Na het heugelijke fenomeen van achttien jaar worden en eindelijk volwassen zijn, volgen iets later je twenties, wanneer je effectief beseft dat je nu volwassen bent maar geen flauw benul hebt wat je met je leven moet aanvangen. Je bent jong en verloren, en je probeert maar wat. Dat toont ook Baise-en-ville, een Franse komedie van de dertiger Martin Jauvat, die met lichte spot en de nodige empathie observeert hoe het is om vandaag de dag een zoekende twenty-something te zijn.
In Baise-en-ville volgen we de ongemakkelijke twintiger Coretin Perrier (vertolkt door Martin Jauvat zelf), of Sprite voor de vrienden, die nadat zijn relatie op de klippen loopt terug naar zijn ouderlijk huis in een buitenwijk van Parijs verhuist. Wat zowel voor Sprite als voor zijn ouders geen wenselijke situatie is. In zijn poging om uit huis te geraken, stoot Sprite echter op een paradox: hij moet dringend zijn rijbewijs halen om werk te vinden, maar hij heeft een job nodig om zijn rijlessen te kunnen betalen. Daarnaast heeft zijn moeder ook nog eens zijn badstop afgepakt waardoor hij niet eens meer kan nadenken in het comfort van warm water. Uiteindelijk gaat hij aan de slag als poetshulp bij een start-up die zich richt op het opkuisen van feestjes in rijke villa’s. Maar zonder rijbewijs is hij genoodzaakt om elke nacht uren op openbaar vervoer te vertoeven om zo tijdig op de locatie van de avond te geraken. Zijn rij-instructrice raadt hem daarom aan om via een datingapp slaapplekken in de buurt te scoren. Het enige wat hij daarvoor nodig heeft, is een kleine tas met het hoogstnoodzakelijke, ook wel een “baise-en-ville” genoemd. En hoewel de verlegen Sprite meegaat in dit idee, zorgen de dates enkel voor meer complicaties.
Baise-en-ville is de tweede langspeler van de jonge Franse filmmaker, die naar eigen zeggen autodidact is. Afgewezen van de filmschool trok hij terug naar zijn geboortedorp Chelles, waar ook al zijn films zich steevast afspelen. Zijn filmstijl wordt gekenmerkt door statische shots, een vrolijk kleurenpalet en situationele humor, waardoor de vergelijking met Wes Anderson niet ver te zoeken is. Maar waar Anderson heel gestileerde shots aflevert, bevat Baise-en-ville iets meer spontaniteit en is er minder theatraliteit. Bovendien maakt Jauvat hoofdzakelijk autobiografische films, waarbij zijn eigen leven het vertrekpunt vormt van het fictieve verhaal.
De komedie is bij momenten best grappig en aandoenlijk, en de dialogen treffen zo nu en dan. Maar in esthetiek noch in thematiek is de prent echt vernieuwend, waardoor het al snel gaat vervelen. De personages zijn daarnaast ondanks de pogingen tot authenticiteit ook eerder stereotiep en vlak, waardoor er een afstand blijft. Baise-en-ville, dat in wereldpremière ging in de La Semaine de la Critique-sectie van het Festival van Cannes, is zo een persoonlijke film die wel binnen de culturele tijdsgeest past, maar niets doet om de tand des tijds te overstijgen.



