Jonathan Safran Foer :: Het klimaat zijn wij – De wereld redden begint bij het ontbijt

Wordt Jonathan Safran Foer, die ongeveer anderhalf decennium geleden met Everything Is Illuminated en Extremely Loud & Incredibly Close geestig en tegelijk diepzinnig proza op de wereld losliet, stilaan een karikatuur van zichzelf? Kwatongen die We Are the Weather niet eens ter hand hebben genomen, beweren alvast van wel. Zij noemen het een Eating Animals 2.0, of nog: een voor de hand liggende sequel, een vervolg op een boek dat nochtans ettelijke lezers wist te overhalen om als vegetariër door het leven te gaan.

De impact van Dieren eten valt moeilijk te overschatten. Zo beschrijft Safran Foer in zijn jongste boek dat hij een kameraad heeft die Eating Animals nooit heeft willen lezen, omdat hij wist wat de consequenties voor zijn eetpatroon zouden (moeten) zijn. Dat “moeten” verraadt een interessante paradox: zelfs wanneer iemand overtuigd is van het goede, kan hij of zij anders handelen. Meer nog: het uit de weg gaan van bepaalde informatie omwille van de consequenties van de volle wetenschap van een probleem, is een menselijke strategie die al vaker – en op grotere schaal – werd toegepast.

Concreet gebruikt Safran Foer de ontmoeting tussen Jan Karski, Pools verzetsstrijder en internationaal klokkenluider voor wat de gruwelen tegen het Joodse volk tijdens de Tweede Wereldoorlog betreft, en Felix Frankfurter, toenmalig rechter bij het Amerikaanse hooggerechtshof, als kapstok om een dergelijke dissonantie tussen het weten, het geloven en dus het handelen manifest te maken. Omdat ‘iets niet kunnen geloven’ het ageren verlamt, is kennis nooit voldoende om tot verandering te komen. Net dat lijkt op dit moment het grootste probleem van de klimaatveranderingen. Elk weldenkend mens weet dat ze zich voordoen, wie er zich over informeert weet wat de implicaties zijn, en toch doet bijna iedereen gewoon voort.

In Het klimaat zijn wij somt Safran Foer verschillende redenen op voor onze inertie. Zo stelt hij dat het klimaatprobleem te complex is om er een helder verhaal van te kunnen maken – een rampzalige vaststelling, wetende dat grote omwentelingen meestal klein begonnen zijn met verhalen die we achteraf als groot zijn gaan beschouwen, omdat ze nu eenmaal die potentie hadden. Niettemin laat de auteur zich daardoor niet tegenhouden om anders te zijn dan de anderen. De meest verbijsterende vaststelling blijft evenwel dat de schrijver zelf er – net als zovele geïnformeerde burgers – niet in slaagt om zelf radicaal te veranderen.

Ronduit ontwapenend is Safran Foers biecht over hoe hij tijdens zijn wereldwijde tournee met Dieren eten af en toe troost vond in het eten van een hamburger. Een dergelijke spreidstand tussen het goede kennen en het goede doen leidt tot wroeging, maar mag geen excuus worden voor een struisvogeltechniek die blindelings naar de vernietiging van de planeet voert. De auteur realiseert zich dat ook: in een dialoog laat hij een alternatief ‘ik’ zijn gevoelens naar de prullenmand verwijzen. Het boek gaat immers niet over een man en zijn verhouding tot vlees, maar over iedereen.

Is het voldoende om te wachten tot de staat ingrijpt in het klimaatprobleem? Kunnen we oprispingen van ons geweten sussen met het besef dat we ten minste niet in het kamp van de ontkenners zitten? Safran Foer veegt dergelijke vaak gehoorde argumenten drastisch van tafel. De tijd ontbreekt om te wachten op een deus ex machina. En bovenal: klimaatontkenners vergissen zich, terwijl diegenen die wéten en toch koppig vasthouden aan hun gewoontes gewoonweg nalatig zijn. Hoe leg je dat uit aan de volgende generatie?

Pakkend is dat Het klimaat zijn wij als boek opbouwt naar een brief aan Safran Foers eigen kinderen, waarin enkele vondsten uit de roman terugkeren. De associatieve stijl, die de auteur onder meer toelaat om zijn identiteit als telg uit een Joods gezin te verbinden aan de huidige wereldcrisis, is een noodzakelijke literaire geste, precies omdat het boek over een zoektocht gaat. Met name de zoektocht naar welke houding correct is ten aanzien van de planeet, de medemens en bij uitbreiding de mensheid in zijn totaliteit.

Is Het klimaat zijn wij een zoveelste klimaatboek? Allesbehalve. Zo stelt Safran Foer de harde feiten niet te boek in een exhaustief betoog, maar somt hij zeer nuchter op, met bullet points dan nog wel. Stijl, zo expliciteert de auteur verderop, hoeft hier niet emotioneel aan te dikken. Bovendien laat de schrijver de voorspellingen over aan de wetenschap. Zijn domein is dat van de kunst, kortom van esthetiek enerzijds en moraal anderzijds. Twee domeinen waarin Safran Foer excelleert.

Wordt alle verontwaardiging over het klimaat niet geboren uit een dieper gevoel van verbondenheid met elkaar en verwondering over de natuur? En hoe kunnen en moeten wij leven om datzelfde leven te omarmen, te bewaren en door te geven? Het zijn enorme vragen, die Safran Foer tot een pragmatisch advies brengen. Een dat begint bij het ontbijt, en eindigt bij de bereidheid om tegen de stroom in te peddelen, te zwemmen, te leven. Tot de stroom zich keert. Want dat is per slot van rekening de meest louterende gedachte: dat elk collectief bestaat uit individuen. Wie zou dan nog durven beweren dat het individu geen omwenteling kan katalyseren, of ten minste faciliteren?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in