Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van Arctic Monkeys.
- Knee Socks
Eentje voor alle zintuigen, deze. Op “Knee Socks” schildert Turner trefzeker de antipode van de blitse Arabella die eerder op AM haar opwachting maakte. Of is het gewoon een andere, minder gestileerde kant van de vamp? We zíén haar door haar huis sloffen in die kniesokken en oversized blauwe polo-met-krokodilletje van onze verteller. We próéven haar “cough drop coloured tongue” (die alliteraties en assonanties!) En we hóren vooral een hitsig gitaarriffje, O’Malleys misleidend luie bas en die door hiphop geïnspireerde drums die het album typeren. Nog steeds niet sexy genoeg? Dan komt Josh Homme je de kus des doods wel geven met zijn gecroon tijdens het laatste refrein.
Hoogtepunt: 2’34”. Na dat sleazy a cappella brugje zijn we helemaal om.
2. There’d Better Be A Mirrorball
“Don’t get emotional.” Nogal moeilijk, Alex, als je zo tegen ons staat te croonen. De opener van The Car is een van de mooiste nummers uit het repertoire van de Monkeys. Het glittert, zalft en raakt hier en daar een gevoelig snaartje. Het zet perfect de sfeer van het album. Wij zijn benieuwd of het een ongegeneerde open sollicitatie voor de nieuwe Bond-theme is, want van een filmische sound is deze band duidelijk niet vies.
Hoogtepunt: De discobal die bij een live-optreden anderhalf uur aan het wachten is om enkel tijdens het einde van dit nummer nut te hebben. Less is more.
3. 505
Dit is een anthem voor zielen die verteerd worden door doorleefd verlangen – geschreven door een jongen van amper negentien jaar oud. Bij de eerste kennismaking voelde dit nummer nog als een vreemd beestje, die romantische parabel als toemaatje na dat uit spanbeton opgetrokken Favourite Worst Nigthmare. De emoties druipen af van Alex Turner die na het enorme succes van het debuut constant de hort op was en zijn liefje Alexa Chung moest missen.
Maar het gevoel waaiert breder uit dan dat. “505” bezingt even goed elke onmogelijke liefde die de wereld ooit heeft gekend. Het nummer zou staan voor de hotelkamer waar de geliefden elkaar opnieuw zouden ontmoeten, ongeacht de afstand of de moeite die zich getroost moest worden, maar het mag gerust staan voor gelijk welke leegte in uw hart die gevuld dient te worden. “505” groeide uit tot het onvervalste hoogtepunt van het album, het scharnier tussen dat baldadige debuut en het emotionelere vervolg van het oeuvre.
Hoogtepunt: 2’33”. Alle opgebouwde spanning wordt losgelaten, alle emoties gulpen eruit. Het is het moment waarop Turner begint te beitelen aan zijn eigen monument in de songschrijverij. De hype van het debuut wordt afgeschud en de hoge vlucht vangt nu echt aan.
4. The View From The Afternoon
We gaan het gewoon zeggen: dit zou weleens het beste openingsnummer op een debuutalbum ooit kunnen zijn. “The View From The Afternoon” knalt de weerloze luisteraar zonder pardon de actie in met z’n onontwijkbare spervuur van drumslagen en gierende gitaren. “Anticipation has a habit to set you up for disappointment in evening entertainment” – het contrast tussen de torenhoge energie en de monotonie van alweer een vruchteloze nacht knettert en kraakt. Voor wie nog twijfelde aan Turners talent om de meest banale taferelen in poëzie te gieten, hier heeft hij het over een meisje dat verveeld haar baksteen van een Nokia ontgrendelt om een dronken bericht te lezen: “And she won’t be surprised and she won’t be shocked / When she’s pressed the star after she’s pressed unlock / And there’s verse and chapter sat in her inbox / And all that it says is that you’ve drank a lot”.
Hoogtepunt: 2’18”. De nacht en de banger lijken ten einde, maar dan … de aloude discussie ‘toe, nog eentje?’ in de vorm van het een-tweetje tussen de gitaren van Jamie Cook en Alex Turner. Allez, nog eentje dan.
5. Suck It And See
Het titelnummer uit hun crimineel onderschatte vierde album. Zong Turner op Humbug nog liedjes over zijn propeller, nu laat hij alle schroom varen: “Suck It And See” is als woordspelletje even vulgair als slim. De uitdrukking betekent zoveel als: je moet het proberen om te weten of je het goed vindt en kan ook toegepast worden op de nieuwe frivolere richting die ze uitgaan. Na de naar de woestijn geurende voorloper drijft Turner nu echt weg van topische teksten over een nachtje uit naar een meer romantisch-surreëel universum dat des te sensueler is. Het nummer, en bijgevolg het hele album, is de ideale voorloper voor het potten brekende AM dat de symbiose is van Humbug en dit vierde album.
Hoogtepunt: 1’02”. “I poured my aching heart into a popsong, I couldn’t get the hang of poetry, that’s not a skirt girl, that’s a sawn-off shotgun, and I can only hope, you’ve got it aimed at me”. Alex Turner is een stielbederver, zeggen wij u. Hij verpest het voor alle andere mannen.
6. Crying Lightning
Wanneer Joshua Homme aan de knoppen zit, dan kan het al eens gebeuren dat de sound van een band verandert. Bij het derde album was het tijd voor het viertal om eens van shapeshifting te doen en de Ginger Elvis haalde de band van hun eiland naar de woestijn om daar Humbug op te nemen. De songwriting werd wat cryptischer en doorspekt met metaforen, de sound iets zwaarder. Positief zand in de machine, zowaar. Crying Lightning heeft een refrein om U, en misschien wel de rest van het alfabet tegen te zeggen. Wat de briljante lyrics willen zeggen: géén idee, maar ze komen wel binnen.
Hoogtepunt: Hoe Turner huilend bij het eerste refrein “Your pastimes, consisted of the strange / And twisted and deranged / And I love that little game you had called / Crying Lightning” brengt, en bij de resterende refreinen één woordje verandert. De “love” gaat over naar “hate” en klinkt telkens wat wanhopiger.
7. Do I Wanna Know?
Die seismische dreun aan het begin kondigt de aardschok aan die AM zou veroorzaken en die Arctic Monkeys tot de grootste (de beste waren ze al) band van hun tijd zou maken. Het is de ultieme QOTSA-song die Homme nooit heeft geschreven. Het is magistraal, het is dreigend, het gaat traag, het is een kettingzaag van een riff, het is de pomp om zelfvertrouwen te tanken op weg naar het werk om je baas eens echt te zeggen waar het op staat, het is nog dat laatste biertje bestellen op café, hoewel dat een slecht idee is. Het is downtempo want dan mag het langer duren. Het is “Do I Wanna Know”. Fuck, wát een song.
Hoogtepunt: 01’12”. “Do I wanna know If this feeling flows both ways?” Dat is uiteraard retorisch, wij zijn al lang overstag gegaan.
8. Cornerstone
“Cornerstone” is een perfect opgebouwd kortverhaal dat z’n inspiratie haalde bij de verhalende traditie van countryklassiekers à la Patsy Cline. Het romantische riedeltje schreef zich zo goed als vanzelf, aldus een trotse Turner. In de tedere ballade ontmoeten we een verteller op queeste/kroegentocht: zijn verloren liefde duikt overal op, maar blijkt telkens een andere deerne te zijn die zich niet met háár naam laat aanspreken. Tot de verrassende volta: zusterlief mag hij noemen hoe hij wil.
Hopeloos melancholisch, dieptragisch, of gewoon een clever narratief trucje? Aan u om te beslissen, maar bekijk ondertussen vooral de iconische videoclip waarin de zanger zichzelf in een felrode trui met veel verve te kakken zet.
Hoogtepunt: Kan niet anders dan dat keerpunt op 2’57” – “She said, ‘I’m really not supposed to but, yes, you can call me anytime you want”.
9. Brianstorm
Waarschijnlijk het snelste nummer dat de lads ooit gemaakt hebben. Vleesgeworden, op hol geslagen metronoom Matthew J. Helders ontpopt zich zowaar tot een metaldrummer van het zwaarste soort. Giet daar nog eens een forse riff, diepe bass en snerende lyrics bij en je krijgt een net-niet dodelijke cocktail voor je reeds dronken smoel geserveerd. Het meelijwekkende onderwerp van het nummer zouden de Monkeys ergens in de backstage op tour in Japan tegengekomen zijn. Wij zouden alvast niet in zijn schoenen willen staan. “Top marks for not trying”, Brian!
Hoogtepunt:0’00”. Al vanaf seconde 1 wordt de luisteraar bij het nekvel gegrepen, en pas losgelaten op het einde. Uitgeteld.
10. Body Paint
Het spelplezier spat Jackson Pollockgewijs af van deze dramatische tweede single van The Car. De slowburner in drie aktes opent met een bedrieglijk luchtig pianoriedeltje dat duistere thema’s verdoezelt, er wordt met strijkers gestrooid en Turner experimenteert met zijn falsetto. Veel verf, maar elke laag krijgt voldoende ademruimte en loopt naadloos in de volgende over. Bowie was hier vast ook trots op geweest.
Hoogtepunt: “Body Paint” haalt deze best of vooral op basis van de live versie. Die kreeg een nog uitbundigere outro mee dan de studioversie waarop Cook en Turner hun gitaren harder laten briesen en Helders de teugels meer laat vieren. Vloert ons elke keer weer.
11. A Certain Romance
Een nummer uit twee delen, waarbij Turner eerst nog even het album samenvat: er schuilt wel degelijk romantiek in het amalgaam van classic Reeboks, modkapsels, pinten drinken, ruzie maken en achter de meisjes aan zitten. Maar dat betekent nog niet dat ze allemaal dickheads zijn: “and they might overstep the line, but you just cannot get angry in the same way” – jongens zullen nu eenmaal jongens zijn.
Daarna transformeert “A Certain Romance” in een cocktail van onversneden branie met een zeste van weemoed recht van de gitaarsnaren geschaafd. Het is het gedroomde en dromerige einde van dat even strakke als zwalpende debuut.
Hoogtepunt: 0’37”: Na de bombastische intro trekt dat gitaarlijntje zich op gang, verfrissend als een malse Noord-Engelse regenbui. Kippenvel, elke keer.
12. Leave Before The Lights Come On
Een faits-diverstje tussen het debuut en de tweede. Volgens de band voelde “Leave Before The Lights Come On” overbodig om nog op de eerste plaat te zetten. Als je ’t ons vraagt, zou gelijk welke andere band dit nummer wél op een album zetten. Wederom omvat het nummer scherpe observaties, deze keer na een dronken one-night-stand. Verwarring en spijt met een vleugje wrok: check! Energieke en opzwepende gitaartjes: dubbelcheck! Vergeet zeker de videoclip erbij niet te checken.
Hoogtepunt: 3’12”. Jamie Cooks eensnarige genialiteit.
13. Fluorescent Adolescent
Arctic Monkeys opereren met deze indie classic op hun bitterzoetst. Aan de oppervlakte een misleidend onschuldige riff en springerige bassen, tekstueel dan weer van het meer ondeugende werk van de band. Daar hebben we Turners liefje van indertijd aan te danken: op reis hielden de twee zich liever bezig met woordspelletjes dan met eindeloos bakken op een strand. Zo kwamen ze op de proppen met het weemoedige koppel van “Fluorescent Adolescent” wiens spreekwoordelijk bloody mary weer een scheutje extra tabasco kon gebruiken. De frontman brengt zijn oneliners bijna naïef, rotaanstekelijk en lekker snel – wie zien we in de karaokebooth voor een sing-off?
Hoogtepunt: 2’39”. De eerste strofe komt in al zijn glorie en met extra melancholische backing vocals terug – zeiden we al ‘rotaanstekelijk’?
14. From The Ritz To The Rubble
Wil je weten hoe het is om op te groeien in het Noorden van Engeland? Luister eens naar Whatever People Say I Am, That’s What I’m Not. De ondeugende, sfeervolle lyrics van onze millennial Morrissey komen het best naar voren in “From The Ritz To The Rubble”. Ze nemen ons mee naar stampvolle clubs en ruige pubs tijdens een avondje stappen in Sheffield. De buitenwipper die in het nummer Turner en z’n crew de laan uitstuurde, kreeg wellicht z’n cv voor de neus na het immense succes.
Hoogtepunt: De jeugdige frustratie na afwijzing van de portier en de daaropvolgende chaotische spiraal die perfect te voelen is aan het einde van het nummer. Lekker crescendo een kakofonie van scherpe gitaren en agressieve drums met daarop wat tadadada’s gegooid.
15. Four Out Of Five
Hadden de Monkeys een tweede AM kunnen maken? Ongetwijfeld. Was dat echt nodig? Volgens hen niet, dus sloegen ze met Tranquility Base Hotel & Casino een volledig ander pad in. Eentje dat naar de ruimte leidde, verlicht door sterren en gedimde studiolampen. “Four Out Of Five” was onze eerste kennismaking met hun maanlanding en, toegegeven, het was even verdwaasd knipperen, maar daarna vielen we voor deze gewaagde nieuwe incarnatie – en vielen we hard. Gladde synths die de gitaren overstemmen, al even glibberige vocals waarmee Turner voor het eerst zijn croon-falsetto combi uittest, een opbouw van jewelste. Minstens vierenhalf op vijf van ons voor deze eigenzinnige, theatrale reïncarnatie.
Hoogtepunt: 3’12”. Een livemomentje: Jamie Cook die immer cool dan toch nog een lekker fuzzy klank uit zijn snaren slaat.
16. When the Sun Goes Down
Het is niet alleen bier en clubben op dat debuut, er is ook ruimte voor sociaal drama. “When The Sun Goes Down” maakt de zelfkant van de maatschappij aanschouwelijker dan eender welke film van de broers Dardenne – het rockt in elk geval véél harder. Vol mededogen observeert Turner een hoertje dat de straat op wordt gedwongen door een rotzak met een rijverbod – op zijn minst. In slechts enkele pennentrekken schetst hij deze intrieste figuren – hoe tekenend is die Ford Mondeo? – en het verhaal is net als het meisje recht van de straat geplukt. Al te makkelijk wenden we onze ogen af van zulke figuren, maar een artiest als de jonge Alex Turner hoefde niets meer te doen dan goed observeren om deze figuren de eeuwigheid in te schrijven.
Hoogtepunt: 0’58”. Een gitaar scheurt de mistroostige intro aan flarden en het nummer toont zijn tweede gelaat, gevaarlijk als de stad na zonsondergang.
17. Mardy Bum
Toen “Mardy Bum” na jaren afwezigheid in de setlist zijn triomfantelijke terugkeer maakte bij de vorige tour, was elke fan door het dolle heen. En terecht, want dat smakelijke riffje is gemaakt om door het hoofd te blijven spoken. De mannen hadden zich de moeite zelfs kunnen besparen om meer dan de eerste noten door de arena’s te laten waren – hun publiek keelde de geluidsmuur vlotjes kapot. Ironisch genoeg gaat deze instant shot happiness over een chagrijnig, prikkelbaar persoon. Nog nooit zo vrolijk geworden van een nummer dat de ups en downs in een relatie tackelt. Het is eerlijk, nostalgisch en bovenal: grappig geobserveerd door onze favoriete woordkunstenaar.
Hoogtepunt: 0’01”. Wanneer een nummer begint met: “Well, now then, mardy bum / I’ve seen your frown and it’s like looking down / The barrel of a gun / And it goes off”, kan er eigenlijk al niets meer mislopen.
18. Piledriver Waltz
Heel Suck It And See is een paternoster van lieflijke aan elkaar geregen pareltjes, maar “Piledriver Waltz” heeft nog net die extra Schmalz. Turner schreef het oorspronkelijk voor de soundtrack van de coming-of-age film Submarine van Richard Ayoade, die ook verschillende clips én de Live At The Apollo concertfilm van de Monkeys regisseerde. Voor het album werd deze kleine berceuse door de groep aangekleed met een bas die deint als een gravitatiegolf, terwijl de gitaar als een pulsar zijn boodschap van eenzaamheid het zwarte universum instuurt. Het is de verheffing van puberaal verlangen naar smachten op Olympisch niveau.
Hoogtepunt 01’04”. “Your waitress was miserable, and so was your food.” Zo mooi kan mistroostigheid klinken.
19. Evil Twin
Met “Evil Twin”, uit de Monkeys’ Amerikaanse biker era, diepen we een goudklompje op uit de kluis met B-kantjes – maar dan wel eentje dat een heuse video meekreeg. In de muzikale en visuele hoofdrol: het spierballengerol van Matt Helders. De yin bij de yang van “Suck It And See”, of, welja, zijn evil twin: niks subtiels of lieftalligs aan dit gruizige classic rocknummer dat er lustig op los scheurt en zo al hint naar de overdosis seks die zou volgen op AM.
Hoogtepunt, of kookpunt van de intensiteit: 2’27”: Nick O’Malleys ongedurige baslijn die met een zweepslag van Helders het zwijgen opgelegd wordt – een gefluisterd “Tha knows” – een extrahete gitaarsolo – puffen en blazen!
20. I Bet You Look Good On The Dancefloor
“If Yorkshire ever becomes independent, this should be their national anthem,” leest een comment onder Youtube en we zouden het niet beter kunnen zeggen. Hell, we zouden zelfs stante pede naar het graafschap verhuizen. Wat de Monkeys hier op hun 18de teweegbrengen, is haast onnatuurlijk. Een kleine drie minuten adrenaline pompen – en blijven pompen – terwijl een spervuur aan savvy lyrics ratelt op de trommelvliezen van het dansvee dat zijn kont maar blijft losschudden. Alle bochten ten spijt die in hun verdere carrière nog zullen volgen, dit is en blijft hun signature song – het is het nummer dat ze veruit het meest live speelden – en als het God belieft, zal het dat ook voor eeuwig en altijd blijven.
Hoogtepunt: 1’52”: “There ain’t no love, no Montagues or Capulets, just banging tunes and dj-sets, dirty dancefloors, dreams of naughtiness”. Geef Turner die Nobelprijs, NU!
Luister naar deze Best of via onze playlist op Spotify. Graag gedaan.



