Madrugada :: 25 februari 2019, De Roma

Het was 1999, en aan het gaatje van de twintigste eeuw, net in de eindspurt van het decennium dat de gitaar in ere hersteld had, bracht een onbetekenend Noors groepje zijn debuut uit. Twintig jaar later blijkt dat Industrial Silence zijn sporen te hebben nagelaten, want in De Roma werd Madrugada tien jaar na zijn afscheid onthaald als een stelletje verlossers.

Gek is dat, voor een groep die het nooit van hits heeft moeten hebben. In de jaren van zijn reguliere bestaan was Madrugada zo’n groep die je ’s zomers ergens halverwege de festivalaffiche tegen het lijf liep, waarvan je geen drie nummers kon opnoemen, maar die je wel een uur geboeid hield. Steevast bleek er wel weer een nieuwe, degelijke plaat te promoten, die wéér geen hoge toppen had gescheerd. Een middenmoter dus, die het echt niet meezat, want in 2007 werd gitarist Robert Burås thuis dood aangetroffen. De overblijvende muzikanten maakten de plaat af die in de steigers stond, en deden nog één rondje langs ’s werelds podia vooraleer het bijltje er bij neer te leggen.

Het leek een jammer maar logisch besluit voor Madrugada, maar met de twintigste verjaardag van debuut Industrial Silence in het verschiet besloot de groep toch opnieuw samen te komen. Dat de tijd daar rijp voor was, bleek. Die vraag-maar-raakavond met Nick Cave van binnenkort niet te na gesproken moet de voorverkoop van dit concert immers Romarecords hebben gebroken. Lang voor de deuren zouden opengaan, hing er al het bordje uitverkocht. Blijkbaar had Madrugada in alle rust dan toch heel wat harten geraakt voor dat einde-in-mineur.

Misschien is dat omdat mineur de groep het beste past. Toen, aan het einde van de jaren negentig, klonk Madrugada als een boeiende dialoog tussen The Bad Seeds en Tindersticks; één en al ingehouden spel met spanning en terughoudendheid. Vandaag hoor je hoe ook de vroege R.E.M. ongetwijfeld een invloed moet zijn geweest. Later zou de groep meer gaan rocken, de blues uitbundiger van de teugels laten, maar dat zou pas gaandeweg komen. En dus is het misschien wel jammer dat de groep zijn comeback zo in het kader van dat debuut plaatst. Industrial Silence is immers niet de meest feestelijke plaat, de flirt met monotonie in nummers als “Sirens” of “Higher” legt een loden deken over deze set.

Na het ook alweer trage “This Old House” vraag je je zelfs af hoe het in godsnaam komt dat Madrugada zo is blijven plakken bij dit publiek. De band geeft zelf het antwoord in het daaropvolgende “Strange Colour Blue”. Het was altijd al die diepe, warme stem van Sivert Høyem die het hem deed, en de sfeer die de rest daarrond wist te scheppen: beetje Americana, tikje gothic, maar altijd warm. Het helpt ook dat de zanger altijd al Een Frontman was. Hoe hij op zijn knieën zijgt in het op zijn Nick Caves almaar opbouwende “Salt”! De dramatisch weerspiegelde poses in schaduwbeeld op de muren van De Roma! De lange, benige Noor weet maar al te goed hoe een beeld te creëren.

Als Madrugada een zesde groepslid heeft, dan is het wel de lichtman die een show tot in de puntjes aflevert en de sfeer van hierboven perfect inkleurt: vurig rood en geel als het eens uitkomt, maar vooral veel stemmig blauw, dat past bij een titel als Industrial Silence. Een gimmick als de spiegelboljas die Høyem aantrekt voor “Norwegian Hammerworks Corp.” zou erover kunnen zijn, maar niet zoals het hier contrasteert met het brute rockgeluid van dit nummer.

En toch heb je het gevoel dat het pas in de bissen is, wanneer de groep die eerste plaat loslaat, dat Madrugada echt op dreef komt. In “Black Mambo” komen de heupen eindelijk in beweging, en je merkt ook dat Høyem veel spraakzamer wordt. Hij vertelt hoe de tour voor tweede plaat The Nightly Disease moeilijk was, haalt er zijn favoriet “Only When You’re Gone” uit boven, en leidt de groep naar een eindspurt die eindelijk het niveau haalt die we heel de set hadden verwacht. Eerst een langzaam opgloeiend “What’s On Your Mind?”, dan klassieker “Majesty”, en als orgelpunt: “The Kids Are On High Street”, één en al warm ronkende gitaren, een triomfantelijk ererondje dat nog één keer Madrugada op zijn best was.

Want ja, het was bij momenten wat te lang, en die focus op het debuut zorgde niet voor de beste setlist. Dat Madrugada nog altijd die straffe liveband van destijds was, bleek niettemin ook. Volgend jaar, wanneer er geen verjaardag te vieren is, willen we de groep nog wel eens op een festival zien. En dat mag gerust na het avondeten zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in