Arab Strap :: Monday At The Hug And Pint

Celtic verloor dan wel de Champions League, het Schotse Glasgow heeft nog andere troeven in huis. Zo is er op muzikaal gebied het bandje Arab Strap. En neen, we hebben het hier niet over een hulpstuk voor minder potente mannen.

Weinig groepen — de Pogues even buiten beschouwing gelaten — refereren in hun teksten zo vaak aan bier en alcohol als Arab Strap, van wie de vijfde plaat, Monday at the Hug & Pint, nu in de winkel ligt. The Hug & Pint is — hoe kan het ook anders — de favoriete bar van Malcolm Middleton en Aidan Moffat, respectievelijk zanger-tekstschrijver en muzikaal brein, in hun uitvalsbasis Glasgow. Veel doedelzakken zijn er niet op te horen, maar het in melancholie gedrenkte album brengt de luisteraar in gedachten al snel naar het koude en door regen geteisterde Schotland. Een van de meest beklijvende cd’s van het voorjaar, als u het ons vraagt.

Middleton en Moffat groeiden op in hetzelfde dorpje, Falkirk, een shit town in het barre land tussen Edinburgh en Glasgow. Een prettige jeugd hebben ze er blijkbaar niet beleefd. "Their lyrics portray the town as lifeless and dull and its townspeople as alcoholics and drug takers whose main pastimes are fighting and casual sex", schrijft een lokale krant in 1998, het jaar van de grote doorbraak met het tweede en veelgeprezen album Philophobia.

Even een hardnekkig misverstand de wereld uithelpen: de band Arab Strap heeft haar naam niet ontleend aan het album van Sebastian uit 1998. Integendeel, door The Boy With The Arab Strap als titel voor hun plaat te kiezen, wilden Belle and Sebastian net eer betuigen aan hun postrock-landgenoten. De wederzijdse sympathie culmineerde enkele jaren geleden in de efemere Schotse supergroep Reindeer Section.

Terwijl Belle & Sebastian fijngevoelige songs componeert voor de intellectuele elite, klinken de nummers van Arab Strap rauw en kil. Arab Strap exploreert de menselijke interactie als een pathologie: gevoelens van aantrekking, lust, jaloezie, ontrouw en verlies vormen de thema’s. Donkere, regenachtige nachten vormen het decor voor de kleinmenselijke tafereeltjes die Arab Strap schildert. La condition humaine op haar meest naturalistische manier vertolkt: "Just a big black gaping hollow, that we fall into and hope that it means love".

De aanwezigheid van een viool is tegenwoordig bijna een conditio sine qua non geworden voor een zichzelf respecterende rockgroep. Jammer genoeg biedt dit niet altijd een meerwaarde aan de muziek. Bij Arab Strap is dit anders, de atmosfeer van de nummers staat of valt met het prachtige vioolspel van de al even prachtige Jenny Reeve. Reeve haalt uit haar snaren zowel ingetogen schoonheid als onvoorstelbare agressie.

Reeds van bij het begin onderscheidt Monday At The Hug & Pint zich van het oudere werk van Arab Strap. Het tempo mag al eens opgedreven worden en de gitaren al eens wat harder, zoals in "Fucking little bastards", een subliem nummer over Dr. Doolittle. Het openingsnummer "The shy retirer" drijft zelfs op het soort discobeat-riedeltje waarop mensen als Kylie Minogue met het welgevormde achterste plegen te schudden. Dit betekent echter niet dat Arab Strap haar zo gekende stijl helemaal opgeeft. Neen, ook Monday At The Hug & Pint is doorspekt met de ingetogen en duystere muziek die we van Arab Strap gewoon zijn.

Op de nieuwe plaat breekt Arab Strap echter met de sleur van de vorige platen. De band neemt weer risico’s, iets wat de laatste jaren te weinig het geval was. De terugkeer naar het oorspronkelijke label Chemikal Underground, dat minder financiële garanties biedt, maar des te meer artistieke onafhankelijkheid, zal hierbij ongetwijfeld een belangrijke factor geweest zijn. Van de breekbare schoonheid van "Peep-peep" tot de doedelzakken — daar zijn ze dan toch — in de intro van "Loch Leven",, het kan allemaal en het blijft in je geheugen gegrift als een landkaart van de menselijke psyche: "Fuck me says he, fuck you says she".

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × twee =