Er was een gat in haar agenda, het jazzduo The Gallands (vader Stéphane op drums, zoon Elvin op toetsen) vroeg haar net op het juiste moment. Het resultaat van die samenwerking, waarvoor zoveel perfect in zijn plooi viel, heet Movin’, komt onder de naam Selah Sue & The Gallands, en laat een Sanne Putseys horen die zich vrijer dan ooit voelt, op het snijvlak van soul en jazz. ‘Let’s go with the flow.’
enola: Elvin, dit verhaal is vorig jaar begonnen op Jazz Middelheim, toen The Gallands van de organisatie carte blanche kregen om gasten uit te nodigen. Hoe kwamen jullie bij Selah Sue uit?
Elvin Galland (toetsen/productie): “Onze muziek is nogal van de crossover, met invloeden uit electro, hiphop, soul, … We wisten dat Selah Sue openstaat voor zo’n mix, en ook nog eens geweldig kan zingen. Ze heeft een grote muzikaliteit in haar stem, en veel zin voor ritme. In België leek ons dat gewoon de perfecte kandidate voor een samenwerking. Al moet ik eerlijk zijn: ik dacht niet dat ze zou toezeggen. She’s a star, hé.”
Putseys: “Ik kende The Gallands niet, maar toen mijn man hoorde dat ik een berichtje had gekregen van Stéphane Galland, zei hij dat ik moést antwoorden: ‘dat is dé goeroe van de drummers’. Ik heb gezegd dat ik éérst de muziek wilde horen. En die blies mij omver. Ik had niet verwacht dat ik zo onder de indruk zou zijn. Ik wist niet eens dat dat kan: zo geïnspireerd worden door een drumsound, maar de ritmes van Stéphane waren gewéldig, de productie van Elvin al evenzeer. Het was gewoon prachtig. Ik was meteen geïnspireerd, en ben er op beginnen freestylen tot ik een zanglijn en een tekst had. Uiteindelijk hadden we zo al snel vier nummers klaar voor dat optreden op Jazz Middelheim.”
enola: En toen smaakte dat naar meer?
Galland: “Toen vond Sanne dat het te goed was om zomaar los te laten. Ze liet haar label luisteren, en die vonden er ook iets aan, niet?”
Putseys: “Die lustten het heel erg. En dat was maar goed, want ik vond dat hele idee om dat alleen op Middelheim te doen maar vreemd. Daarvoor was het te cool, en hadden we er ook te veel werk in gestoken. Dus ja: ik wilde dat opnemen. En dan meteen een volledige plaat, geen EP. Waardoor we in drie maanden nog acht extra nummers schreven. Dat ging supervlot.”
enola: Sanne komt meer uit een soul-achtergrond, de Gallands zijn eigenlijk jazzmuzikanten. Vonden jullie meteen gedeelde grond?
Galland: “Ja hoor. Jazz is ook zo’n groot genre, en ik hou ook heel erg van soul. Mijn zus is zangeres, en samen hebben we al popmuziek gemaakt. Zelf ben ik meer in de elektronicarichting gegleden, maar ik heb ook hiphop gedaan. Jazz betekent voor mij gewoon improvisatie. Dat is ook hoe ik het van mijn vader – die wel een echte jazzhead is – heb geleerd. Hij houdt van open stuff waarop hij kan improviseren. Voor hem mag een strofe eindeloos duren, zelf verkies ik toch wat meer structuur als ik songs schrijf en speel. Maar kijk: het werkte, we waren een match. En het blijft heel open. In “Guiding You” is er een bridge die erg lang duurt voor we terugkeren naar de hook; dat vind ik geweldig. “Nothing To Fear” heeft dat ook; dat is één lange vibe, die almaar meer intens wordt. Het is geen jazz, maar toch weer wel, afhankelijk van hoe je er naar kijkt.”
enola: Sanne, je laatste plaat was het live-album As One. Had je het gevoel dat je daarmee een bepaalde periode had afgesloten?
Putseys: “Ja. Net daarom vond ik het goed om op dat moment een concertplaat uit te brengen. In essentie ben ik immers een liveartiest. Ik ben al vijftien jaar on the road, en in die tijd zijn de songs best geëvolueerd. Ik luister uit principe nooit naar mijn eigen platen. Ik zet de radio af als ik oude nummers hoor passeren, want dat is altijd een opname van een bepaald moment. Als ik ze op concerten speel, kan ik ze laten groeien. Dus ja, die liveplaat viel daar goed. We hadden een goeie tour gehad, we konden die met een opname afsluiten. Daarna was ik vrij, en lag alles weer open. Het was dus perfect getimed dat Elvin en Stéphane net dan kwamen aankloppen.”
enola: Je zegt zelfs dat dit de eerste keer is dat je je echt lid van een bandje voelt.
Putseys: “En dat is een cool gevoel, zeker omdat ze zo’n goeie muzikanten zijn. Dat maakt het me wel erg gemakkelijk. Elvin en Stéphane zijn zo getalenteerd, werken daardoor zo snel dat het een plezier is. En doordat het een samenwerking is, valt de druk ook mee. We zijn met drie paar schouders om de boel te dragen, ik heb niet voortdurend alle ogen op mij gericht. Integendeel: Elvin heeft een hele goeie, sterke visie waar hij heen wilt met dit project. Het was een opluchting om hem daarin wat te volgen, en niet alle beslissingen te moeten nemen.”
“Het is ook de reden dat we de plaat zo snel konden maken. Ik moest me enkel bekommeren om de stem. Ik denk dat ik twee à drie dagen aan elke song heb gewerkt, ik zond mijn zang naar hen, en dat was het. Als het mijn eigen project was geweest, dan zou ik veel meer getwijfeld hebben over productiekeuzes, met wie ik werkte, … Ik ben immers behoorlijk besluiteloos. Daarom duurt het ook altijd drie tot vier jaar voor ik een nieuwe album af heb.
enola: Elvin, is het de eerste keer dat jullie met een zangeres werkten?
Elvin: “Jawel, of toch de eerste keer dat we dat als The Gallands doen. Ik luister zelf veel naar muziek met vocals, dus ik ken het wel. Ik denk dat ik er in mijn componeren ook altijd ruimte voor laat. Soms komen we dan tot de conclusie dat er iets mist, en voeg ik een synthlijn toe, maar dat overtuigt me zelden. Ik geef de voorkeur aan zang. We hadden al enkele keren overwogen om met iemand samen te werken, dus dat optreden op Jazz Middelheim was een ideale gelegenheid om Selah Sue binnen te brengen. Het bleek ook the perfect match. Een track als “Another Way” had ook echt de ruimte voor haar.”
Putseys: “Er was ook een instrumental die “Into Forever” is geworden, die ik ritmisch zo triggering vond, dat ik er iets over wilde proberen schrijven. Als ze het niet lustten, dan was het maar zo, dan ging het in de schuif. Ik voelde me enorm geïnspireerd. Zo heb ik overigens alle nummers geschreven. Met de koptelefoon op nonsens beginnen zoeken – “yoghurt” noem ik dat, en zo al freestylend melodieën vinden. Dat is altijd het gemakkelijkste deel. Melodie komt gemakkelijk, maar er daarna een tekst van maken, vraagt altijd nog wat extra werk. Dat doe ik dan thuis, op mezelf.”
enola: Hoe belandden jullie bij een gerenommeerd Amerikaans producer als Russell Elevado die onder andere bij D’Angelo, Al Green en The Roots achter de knoppen zat?
Galland: “Ik heb ooit productie gedaan voor Manu Katché, een wereldberoemde Franse drummer die onder andere bij Peter Gabriel speelde. Hij had de contactgevens van Russell, en zo heb ik enkele jaren geleden even met hem gewerkt. Sindsdien had ik hem een paar keer geschreven, maar hij antwoordde nooit. Deze keer wilde ik het toch nog eens proberen, en ik zette Selah Sues naam in het groot in de e-mail. Toén kwam er antwoord. Hij vond de tracks die ik gestuurd had (“Another Way” en “Rise As One”) erg goed. Hij was er door omver geblazen, zei hij. En zo hebben we hem kunnen strikken. We hebben alles analoog opgenomen, met echte drums, echte strijkers, echte Rhodes, piano’s, … Dat moest.”
Putseys: “Het was wel even zoeken. Ik was starstruck, wilde hem alle vrijheid geven. En dat werkte niet, bleek bij zijn eerste mix. Hij had Elvins ruwe mix niet beluisterd, en had dus zijn zin gedaan. Stéphane en ik wilden die andere aanpak wel aanvaarden, het was cool, maar Elvin niet. Daarvoor is hij te veel producer. Hij wilde zich ook in de mix kunnen vinden, en durfde Russell dus te zeggen dat het anders moest. Ze hebben lang gebeld, en toen heeft hij zijn zin gekregen. Nu kan ook hij zeggen dat dit het best mogelijke resultaat is.”
Galland: “Uiteindelijk was Russell dankbaar dat ik mijn mond heb opengetrokken. Zo werd het voor hem een uitdaging.”
enola: Waarom heet de plaat Movin’?
Putseys: “Het is een woord dat je zo veel verschillende betekenissen kunt geven. Ik vind het bijvoorbeeld ontroerend hoe het universum ons heeft samengebracht, hoe mooi we bij elkaar passen. Ook emotioneel is het ontroerend. En movin’ is ook spiritueel.”
enola: Als in ‘moving on‘?
Putseys: “Absoluut. Er is ook het titelnummer, waarin ik ‘moving with the pain until its over’ zing. Dat is een sterke manier om in het leven te staan. We zijn geen mensen die in bed blijven liggen als het tegenslaat. We blijven doorgaan.”
enola: Je hebt zelf ook moeilijke jaren achter de rug, worstelde weer met je depressie. Heb je het gevoel dat je ook daar wat doorheen bent?
Putseys: “Op dit moment wel, maar het kan altijd terugkeren. Ik zal nooit zeggen dat ik er volledig van verlost ben. Het blijft zoeken voor mij, maar er is zeker een grote evolutie geweest. En het fijne is dat dat vanzelf is gegaan. Ik heb er niets voor moeten forceren.”
enola: Microdose je nog?
Putseys: “Neen. Daar ben ik al twee jaar mee gestopt. Ik drink ook geen alcohol meer. Het is beter zo. Die psychedelica hebben wel poorten in mijn hoofd opengezet waarmee ik de rest van mijn leven kan werken. Ik moet het daarvoor niet opnieuw nemen.”
enola: Hoe ben je uit je put geraakt?
Putseys: “Precies zoals ik zing. Door te blijven bewegen, door de pijn, de moeilijkheden heen. In alle rust te wachten tot het voorbij was. Alles heeft van nature de neiging om voorbij te gaan: als je dat in gedachten houdt dan moet je van niets bang zijn, want alles verandert voortdurend. Als het moeilijk is, wéét je dus dat het gemakkelijker zal worden. En ik zit tegenwoordig in zo’n goeie periode. Ik probeer er van te genieten.”

enola: Welke song van Movin’ betekent het meest voor elk van jullie?
Galland: “Moeilijk, want dit album heeft verschillende energieën. Elk nummer voelt weer anders voor me, dus het is moeilijk er eentje uit te halen. Misschien “Another Way”, omdat het al een favoriete instrumental voor me was. Het was het eerste nummer dat we samen maakten, en ik was er van ontdaan hoe goed het resultaat was toen Sanne ons de track zond. Ik was op dat moment op een soort muzikantenweekend, en iedereen daar was verbluft. Laat het die dus maar zijn.”
Putseys: “Mij ligt “Nothing To Fear” het dichtst bij het hart. De tekst over een moedergod die me aanspreekt en gidst, voelt heel sterk. Het is hoe ik me voelde tijdens mijn psychedelische trips, toen ik microdosing deed. Het was het beste gevoel ter wereld, alsof ik werd gedragen door een onzichtbare kracht. Het is een heel spiritueel nummer. Als ik het zing, voel ik me altijd terug zoals toen.”
enola: Live heb je er choreografieën van Zoë Demoustier bij betrokken. Vanwaar die drang om te stileren?
Putseys: “Movin’ voelt voor mij als zo’n spiritueel album, dat ik er ook de juiste bewegingen bij wilde. Ik vind Zoë op dat vlak een van de grootste danstalenten in België. Ik ken haar omdat ze ooit het lief was van mijn drummer. Ze heeft een choreografie gemaakt die helemaal past bij de muziek. Ik denk dat ik tot het einde van mijn dagen met haar zal blijven werken.”
“Ik heb al gezegd dat ik me verveel als ik enkel moet zingen. Wat ik daar mee bedoel, is dat dat vanzelf komt. Ik moet nooit nadenken over de juiste toon of een harmonie. Ik heb al ervaren dat als ik dan in het moment wil blijven op het podium, het helpt als ik een deel van mijn brein bezig hou met bewegingen.”
enola: Je bedoelt dat je gedachten anders met je op de loop gaan?
Putseys: “Welja, dan begin ik al te denken aan wat we na de show gaan eten. Maar nu ik op het podium sta met Elvin en Stéphane, die te gekke, ongelofelijke, mooie freestyles en solo’s spelen, is het anders. Ik kan alleen maar weggeblazen worden door hen. Ook dat helpt me om in het moment te blijven. Het is niet gemakkelijk om je bij hen te vervelen.”
enola: Sla je zelf ook aan het improviseren?
Putseys: “Bij momenten. In lange intro’s en outro’s, soms eens in de song zelf, kan ik al eens een melodie veranderen, en het zo misschien voor mij wat interessanter maken. Ik ben op dit moment ook heel erg into engelachtige zang. (zingt voor) Dat is iets wat nu nieuw is voor me, en me erg inspireert.”
Galland: “Dat soort zang kan ze heel goed.”
enola: En nu? Is dit een eenmalige samenwerking, of zit hier meer in?
Putseys: “Dit is zo organisch gegaan, zo vanzelf, dat ik het een beetje raar zou vinden om nu in steen te beitelen dat we volgend jaar een tweede plaat zullen maken.”
Galland: “Let’s go with the flow.”
Putseys: “Precies. Dit album maken was zo vlot, zo fijn, dat het stom zou zijn om er niet meer uit te halen. Maar dan moeten alle puzzelstukjes weer op hun plaats vallen. Nu was het een kwestie van het perfecte moment, de perfecte mensen.”
enola: Als hier toch geen vervolg op zou komen, wat zou je van deze samenwerking onthouden?
Galland: “Om te vertrouwen. Mensen, maar ook gewoon algemeen in het leven. Het is goed om controle te houden, maar je moet het in evenwicht houden. Van te veel controle krijg ik stress, en van deze samenwerking heb ik geleerd chiller te zijn.
Putseys: “Ik ga hier heel veel van meedragen. Elvin is immers zo goed in tal van dingen waar ik echt niets van bak. Heel dat social mediagedoe, bijvoorbeeld. Hij doet me daar over nadenken, net als over de businesskant. Vroeger passeerde dat me wat, hij heeft me geleerd om me daar toch meer mee te moeien. En da’s cool, want ik moet dat doen.”
“En verder wil ik de vrijheid die ik bij de Gallands gevoeld heb meenemen naar mijn eigen band. Ik heb bijvoorbeeld alle zang zelf opgenomen, en dat hebben zij nooit in twijfel getrokken. Als ik het zo zond, werd het zo gebruikt: het was goed. Ik hoop dat ik dat vertrouwen kan behouden als ik weer op mezelf aan de slag ben.”



