Kuifje :: De zeven kristallen bollen (Hergé)
Kuifje :: De Zonnetempel (Hergé)

Belgiës beroemdste stripheld aller tijden is ongetwijfeld Kuifje en zijn onafscheidelijke terriër Bobbie. Samen reisden zij in 23 verhalen zowat de hele wereld rond. Steeds opnieuw belanden ze door toeval in de hachelijkste situaties en brengen het, als bij wonder, er steeds levend van af. In het dubbelverhaal De zeven kristallen bollen en De zonnetempel probeert Kuifje de vloek van de Zonnegod te breken en gaat hij op zoek naar zijn verdwenen vriend professor Zonnebloem.

De jonge reporter, getekend door Hergé, begon zijn carrière als verslaggever van Le Petit Vingtième. In de eerste albums spreekt Hergé inderdaad over de sterreporter Kuifje, maar gaandeweg heeft Kuifje meer weg van een doodgewoon hypernieuwsgierig ventje dat wat graag zijn neus in andermans zaken steekt.

Zoals in de meeste andere Kuifje-albums, is ook dit dubbelverhaal een va-et-vient van personages uit eerder verschenen albums. Zo krijgt generaal Alcazar — ondertussen variété-artiest geworden — een rolletje in een show, net als Bianca Castafiore. De twee dragen niets bij tot het verhaal, maar het geeft de Kuifje-fans wel de mogelijkheid om hun parate kennis van de verhalen te testen.

In de Kuifje-verhalen tref je vaak humoristische elementen. Vooral in de karaktertekening van de hoofdpersonages kunnen we lachen met de typische kleine kantjes. Denken wij bijvoorbeeld aan Bobbie die alles doet voor een bot, aan de verstrooide, bijna dove professor Zonnebloem of aan het arsenaal scheld- en vloekwoorden van kapitein Haddock. "Duizend bommen en granaten" is ongetwijfeld zijn meest bekende, maar meestal vind je ook spitsvondige bewoordingen, in de aard van "Dagblinden! Baliekluivers! Tapijtenzwendelaars! Sokkenlopers!" Ook de legendarische stunteligheid van het duo Jansen en Janssen, de politiemannen die meer problemen veroorzaken dan oplossen, behoort tot de vaste ingrediënten van een Kuifje-album.

Vaak komt er in de verhalen een Leitmotiv voor. In De zeven kristallen bollen is het Bobbie die achter de kat van kapitein Haddock aanzit, in De zonnetempel is het de grote dierenvriend Haddock die het aan de stok krijgt met de lama’s. Het toeval speelt steevast een belangrijke rol in de Kuifje-verhalen. Al van in het eerste stripverhaal, Kuifje in het land van Sovjets, tref je de ene vergezochte wending na de andere. Meestal gaat het om voorwerpen die zeer toevallig belanden in de bek van Bobbie, zoals bijvoorbeeld de hoed van Zonnebloem, die in het verhaal belandt wanneer ze het spoor van hun vriend bijster zijn, of het krantenartikel dat Kuifje helpt om te ontsnappen bij de Zonnegod.

Toch blijft Kuifje een van de betere stripreeksen. Misschien gaat Hergé’s spitsvondigheid soms echt wel te ver? Misschien is het toeval soms te toevallig? Ik weet het niet. Misschien herken ik mezelf gewoon in de wijsneus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − een =