Flying Horseman :: ”Als het enkel van mij afhing, bracht ik waarschijnlijk wel meer muziek uit”

Met Safe deed Bert Dockx het even solo. Waarna hij daar met groep een vervolg aan breidde op opvolger Ghosts. Op Anaesthesia vervelt die Bert Dockx Band tot Flying Horseman, de groep waar het ooit mee begon, en die na vijf jaar stilte terugkeert. “Ik had goesting om nog eens iets directs te maken.”

Bert Dockx rolt een sigaretje. We zitten op zijn terras, vier hoog in het hart van Borgerhout. Kinderlawaai schalt beneden, de zon schijnt, en de frontman is blij met de nieuwe plaat. Toch, zo moet hij toegeven, was de weg er naartoe ietwat hobbelig. Personeelswissels die onbedoeld kwaad bloed hebben gezet, laten een vervelend gevoel achter. En daar zit hij wel mee, zo voel je.

“De ontstaansgeschiedenis van deze plaat is… màf geweest. Na Mothership, de laatste van Flying Horseman, maakte ik twee albums op mezelf. De eerste, Safe, was een echte soloplaat, en in mijn hoofd zou opvolger Ghosts dat ook worden. Toen ik die eerste live ging spelen, ontstond er een echte band. Ik had Loesje en Martha (Mahieu – red.) van Flying Horseman er al in de studio bij gevraagd voor wat overdubs, en toen begon ik ook over een drummer na te denken. Dat werd Louis (Evrard – red.) van Ottla, en uiteindelijk kwam ook Thomas (Jillings – red.), de toetsenist van die groep erbij. Dat werd de Bert Dockx Band; want ik vond het belangrijk dat die toffe bende een soort krediet kreeg. Thomas was toen alweer vertrokken, en Max (Dobbertin – red.) was er bij gekomen op sax, synth en bas. Dat is uiteindelijk ook de bezetting die nu Flying Horseman is geworden.”

“Dat was niet echt de bedoeling. Ghosts was voor mij duidelijk iets anders, meer folky, dan de rockband die Flying Horseman toch eerder is. Maar het kwam toch in de buurt, en dat hoorde ik ook van het publiek: ‘waarom is dit niet gewoon Flying Horseman?’ Maar dat kon niet, voor mij was dat de band waarin Alfredo (Bravo – red.) drumde en Mattias (Cré – red.) bas speelde. In mijn hoofd was dat strikt gescheiden, maar op een vergadering met die bezetting voelde ik dat ik begon te twijfelen. Ik was met de Bert Dockx Band-mensen alweer aan wat nieuwe, meer rockende dingen aan het werken, en voelde dat daar eigenlijk nieuwe Flying Horsemannummers in zaten. Ik wist niet goed wat ik daarmee aan moest, en heb toen gezegd dat er eerst nog een tweede Bert Dockx Band-plaat zou komen, wat voor Alfredo het signaal was om te stoppen. Hij had geen zin om nog langer te wachten, en dat snapte ik. Zo werd het echter wel logisch om die nieuwe nummers toch onder Flying Horseman uit te brengen.”

“Via mijn solowerk en een hoop omwegen ben ik dus bij een nieuw Flying Horseman beland, en daar is Mattias het slachtoffer van geworden. Er was een andere bassist, en dus eigenlijk geen plaats meer voor hem. Hij neemt me dat enorm kwalijk, en ik heb heel lang nog mezelf zitten voorliegen dat ik het gewoon Bert Dockx Band zou noemen, maar hoe meer de plaat vorm kreeg, hoe duidelijker het was dat dit Flying Horseman moest zijn. Natuurlijk was het niet leuk om Mattias dat te vertellen. Dat is inderdaad je bazenpetje op zetten. Ik heb die beslissing moeten meedelen, maar uiteindelijk is die wel gezamenlijk genomen. En hoe goed Mattias die aanvankelijk heeft opgenomen, achteraf is het toch gaan borrelen. Ik kan hem dat niet kwalijk nemen. Ik hoop dat het overgaat. Ik heb zelfs even gedacht om er een sextet van te maken, maar dat is financieel echt niet doenbaar. Het is zo al moeilijk om deftig betaald te worden.”

Heel hard knallen

“Dans Dans en Ottla zullen altijd aparte entiteiten blijven, maar dat solowerk plooit nu inderdaad wat terug in Flying Horseman. Al vroeg in het bestaan van de band lag het moeilijk bij de andere muzikanten dat ik ook solo onder die naam optrad. Ik kon dat ergens wel volgen, maar tegelijk vond ik het ook niet helemaal fair: ik was het project uiteindelijk op mijn eentje begonnen. Toen heb ik de naam Bert Dockx dan maar ingevoerd als vlag voor mijn solowerk. Daar was mijn label overigens niet blij mee; die hadden liever gehad dat Safe en Ghosts ook onder de naam Flying Horseman waren uitgekomen. Dat was makkelijker geweest. Ik heb daar voet bij stuk gehouden, maar na alles wat er gebeurd is, denk ik toch dat mijn solowerk ook een plaats heeft in de optredens van de band. Al denk ik niet dat ik ooit solowerk als Flying Horseman zal uitbrengen. Dat voelt toch wat vreemd. Maar wie weet wat er allemaal gebeurt. Ik heb wel plannen om solo een instrumentale gitaarplaat te maken, zonder andere muzikanten. Dat idee koester ik al lang, maar dat zou ik dus ook nooit als Flying Horseman uitbrengen.”

(glimlacht) “Ach, die naam, dat is helemaal niet zo eenduidig. Toen ik begon, noemde ik me The Flying Horseman. Toen we een band werden, heb ik die The laten vallen, maar ondertussen hou ik helemaal niet meer van die naam. Ik vond dat toen een coole naam omdat het iets stoers had, als een apocalyptische superheld, terwijl ik heel erg timide was bij het zingen, en gewoon naar de grond staarde. Het was een ironisch contrast dat verdween toen de groep expressiever werd, en een groter geluid kreeg. Sindsdien vind ik het een dode naam. Al van bij ons eerste album heb ik ze willen veranderen, maar iedereen raadde me dat af. Ach, er zijn zoveel goeie groepen met een slechte naam.” (lachje)

“Natuurlijk hebben die personeelswissels hun sporen nagelaten op Anaesthesia. Alfredo en Mattias waren op hun manier ongelofelijk, met hun voorliefde voor progrock, maar Max en Louis spelen anders; zorgen voor iets meer sobere ritmes. Dat zorgt er voor dat dit album iets klassieker klinkt dan Mothership. Maar het werkt ook omgekeerd. De nummers die ik schrijf zijn nooit af voor ik er mee naar de band trek, en ik componeer wel degelijk met de muzikanten in gedachten. Ik speel al lang met Louis in Ottla, dus ik weet wat voor drummer hij is. Dat zorgt er ook voor dat ik als ik thuis aan een nummer werk, daar rekening mee hou. Ik weet wat zijn sterke kanten zijn, wat hij graag speelt. Ik beluister thuis ook opnames van repetities, maak nota’s, om dan verder te werken. Waarna ik terug naar de band ga. Zo ontstaat een wisselwerking.”

“Ik hoor ook dat we met Anaesthesia wat zijn teruggekeerd naar het geluid van onze eerste jaren. Ik heb dat niet met opzet opgezocht, maar achteraf viel het me ook wel op. En ik kan niet goed verklaren waarom. Misschien is het omdat ik net als toen meer op mijn eentje ben begonnen aan de songs, en pas nadien de band heb betrokken. Bij de latere Flying Horsemanplaten was de invloed van de ritmesectie bijvoorbeeld veel groter geworden. Nu waren Max en Louis ook wel belangrijk, maar ik had thuis zelf al meer de basis gelegd.”

“Een andere verklaring kan zijn dat er vijf jaar geen Flying Horseman meer was. Die eerste plaat is er destijds gekomen van uit een heel grote urgentie. Er zat heel veel emotie in me die klaar was om de wereld in te gaan. Nu, met de nieuwe bezetting en de goeie sfeer die in de band hing, en met een hoop woede in me over de staat van de wereld die me ’s nachts letterlijk wakker doet liggen, voelde ik hetzelfde. Ik had goesting om nog eens iets directs te maken, dat live heel hard kan knallen.”

Machteloosheid en frustratie

“Ja, het is een plaat over deze wereld. Deels, toch, maar ik heb dat bewust laten benadrukken in de begeleidende tekst bij de plaat. Ik vind het immers belangrijk dat er over Gaza wordt gepraat, en op die manier kan ik het er in interviews over hebben. Als ik zo iemand doe nadenken over de kwestie, heb ik een belangrijke plicht vervuld. Ik heb immers dat platform, dan kan ik het maar beter gebruiken. Zeker omdat het handelen van Israël me effectief heel hard bezig houdt. Toch is het geen protestplaat. Er zijn net zo goed songs als “Ticket” die eerder intiem zijn. Die gaan ook over de wereld, maar op een andere manier. En aan de andere kant staat natuurlijk dat er altijd al een politiek element in de muziek van Flying Horseman heeft gezeten, maar dat is vaak minder opgepikt dan ik zelf leuk had gevonden. “Bitter Storm”, van op ons debuut, ging ook al heel hard over de wereld. Nu is het gewoon wat meer uitgesproken.”

“Ik schrijf heel intuïtief. Wat mij het meeste beroert, komt automatisch terecht in de muziek die ik op dat moment maak. Nu waren dat veel dingen uit de buitenwereld, zonder dat ik het een protestplaat zou noemen. Het gaat meer over hoe ik met de dingen omga. Machteloosheid? Ja. Dat is zeker een gevoel dat hard over de teksten hangt, en ook veel frustratie. Het voelt inderdaad soms alsof iedereen er zo tegenaan kijkt, behalve onze leiders. En dat zegt iets over het gebrek aan empathie van dat soort mensen.”

“Iemand als Bart De Wever is gewoon niet in staat om zich in de plaats te stellen van anderen, bij hem primeren enkel dingen als macht, controle en een heel beperkte visie op economie. Ze hanteren daarbij een heel nauw economisch denken dat ons jarenlang is opgedrongen, en heel diep in onze cultuur zit ingebakken. En laat ons eerlijk zijn: het draait ook om racisme. Het maakt hen gewoon niet uit, omdat het Palestijnen, moslims, zijn op wie genocide wordt gepleegd. Als dat witte mensen waren, zou het Westen heel anders reageren. Waarom anders kunnen we wel sancties uitvaardigen tegen Rusland, maar niet tegen Israël?”

“Als je kijkt naar de geschiedenis van Israël, dan zie je dat dat eigenlijk gewoon een Westers koloniaal project is. Dat leer je ook als je Noam Chomsky leest. Die geeft je een blik op het Westen die laat zien hoe we leven in een cultuur die zichzelf wijsmaakt ‘de goeie’ te zijn, terwijl het gigantische misdaden pleegt. Dat is nooit anders geweest, die koloniale mindset is nooit weggegaan, maar heeft gewoon andere vormen aangenomen.”

“De documentaire Manufacturing Consent over Chomsky’s ideeën, heeft me al twintig jaar geleden gevormd. Ook het werk van Adam Curtis, die de visuals doet van elke Massive Attacktour maar voor zichzelf documentaires maakt op basis van BBC-archiefmateriaal, is erg belangrijk geweest voor me. Zijn werk is poëtischer dan dat van Chomsky, meer associatief, maar het leert je veel over hoe het neoliberalisme, en hoe dat onze wereld vorm geeft. Ach, het komt altijd neer op economie. Dat, neoliberalisme, racisme en kolonialisme, zitten allemaal heel hard met elkaar verweven. En wat nu in Gaza gebeurt, is daar een heel extreem voorbeeld van.”

“Vind je dat de muziek desondanks soms speels klinkt? Dat kan wel. Deze muziek is namelijk uit speelplezier ontstaan, en dat hoor je. Er hangt een heel goeie sfeer in de groep. Er is voor mij ook geen betere manier om met dat soort donkere zaken om te gaan dan muziek te maken. En “Engines” heeft inderdaad die groove, een swagger… De muziek is inderdaad donker, maar er zit tegelijk ook veel licht in.”

“En dat sirene-achtig geluidje in “Seasick”? (lacht) Dat is Max, en ik vind het ook – haha – de màx. Wij houden van zo’n geluiden, van de textuur daarvan. Ook dat is Flying Horseman. De songs zijn belangrijk, de teksten, ook, maar de instrumentale invulling is minstens even belangrijk. Elke muzikant heeft zijn eigen achtergrond, zijn eigen smaken, en komt met geluiden of partijen of ideeën af die enkel van hen hadden kunnen komen. En die krijgen allemaal een plek in wat we maken. Het mag niet zomaar singer-songwriter-met-band zijn. Daarom hebben we altijd instrumentale stukken gehad in onze nummers. Dat lange deel van “Altered States”, bijvoorbeeld, is grotendeels geïmproviseerd, een jam van ons samen die live ook elke keer anders zal klinken.”

Geen hiërarchie

“Er is geen hoofdzaak. Veel mensen denken dat Dans Dans voor mij de hoofdzaak is. Dat project heeft altijd het beste gemarcheerd: de meeste verkochte platen, de meeste optredens. En we zijn wel van plan om die band opnieuw op gang te trappen, maar dat wil niet zeggen dat er een hiërarchie is. Strand, met dat Nederlandstalig solowerk, was een tussendoortje. Maar Ottla, Dans Dans, Flying Horseman en Bert Dockx staan voor mij allemaal op hetzelfde niveau. Ik switch gewoon van het ene naar het andere. Zo wil ik ook met Ottla een nieuw album maken, maar ook een plaat met solo gitaarwerk. De focus blijft zich verplaatsen.”

“En ik wil in elk geval nog platen met Flying Horseman maken, maar of dat snel zal zijn, dat weet ik niet. Als het enkel van mij afhing, bracht ik waarschijnlijk meer muziek uit, maar mijn label kan soms niet volgen. Het wordt financieel ook almaar moeilijker om een album op te nemen, en de clubs willen ons niet té vaak programmeren. Als ik dan met een ander project al geprogrammeerd ben, wordt dat opzij geschoven als ‘jamaar, Bert Dockx is pas nog geweest’. Dat is lastig, en dus breng ik minder uit dan ik zou willen. Voorlopig lukt het echter om bezig te blijven. Het label staat nog altijd achter me, en dus denk ik niet dat Flying Horseman weer vijf jaar wegblijft. Ik mag in elk geval hopen van niet.”

Flying Horseman trekt dit najaar de hort op. Te weten op 18 oktober in De Roma, Antwerpen, op 22 oktober in de Bootstraat, Hasselt, op 23 oktober in de Handelsbeurs, Gent, op 24 oktober in de Botanique, Brussel, op 30 oktober in Cactus, Brugge en op 1 november in Het Depot, Leuven.

Unday
Beeld:
Alex Schuurbiers
Bert Dockx, Bert Dockx Band, Strand,, Ottla, Dans Dans

recent

Tickets en eerste namen Rock Herk

Rock Herk dropt een eerste lading namen voor de...

Volledige line-up voor Iron Maiden

De komst van metal grootheid Iron Maiden naar het...

Mercy

In 2023 staakte de Writers Guild of America, een...

De Diefte

In de nacht van 10 op 11 april 1934...

The Monkious :: No Straight With Chaser

De composities van Thelonious Monk - muzikale versprekingen vol...

verwant

Flying Horseman :: Anaesthesia

Waregem Koerse is net voorbij, maar iemand heeft duidelijk...

Flying Horseman :: Engines

Flying Horseman maakt opnieuw gerucht, en dan luisteren wij...

Ottla :: Vogel

Een improvisatiecombo noemen naar de favoriete zus van Franz...

Ottla :: Droomvogel/Espejo

Ottla, de experimentele muziekspeeltuin rond Bert Dockx, is terug...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in