In Lord Of The Dance laten we maandelijks een dj aan het woord over het draaiend bestaan.
Hij leerde het klappen van de zweep in Gent, maar pas bij Studio Brussel kwam Nadiem Shah tot volle wasdom. Vandaag draait hij als zichzelf, All Areas Tag Team, Shoarma Soundsystem en nog vijftien andere aliassen-slash-collectieven, waarvoor we u verwijzen naar het laatste antwoord. We beginnen echter met de essentie.
enola: Hoe ben je in het dj’en gerold?
“Alex, een neef van me, had in de jaren 80 een radioprogramma op de vrije radio in Roeselare. Hij had in zijn slaapkamer een miniradiostudio nagebouwd en beschikte over een uitgebreide platencollectie, van ABBA en Kim Wilde tot New Order en compilaties als Alle 13 Goed! Zijn broer Bruno hield van alternatievere muziek, zoals Sisters of Mercy en The Cure, en aangezien ikzelf van jongs af aan een fascinatie voor muziek én radio had, kopieerde ik alles van hen wat ik goed vond op cassette.”
“Later, in het vierde en vijfde middelbaar bleken een aantal vrienden thuis een installatie te hebben en daar kon dan voor het eerst geëxperimenteerd worden met een mengpaneel en meer. Mijn eerste jaar draaien voor publiek bestond uit dj-sets ‘de vrijdag na school’ in de Warehouse in Roeselare, en fuiven, heel veel fuiven. All night long draaien was toen de standaard en de concurrentie niet extreem groot, want al je zakgeld moest je dan gebruiken om muziek te kopen. Niet iedereen stond daarvoor te springen. Dankjewel dus, Elias van de Warehouse, om me die spot te geven!”
enola: Je bent het na je middelbare studies blijven doen?
“Een week voor ik achttien werd, ben ik in de Ambiorix in de Overpoort begonnen als woensdagse en zondagse resident. In de Warehouse was ik het echter gewoon om ‘stubru-muziek’ te draaien, van hiphop en dance tot drum-‘n-bass en gitaargeweld, en dat was niet per se de perfecte match met het publiek van een doorsnee studentencafé. Gelukkig had ik net voordien de platencollectie van die eerder genoemde neef cadeau gekregen. Zonder zijn platen en de begeleiding van een andere resident – merci Johan Van Eeckhoutte! – ging het nooit gelukt zijn en was het daar misschien wel gestopt.”
enola: Heeft die studententijd invloed gehad op je latere carrière als dj?
“Vijf jaar in studentencafés en op fuiven en galabals draaien was een uitstekende leerschool die ik elke dj toewens. Je kan nooit te veel muziek kennen en ervaring opdoen. Alles wat ik toen verdiende, gaf ik opnieuw uit in de Music Man of Billboard. Anders was je niet mee. Studeren deed ik ondertussen vooral in januari en juni. Ik volgde een opleiding Communicatie waarin PR & events centraal stonden, wat uitliep in een stage op de muziekredactie van Studio Brussel. Ik belandde er in het befaamde Radar-kot op een stoel naast Eppo Janssen, Ayco Duyster, Libelia Desplenter, Otto-Jan Ham, Jan Sprengers, Tom Aerts en Philippe Cortens. Ik schreef er popnieuws en ik smeet interviews en recensies online. Toptijden.”
enola: Maar mooie liedjes duren niet lang?
“Na die stage mocht ik aan de slag als muziekredacteur én als vervanger-samensteller voor Christophe Lambrecht, die dat najaar nog veel te veel recup staan had. Het eerste programma dat ik ooit samenstelde was Music@Work. Gerrit Kerremans leidde me op, en iets later mocht ik plots de muziek voor De Maxx kiezen, omdat hij wist dat ik ook dj was. Een paar maanden daarvoor kocht ik zelf nog de cd’s van De Maxx om te gaan draaien, vanaf nummer 6 (die met de Madan remix en Calabria!) werkte ik eraan mee. Dat was een speciaal moment. Er kwamen alleen maar meer dj-sets van en ik kreeg ook een vast contract bij de VRT. Zo werd ik gaandeweg één van de drijvende krachten achter de muziek die op Studio Brussel gespeeld werd. En als je slogan “life is music” is, dan zijn muzieksamenstellers het kloppend hart van je radiozender. Een vak apart en oh zo essentieel.”
enola: Heb je een signature? Iets wat je set typisch jij maakt?
“De meeste mensen zien me als een allround dj met een uitgesproken voorliefde voor ‘dance’ in al zijn vormen. Me aanpassen aan het publiek doe ik met plezier, tot op zekere hoogte toch. Het allerbelangrijkste voor mij is dat mensen hun energie kwijt kunnen op de dansvloer. Een hele avond enkel meezingers of brave radiohitjes opleggen zonder dat er écht gedanst kan worden: daar pas ik liever voor.”
enola: Liever goed in een niche of liever breed gaan?
“Ik begeef me het liefst in de wondere wereld tussen mainstream en underground. Enkel en alleen hitjes draaien is nooit mijn ding geweest, maar een hele avond supercoole, onbekende muziek draaien ook niet echt. Dat is iets wat je wel kan horen als ik draai: ik schuw herkenbare nummers niet, toch mix ik er ook genoeg muziek tussen die je niet per se kent, maar waar je waarschijnlijk toch op gaat dansen. Al is ook dat afhankelijk van het feest: als het publiek open staat om dansmuziek te omarmen die ze nog niet kenden, zoals op Club of the Future of Best Kept Secret vorig jaar… dan doe ik dat met extreem veel plezier. Essentieel is hoe dan ook dat je de dansvloer leest, je publiek aanvoelt en nieuwe muziek durft opleggen.”
enola: Weet je op voorhand wat je gaat draaien?
“Nee, ik bereid dj-sets niet uitgekiend voor. Ik weet ook nooit exact hoe de avond gaat verlopen. Of wat de dj vóór mij gaat spelen. Dat is een van de consequenties van allround dj zijn, dat je daar altijd rekening mee moet houden. Nu, als het een speciale gelegenheid is zoals de opening van een Anton Corbijn foto-expo of een feest voor vijftig jaar Lokerse Feesten, doe ik mijn huiswerk wel.”
enola: Wat haal je boven als je maar geen beweging in de dansvloer krijgt?
“Dat hangt alweer van het soort feest af. Vroeger op café was de regel vaak: als je het vrouwelijk publiek aan het dansen krijgt, dan blijven de mannen wel – en doen ze uiteindelijk mee. Ergens geldt die regel nog steeds. Een kleine crowd krijg je in het begin van een avond ook makkelijker mee op hiphop, toffe house of disco en andere instapklare muziek. De megahits en pompende beats spaar je – in het belang van de rest van de avond – beter voor later. Als het om een tent van vijfduizend man gaat die nog niet echt mee was tijdens de set van de dj voor me, geef ik de aanwezige feestvierders genoeg bekende nummers tot ik merk dat ze gelanceerd zijn. Feesten waarvan ik op voorhand weet dat het niets voor mij zal zijn, neem ik gewoon niet aan. Er zijn ongetwijfeld genoeg kandidaten daarvoor, al krijg ik soms ook het gevoel dat allround dj’s die het een hele avond lang interessant kunnen houden, een uitstervend ras zijn.”
enola: Wat is een persoonlijke favoriet die nooit echt aanslaat, maar die je toch al te graag draait?
“Ik haal persoonlijke favorieten liefst of enkel boven als ik weet dat het publiek er klaar voor is, of er op zijn minst voor open staat. (lacht) Anders heeft het allemaal niet veel zin. “The Doll” van Audiobooks is bijvoorbeeld een super catchy, tekstueel grappig nummer dat niet al te veel mensen kennen. Idem voor het geweldige “Cravings” en “Concourse” van Wallace, of “Ghost Trance” van David Kochs, een soort “Geht’s Noch? 2.0″. Die persoonlijke favorieten kan ik doorgaans het best kwijt in de Charlatan, en een deel ervan zou ik vroeger ook op de radio gespeeld hebben. Zodat mensen die leren kennen en ik, samen met vele andere dj’s, die gaandeweg op elk feest kwijt kan. Het ultieme doel is altijd: zorgen voor de classics van morgen. Dansende mensen en radiomakers onderschatten vaak hoe belangrijk dat is.”
enola: Wat is de oudste plaat die je draait?
“Ik heb een grote liefde voor “So Happy Together” van The Turtles. Mijn hartsvriendin Ilse Liebens deed me vorig jaar nog de 7” cadeau. Er bestaat een handige Wade Nichols aka Todd Terje-edit van, maar het origineel is minstens zo goed om op te leggen. Ik heb er ooit een set in de Boiler Room op Pukkelpop mee afgesloten, en er waren nadien in de comments nogal wat vragen van jonge feestvierders die wilden weten welk nummer dat precies was. Shazam was toen nog niet ingeburgerd – of bestond nog niet. Mocht je nu willen opzoeken in welk jaar Shazam opgestart is, zoek dan zeker ook eens op wie Wade Nichols was. En leg de link met Despacio en de discobol.”
enola: Wat als de techniek faalt?
“Wachten tot het gefikst is. En hopen dat er iets gebeurt dat het publiek ondertussen kan entertainen. Op mijn rider staan standaard drie en geen twee Pioneers, simpelweg om te voorkomen dat het feest gedaan is als er iets aan de hand is met één van de toestellen. En ja, ik heb dat eens meegemaakt, gelukkig als de avond bijna op zijn einde was.”
enola: Last night a dj saved my life: ooit het gevoel gehad, de redder te zijn geweest?
“Tijdens één van mijn eerste keren op de Strandfuif in Glabbeek moest ik om drie uur ’s nachts beginnen na twee dj-sets die enkel op de main stage van Tomorrowland thuishoorden. Die typische pompende beats afgewisseld met Oasis- en Queen-meezingmomenten in de break, maar dan zonder Dimi & Mike, perfect gesynchroniseerde vuurwerk en visuals. Je weet wel wat ik bedoel. Het publiek verloor na een tijdje alle interesse en stond gewoon stil. Het enige wat ik moest doen was ‘iets anders’ opleggen, even weg van die voorspelbaarheid. Eén hiphopplaat en wat drum-‘n-bass later stond de boel op stelten.”
enola: Kan een goeie dj van een slecht nummer toch een succes maken?
“Is dat tegenwoordig geen sport op zich geworden? (lacht) Het hangt er natuurlijk ook vanaf wat je een slecht nummer vindt. Interessant wel hoe verschillende generaties hetzelfde nummer compleet anders percipiëren. Dat juist inschatten is ook de taak van een dj. En soms worden nummers ook gewoon slecht omdat ik ze kotsbeu ben: hoeveel keer kan je loosgaan op “Gimme Gimme Gimme (A Man After Midnight)”?”
enola: Welk nummer zet je op wanneer je naar toilet moet?
“The Mackenzie’s “Without You (Arpegia) (Long Trance Mix)”.”
enola: Zijn de hippe feestjes leuker dan de scoutsfeestjes?
“Ik haal voor beide mijn neus niet op, zolang er maar gedanst wordt en de sfeer goed is.”
enola: Bestaat er zoiets als te veel drops?
“Alles hangt af van de omstandigheden, maar ja, te veel drops is een one way ticket naar het kapotmaken van een feest.”
enola: Liever een egale set of hoppen van drop naar drop?
“Geef me maar een egale set, doorspekt met voldoende hoogtepunten maar even goed met momenten waarbij je de energie bewust even laat zakken – zonder daarbij het publiek te verliezen.”
enola: Wat is je favoriete dansnummer aller tijden?
“Ik ben altijd een heel grote fan geweest van Underworld live, sinds de eerste keer dat ik hen zag op Rock Torhout in 1996 tot nu. Doe dus maar de live mashup van “Rez” en “Cowgirl”, mede dankzij MTV en Trainspotting destijds.”
enola: Ben je soms jaloers op de mensen op de dansvloer? Zou je er niet liever zelf tussen staan?
“Nee, ik draai liever dan ik dans. Ik ben ook niet echt een danser eigenlijk. Een goed concert kan de uitzondering zijn. De punkfunk van !!! vroeger of een goeie show van LCD Soundsystem of Soulwax zonder al te veel franjes gaat er altijd in. En doet me bewegen. Energie!”
enola: Wat vind je van vooropgenomen sets?
“Als je graag muziek draait, begrijp ik niet helemaal waarom je daarvoor zou kiezen. Ik denk dat die mensen dan ook liever op een podium staan dan dat ze muziek draaien?”
enola: Hoe is de stiel veranderd in de laatste twintig jaar?
“Ik had het daar op Pukkelpop nog over met (directeur – red.) Mike Naert van Het Depot. Ik zou de stiel en alle veranderingen héél uitgebreid kunnen analyseren, maar deze Q&A is nu al veel te lang. Kunnen we dit sparen voor een ander interview?”
enola: Beloofd. Heb je anders eisen voor tijdens het draaien? Een windblazer? Een favoriete cocktail?
“Ik wil vooral dat de installatie goed is, ook qua monitors, dat is het belangrijkste. Een goeie lichtman of -vrouw is ook een absolute meerwaarde, maar daar beslis ik niet over. Voor ik aan een langere set in de Charlatan begin, passeer ik altijd even in de Jos (naast de deur) voor een espresso martini. Dat is een cocktail en er zit ook koffie in dus win-win. Waarvoor grote dank Jaime, Jordi, Marion of Kelly!”
enola: Heb je ooit dingen naar je hoofd gegooid gekregen?
“Nee, maar ik herinner me wel nog dat het twintig jaar geleden op Afrekeningsfuiven –nog met MC Peter Van de Veire – bijna traditie was om na de laatste plaat pinten naar de dj booth te gooien, of het nu op Kneistival of op de Aardbeifeesten was. De organisator had standaard grote paraplu’s bij en de dj-booth werd supersnel afgebroken.”
enola: Wat is de belangrijkste skill voor een dj?
“Als je Jeff Mills bent, moet je doen waar je bekend voor staat en ‘deliveren’. Als je geen superstar dj bent, moet je het publiek goed kunnen lezen en zorgen dat iedereen uitgedanst is wanneer ze naar huis gaan.”
enola: Wie is volgens jou de beste dj ooit?
“Wat is ‘de beste’? Moeilijk. De dj’s die het meeste invloed gehad hebben op mij zijn ongetwijfeld 2ManyDjs, al waren ze eind jaren negentig nog The Flying Dewaele Brothers. Ik bleef thuis voor het radioprogramma Hang the Dj / Hank the Dj op Studio Brussel. Toen ik hoorde dat er nog dj’s waren die alle genres door elkaar draaiden en alles ook nog eens naadloos in elkaar probeerden te mixen, dacht ik: yes, dat is exact wat ik ook probeer te doen. Op een microniveau uiteraard, ik was achttien of negentien. Ik weet nog dat ik op kot zat en hoorde hoe de Dewaeles de tv tune van Beertje Colargol mixten met Mr Oizo’s “Flat Beat”. Ik heb daar luidop moeten mee lachen, en het feit dat ik dat nu nog weet betekent ook dat het een indruk nagelaten heeft. “Als dat allemaal kan…'”
enola: Draai je liever alleen of liever in gezelschap?
“Beide, het hangt een beetje af van de aanvraag die mijn boeker Lander van bylando krijgt. Ik draai graag solo én in gezelschap, al doe ik dat wel enkel met mensen die ik goed ken. Met Eppo Janssen & Friends op Pukkelpop of met het All Areas Tag Team op Maanrock bijvoorbeeld, waar naast Eppo en ik ook Kirsten Lemaire, Otto-Jan Ham en Ilse Liebens deel van uitmaken. Met Ilse leef ik me sowieso graag uit als het gaat over De Maxx–muziek, en met Ilse én Elisabeth Barber draaiden we vroeger al eens onder de naam 3somedjs – inclusief logo in het font van 2manydjs.”
“Met mijn broer Imran en masterchef Hakim ga ik op stap als Shoarma Soundsystem, een soort van muzikale flipperkast waarbij niets of niemand gespaard blijft. De naam is ooit bedacht door Gerald van de Charlatan toen we op Kamping Kitsch moesten draaien. De jaren ervoor organiseerden we ook regelmatig een feest dat SHAHTAR heette, ‘het feest van broeders en zusters’ waar bijgevolg alleen broers en zussen draaiden. Toen was Faisal er ook bij en als je samen met je broer of zus kwam mocht je gratis binnen. Met Gerrit Kerremans heb ik een paar wilde jaren gehad als Mish Mash Soundsystem aka Trash Radio. Onze MC was Gunther D en het waren meteen ook mijn eerste stappen op de écht grote festivalpodia in dit land. Later is MC Six mijn compagnon de route geworden, samen hebben we een jaar of vijf de Jupiler stage op Rock Werchter en Les Ardentes gehost. Tot slot: met Tim Vandenberghe, één van de vrienden uit het middelbaar met een installatie thuis (van helemaal aan het begin van dit interview) draai ik ook graag samen. Alle feesten die ik zelf of de collega’s bij bylando niet kunnen doen, stuur ik door naar hem en zijn bedrijf Hofnar.”



