijft enkel nog trieste verbittering en een fatalistische berusting over. Hier geen explosief refrein, eerder een implosie tot pure fragiliteit.

Letterlijk elke song op dit album balanceert op, en soms over, het randje van de labiliteit. Stemmingswisselingen en uitgeschreeuwde emoties tot het uiterste doorgedreven. Monsoon heeft deze nummers in de kleinste kantjes van de menselijke ziel gezocht. En laat deze nu net de kantjes zijn die ons het meest boeien…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − 4 =