Ernst Reijseger, Harmen Fraanje & Mola Sylla :: 26 april 2013, Handelsbeurs

De gezichten spreken boekdelen. Cru gesteld: je hebt de muziek eigenlijk niet eens nodig om succes vast te stellen, want zo’n gekrulde mondhoek, subtiele knik, brede grijns of fonkeling in de ogen zegt het allemaal: de verwondering, het besef van de vonk die overslaat. Of je het nu hebt over vrije improvisatie of gewelddadige thrashmetal: muziek is op z’n best de kunst van de communicatie, een evenwicht van vertrouwen en verrassing. In de handen van dit trio gebeurde dat met een imponerende vanzelfsprekendheid.

Ondanks het feit dat het recente Down Deep nog maar de eerste gezamenlijke release is van het trio Reijseger, Fraanje en Sylla, spelen de drie toch al jaren samen en hun livereputatie was hen dan ook voorgegaan. Daar bleek achteraf, na een set van ruim honderd minuten, geen woord van gelogen. Je moest maar kijken naar de lichaamshoudingen en gelaatsuitdrukkingen in het publiek tijdens en na het concert, de opvallende stiltes die nog even bleven hangen nadat de songs hun einde bereikt hadden, de dubbele bisronde. De omstandigheden waren er dan ook naar: door een intimistische inkleding werd de Handelsbeurs snel omgebouwd tot een vergrote huiskamer die je deed vergeten dat je amper tien minuten eerder je auto in een ondergrondse betonnen bunker gezet had.

Fraanje en Reijseger startten als duo, meteen met beneveld samenspel tussen mijmering en verkenning. Fraanje delicaat schetsend en bescheiden spelend met ruimte, Reijseger met een slalom tussen z’n eindeloze bereik aan geluiden en speeltechnieken. Het was meteen alsof ze de soundtrack voor Herzogs magische kijk- én luisterervaring Cave Of Forgotten Dreams nog eens overdeden. Maar dan weerklonk ineens vanuit het publiek de stem van de Senegalese zanger en percussionist Mola Sylla, een figuur die met één uithaal, één ontzette kreet, een waaier aan emoties weet te bespelen, met een intensiteit die door merg en been gaat. Vijf minuten ver, en al een uppercut van jewelste.

Daarna baande het trio zich een weg door het materiaal van Down Deep, dat zowat integraal gespeeld werd. Opvallend vroeg kwam “Amerigo” al aan de beurt. Sylla dook opnieuw de zaal in met rammelende percussie, Fraanje en Reijseger zweefden om minimalistische motieven, de pianist met repetitieve stukken, de cellist eindeloos verschuivend met fluitende en zingende klanken, de strijkstok hanterend als een delicaat penseel om hier iets toe te voegen, daar een schaduw te voorzien, collectief badend in weemoed met de suggestie van een tristesse die nooit vergleed in goedkoop gejammer. Sylla voegde zich snel bij de drie en de verwachte climax zong, nee keelde hij in de buik van de piano. Een machtige piek.

Meeslepend en met een krop in de keel dus, maar ook veel meer dan dat. Reijseger hanteert z’n vijfsnarige cello als een percussie-instrument en zorgt met speeksel voor hilarische effecten, maar hij haalt er ook een potige basklank uit en door het op z’n schoot te nemen als een gitaar maakte hij je soms wijs dat je een West-Afrikaanse bluesband aan het werk hoorde, met een onweerstaanbare stuwing en funk erin, mooi contrasterend met Sylla’s gepluk op de duimpiano en xalam. Fraanje zorgde er intussen voor dat je nooit echt wist in welke wereld je je bevond. Jazz, kamermuziek, wereldmuziek, improvisatie? Een beetje van dat alles. Dromerig in “Shaped By The Tide” en als deelnemer van een ritueel in “Ana”.

“Elena”, de bloedmooie opener van het album kreeg ook nu een knappe uitvoering, maar minstens even fraai was afsluiter “Hemisacraal”, ook al zo’n stuk met geneurie van Reijseger en zo’n ingetogenheid om stil van te worden, al maakte Sylla er een grappig stukje toneel van door in slaap te vallen en te snurken op het podium. Een volmaakt slot dat nog gevolgd werd door twee gulle bisrondes die vooral de frêle kant van het trio lieten horen. De verwachtingen werden daarmee moeiteloos ingelost. Deze drie maken muziek, spelen met muziek op een niveau dat je enkel bereikt als je een enorme bagage, openheid en creativiteit kan verenigen. Een virtuoze balanceeroefening waarbij het geheel zoveel meer was dan de som van de afzonderlijke delen. Dit zijn de concerten die ons eraan herinneren waarom we van hot naar her rijden, ’s anderendaags met wallen onder de ogen gaan werken en dit spul willen opdringen aan volstrekte onbekenden. Je zou haast denken dat je er een beter mens van wordt. Dat je dat cynisme even laat voor wat het is. Ik kan er alleszins weer even tegen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in