In de nacht van 10 op 11 april 1934 verdwenen uit de Sint-Baafs kathedraal in Gent de panelen De Rechtvaardige Rechters en de grisaille van Johannes de Doper, onderdelen van het wereldberoemde Lam Gods van de Gebroeders Van Eyck uit 1432. De grisaille keerde terug als deel van een chantage aan het adres van het bisdom, het andere paneel werd nooit gevonden, ook al duiken er om de zoveel jaar nieuwe theorieën op over mogelijke vindplaatsen (die dan telkens tot niks leiden). Met een opvallende promotiecampagne – een krant die artikels uit 1934 combineerde met informatie over de film – wordt nu De Diefte gelanceerd, een productie die met hulp van vrijwilligers werd opgezet en de achtergrond van de roof wil belichten.
De Kunstacademie Wetteren, productiehuis Moose-Stache en scenaristen/regisseurs Nele en Raf De Graeve, sloegen de handen in elkaar om De Diefte op betaalbare manier naar het scherm te brengen. Op basis van een script dat Raf De Graeve eerst via het VAF (Vlaams Audiovisueel Fonds) tevergeefs gefinancierd probeerde te krijgen, werd een uitgebreide samenwerking opgezet tussen verschillende actoren die uiteindelijk tot resultaat leidde. De Graeve was naar eigen zeggen reeds als kind gefascineerd door de figuur van Arsène Goedertier, de Wetterse geldwisselaar die de spil vormde van het gebeuren en die het geheim van het nog steeds verdwenen paneel meenam in zijn graf.
De film dramatiseert niet rechtstreeks de gebeurtenissen in de lente van 1934, maar bouwt daar een soort raamvertelling om heen die draait om een zoektocht naar familiegeheimen die Hubert (Ivan Pecnik) op het spoor brengt van de vroegere koster in de kerk van Wetteren die tegen zijn wil in betrokken raakt bij de diefstal. Die opbouw laat toe een aantal lijnen tegelijkertijd te volgen maar de vraag is of dat nu wel zo’n goed idee was. De omkaderende plot is immers stuntelig en overdreven nadrukkelijk met personages die terwijl we dingen zien die nog eens goed in de verf zetten: ”Mijn grootvader, wat zou er met die mens gebeurd zijn?” of “Kijk, de ontbrekende bladzijde uit het dagboek.” Wat zich in het verleden afspeelt is van minder knullige onnozelheid, maar daar hebben we door de stijfheid van alles dan weer het gevoel dat we zitten te kijken naar een oude aflevering van Schipper naast Mathilde of Wij, Heren van Zichem. Het is allemaal opgezet en in beeld gebracht op een manier die een beetje te veel doet denken aan verfilmd schooltoneel. Het mag dan ook een wonder heten dat de makers er ondanks die vele tekortkomingen toch nog in slagen hier en daar luttele boeiende momenten uit dit alles te distilleren. Er worden immers suggestieve antwoorden aangereikt voor allerlei onbeantwoorde vragen in het dossier van de Rechtvaardige Rechters en dat is op zich soms best wel een geestige oefening.
De verleiding bestaat om gezien de budgettaire en promotionele beperkingen, een pak milder de zijn jegens De Diefte, maar eerlijk gezegd, George Romero draaide Night of the Living Dead ook voor een schijntje en in samenwerking met vrienden en familie en in dat geval kwam de creatieve kracht niettemin ontegensprekelijk bovendrijven. Dit passieproject helemaal afschieten zou onterecht zijn, maar je moet toch wel erg diep gaan om hier iets te vinden dat echt het bekijken waard is.



