Bekentenis van een Robbie Williamsfan

Robbie Williams is fout met grote F. Als serieuze muziekliefhebber mag je wel zeggen dat het ’goed gemaakt’ of ’al niet zo slecht als de rest van die commerciële brol’ is, maar goed vinden is er niet bij. Schlüss Damit! Deze serieuze muziekliefhebber houdt van de goed gemaakte pop uit de jaren vijftig en zestig (Elvis, Sinatra, Buddy Holly, Beatles,…), maar ook die van de jaren negentig.

Werchter, 1999 : enkele uren voor de hemelsluizen zich boven R.E.M. en de heilige wei openden, werd "Back for Good" van Take That op weinig subtiele wijze verkracht vanop het hoofdpodium. Delinquent van dienst was Robbie Williams : ooit zanger en danser bij dat jongensgroepje en getormenteerd popidool van over het water. Tussen de reguliere Werchtergangers (lang haar, glazige blik en stoer metal-shirt) stonden her en der jonge meisjes te zwijmelen met een bandrecorder in de hand. De Schuur had ons weer stevig bij ons pietje en toen zelfs nog zonder Clearchannel

We stonden erbij en keken er met groeiende verbazing naar. We hoorden het Star Wars-thema aanzwellen en zagen een man gekleed in basgitaar en kilt Spinal Tap-gewijs het podium opkomen. Prompt rolde de namaak-Kiss van "Let me Entertain You" over onze hoofden. We mochten iets later meewuiven met de viooltjes uit "Millennium" terwijl Robbie een regen van pluchen beesten ontweek en er schalks enkele in zijn onderbroek propte. Hij zong "Song 2" beter dan Blur de avond voordien en kondigde "Angels" aan als ’A song very close to my… wallet’. Làchen !

Bakvissen krijsen intussen hun longen uit, konden van pure hormonale ontroering hun bandrecorder niet meer vasthouden en vroegen een grotere medemens of hij een foto van hun idool wilde trekken met een bezwete wegwerpcamera. Een rastaman in Sepultura-shirt brulde iets verder uit volle borst mee en nadere inspectie van het publiek leerde dat hij niet alleen was. Robbie weet hoe entertainment werkt en liet ons (om vier ’s middags) roepen om een bis. Die kwam er onder de vorm van de Clash-cover "Should I Stay or Should I Go", dat al gauw werd stilgelegd. We sprongen niet genoeg, zeker niet achteraan op de wei. De heer Williams vroeg ons vriendelijk om onze hipheid en intelligentie even opzij te zetten, om met zijn allen mee te springen, thank you very much. En hop: de halve wei huppelde rustig mee op de tonen van The Clash’s meest commmerciële moment ooit. Game, set and match Robbie Williams. Dit alles werd die dag pas overtroffen door Michael Stipe die bij wijze van hart onder onze verzopen riem a capella "Have you ever seen the rain" inzette.

Zo verklaren wij aan lichtjes geshockeerde bezoekers waarom in onze CD-collectie tussen The White Stripes en Stevie Wonder een plekje voor Robbie Williams gereserveerd is. Als een baksteen vielen we voor de humor, de branie en vakkundig gebouwde popsongs. Vermomd als bakvis (ja, u had erbij moeten zijn.) ging uw dienaar op zoek naar CD’s van de man. De balans is snel gemaakt: een twintigtal deugdelijke tot geweldige songs en een hoop rommel. Spijtig genoeg zijn die vrij evenwichtig verdeeld over vijf cd’s.

Debuut Life Thru a Lens spant wat dat betreft de kroon. Met "Let me entertain you" en "Angels" wist Robbie enige rimpels te veroorzaken die lieten vermoeden dat Take That toch enig talent bevatte. De rest van zijn debuut bestaat echter uit degelijke, goed gemaakte popliedjes van dertien in een dozijn, waarvoor ze ons niet noodzakelijk hoeven wakker te maken. De kans dat we weer indommelen zou hoe dan ook te groot zijn.

Pas op I’ve been expecting you verankert Williams zijn tongue stevig in de cheek en kan hij ook de seksueel rijpe medemens langer dan 4 minuten boeien. ’My mouth smells of a thousand fags and when I’m drunk I dance like me dad’: als openingszin kan het tellen. Popidool Robbie is ook maar een gewone kerel en 14-jarige groupies zijn ook niet je dat, zo wil hij ons doen geloven. In "Millennium" vraagt hij ons: ’Get up and see the sarcasm in my eyes’. Er hangt inderdaad een zweem van sarcasme rond dit album, maar ook van dollartekens, een uit de kluiten gewassen ego en ’geleende’ samples. Druk kanttekeningen plaatsend, moeten we wel toegeven dat Robbie Williams met deze twee albums onder de arm live onze interesse wist te wekken.

Niettemin staat er iets teveel vulsel op die eerste twee albums om kanaaloverschrijdend ’hoera’ en ’meer van dat’-geroep te verdienen. Leuk entertainment, leuke teksten en een handvol zeer knappe songs, maar daarvoor leggen we onze street credibility niet in de waagschaal. Voor derde album Sing when you’re winning durven we dan weer wel een stevige lans te breken als "Rock DJ", "Supreme" of "The road to Mandalay" op de radio of op café passeert. Het is dan ook met deze singles en het bijbehorende album dat Robbie Williams enig voet aan de grond kreeg op het vaste land. Vrolijke uptempo popmuziek met refreinen die zelfs met een drilboor niet uit je hoofd te krijgen zijn. Het vulsel is ditmaal beperkt tot vier niet eens zo slechte nummers tussen "If it’s hurting you" en "By all means necessary". Mocht u zich overigens afvragen wat er nog als ghost-track op dit album staat: na een hoop stilte zegt Williams "I’m not doing one on this album". De guitigaard.

Swing when you’re winningis het subtiel anders getitelde album dat een jaar na Sing when you’er winning, in volle kerstperiode middels een hoop rat pack-klassiekers naar uw moeders portefeuille lonkte. Een degelijke cover van "Something stupid" in duet met Nicole Kidman, vergezeld van een prikkelende videoclip hielp dit album om Williams’ best verkochte in België te worden. Hoe fout het ook lijkt en hoe hard hij ook door de mand valt in een virtueel duet met Sinatra himself ("It was a very good year"): Robbie Williams komt verdomd goed weg met dit ambitieuze (en pretentieuze) project. De songs zijn goed gekozen en ook muzikaal lijkt het wel te kloppen. Williams zet 15 nummers lang een hedendaagse Dean Martin neer die toch op enig goedkeurend geknor van op deze banken kan rekenen. Degelijk is het woord, niets meer maar ook niets minder. Uw moeder heeft zich bovendien zeker al slechtere cd’s in de maag laten splitsen rond kerstmis. Lotti’s Tribute to the king: iemand?

De nieuwe Escapology is in vergelijking met de vorige twee albums ondermaats. Het klinkt allemaal nogal bekend in de oren. Niet alleen omdat Williams en songschrijfcompaan Guy Chambers weerom rijkelijk ideetjes lenen uit de rijke popgeschiedenis, maar ook omdat we het truukje al kennen. "Feel" leunt bijvoorbeeld wel erg dicht aan bij "Angels" en ook de rest van het album klinkt bij momenten wat te gerecycleerd. Slecht is Escapology zeker niet, maar misschien wel teveel van het goede. De songs duren regelmatig te lang en hier en daar herken je een brugje of refrein van een van Robbie’s vorige albums. Niettemin lijkt Williams’ status als superster met dit album ook hier definitief gevestigd. De concerten in het Sportpaleis waren in een mum van tijd uitverkocht en de singles geraken met gemak in de hogere regionen van de hitlijsten.

Voor de kerstperiode staat een ’best of’ gepland. Benieuwd hoe vlot die zal verkopen en hoe die twintig deugdelijke tot geweldige nummers samen op een CD klinken. Hopelijk helpt dat album voor het maatschappelijk bespreekbaar maken van het Robbie Williams-fan zijn in hippe stedelijke milieus. Dan luister ik intussen nog wat naar wat nu elektronix, voor de buren komen vragen of ik ziek ben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 5 =