Warschau calling :: Hoe Poolse muzikanten op de poorten van het Westen beuken

Polen als muziekland? Je hoort het wellicht al donderen in euh … Warschau. Niettemin beweegt er dezer dagen van alles in de lokale scene en kun je daar ook bij ons stilaan signalen van opvangen. Met de Music Week Poland heeft de republiek sinds kort zelfs zijn eigen showcasefestival. Een Eurosonic in het klein, zeg maar. Muziekjournalist Dirk Steenhaut maakt de balans op.

Trupa Trupa, een rockband uit Gdansk die zowel naar Joy Division als Pavement verwijst, kreeg de jongste jaren lovende kritieken in de Amerikaanse Rolling Stone, wordt regelmatig gedraaid door Iggy Pop in zijn radioprogramma voor BBC6 en is al enkele keren in de studio gesignaleerd met Nick Launay, een vaste vertrouweling van Nick Cave.

Hania Rani, een jonge componiste die een brug slaat tussen neoklassiek en jazz, werkte op haar jongste plaat Ghosts samen met de Canadese songwriter Patrick Watson en de IJslander Ólafur Arnalds en wist ook bij ons al volle zalen te lokken. Techno- en cutting edge-artieste Natalia Zamilska mocht vorig jaar nog op tournee met Kim Gordon en de experimentele jazz- en elektronicamuzikant/producer Waclaw Zimpel bracht onlangs een tweede langspeler uit samen met de Britse knopjestovenaar James Holden.

Het is slechts het topje van de ijsberg, want ook deathmetalbands als Behemoth, Batushka of Decapitated zijn op Europese podia graag geziene gasten. Het geeft aan dat almaar méér Poolse groepen over de eigen landsgrenzen heen kijken en met succes een stapje in de wereld zetten.

De lange weg naar professionalisme

Over het hoe en waarom valt heel wat op te steken uit een gesprek met Tamara Kamińska, codirecteur van Music Export Poland (MexP) en CEO van de Poolse Muziekweek, waar net nog, gespreid over drie avonden en zeven podia, om en bij de zestig acts hun kunnen mochten tonen. Met 35 miljoen inwoners is Polen een enorme muziekmarkt, en doordat het land minstens vijftig grote steden kent, is het voor plaatselijke artiesten relatief makkelijk om een lucratieve tournee op poten te zetten. Ze kunnen dus ook overleven, zonder per se een internationale carrière na te streven.

Na de instorting van het communisme in 1989 heeft de Poolse muziekindustrie wél tijd nodig gehad om een zeker ondernemerschap te ontwikkelen en een goede concertinfrastructuur uit te bouwen. “Inmiddels beschikken we over voldoende professionalisme en know how”, vertelt Kamińska. “We zijn nu klaar om ons talent aan de buitenwereld te tonen.”

Een belangrijke stap werd al gezet in januari 2024 tijdens Eurosonic in Groningen, waar alle schijnwerpers gericht stonden op het geweldige postrock-meets-jazzcollectief Ciśnienie, het even rauwe als geëngageerde postpunkgezelschap Izzy & The Black Trees en het dynamische jazztrio Immortal Onion (sinds kort aangevuld met saxofonist Michal Jan Cisielski), om slechts de meest exportwaardige en tot de verbeelding sprekende acts te noemen.

Weg uit de comfortzone

Tamara Kamińska.

“Het zijn allemaal nichebands”, geeft Tamara Kamińska toe. “Want om in Polen succes te hebben, moet je in je eigen taal zingen. Dat is vooral gebruikelijk in mainstreampop of hiphop, maar tegelijk is de taal net een groot obstakel voor internationaal succes.”

Bij artiesten die zich specialiseren in instrumentale composities en actief zijn in de vitale Poolse jazzscene, of neoklassieke, soms bij avant-garde aanleunende muziek serveren (Zuzanna Calka, Resina, Yana), valt die horde meteen weg, terwijl heel wat indiebands, zoals Javva, Izzy & The Black Trees of Artificialice zich vlotjes in het Engels uitdrukken. “Wil je je muzikale horizon verruimen, dan moet je als muzikant ambitieus genoeg zijn om je comfortzone te verlaten. En tegelijk beseffen dat je, zodra je de landsgrenzen oversteekt, weer helemaal onderaan de ladder moet beginnen. Die uitdaging durft niet iedereen aan”, zegt Kamińska.

“Vrijwel iedere Poolse stad heeft zijn eigen gratis festival, waardoor mijn landgenoten minder geneigd zijn in dure kaartjes te investeren. Toch is de concertmarkt de jongste vijf jaar in omvang verdubbeld en lokken grote zomerevenementen zoals het Open’er-festival, waar bands als Foo Fighters of Dua Lipa aantreden, makkelijk 100.000 toeschouwers.”

Independents boven

“De meeste concertzalen programmeren voor zeventig procent Poolse acts. Ook dát is een erfenis van het communisme. Vóór 1989 kon je hier nauwelijks buitenlandse platen krijgen. Het publiek had bijgevolg geen toegang tot Angelsaksische pop- of rockmuziek. Die was trouwens officieel verboden. Misschien verklaart dat waarom het gros van de Polen nog altijd minder interesse heeft voor muziek die elders vandaan komt?”

De grote multinationale platenmaatschappijen investeren uitsluitend in plaatselijke sterren die veel geld opbrengen. Dat neemt niet weg dat kleine indielabels vrij makkelijk stand houden, zonder veel artistieke toegevingen te doen. “Van elke plaat of cd die we uitbrengen, verkopen we gemiddeld vijfduizend stuks”, vertelt Piotrek Maślanka van Karrot Kommando. “Dat volstaat om uit de kosten te komen.”

Dat de meeste Polen enkel naar commerciële radiostations luisteren, heeft te maken met het feit dat de openbare omroep vroeger louter een vehikel was voor politieke propaganda. Het wantrouwen van de bevolking is gebleven: ook vandaag heeft de officiële staatszender slechts een marktaandeel van tien procent. Sinds de machtsovername van de rechts-radicale partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) in 2005 werd hij dan ook een spreekbuis voor het anti-Europese, homofobe en extreem conservatieve discours van president Andrzej Duda en zijn acolieten.

Oppositiemuziek

Vóór de teloorgang van het communistische systeem was Poolse rock bij uitstek oppositiemuziek, waarmee bands zoals Dezerter, Klan, One Million Bulgarians of Breakout verzet aantekenden tegen het politieke establishment. “In Polen spraken we tijdens de jaren tachtig niet over rock-‘n-roll maar over big beat”, legt oudgediende Tomek Lipiński, bekend van legendarische punkbands als tILt en Brygada Kryzys, uit. “Wilde je in die periode officieel als muzikant worden aanvaard, dan moest je voor een comité van partijbonzen een soort examen afleggen. Alleen wie beslagen genoeg werd geacht, kreeg toegang tot de podia en mocht, als hij geluk had, voor het staatslabel Tonpress een plaat opnemen. In die periode werden de liedjes voor zowat alle zangers in Polen geschreven door een dertigtal ‘professionele’ songwriters. Waanzinnig, niet? Zelf besloten mijn vrienden en ik dus bewust om amateurs te blijven. Laat het publiek maar beslissen wat je waard bent.”

Hoewel de staatsveiligheid in landen als Oost-Duitsland of het toenmalige Tsjecho-Slowakije tijdens de seventies en de eighties veel repressiever optrad jegens rockmuzikanten, die in de ogen van de overheid per definitie verdacht waren, kregen ook Poolse bands met allerlei vormen van censuur te maken. “Daardoor ontstond een bijzonder taaltje vol metaforen, waarin weinig expliciet werd gezegd, maar veel tussen de regels werd gesuggereerd. Eigenlijk begreep iedereen wat je precies bedoelde. Maar aangezien het regime weinig voorstanders had, knepen de censoren vaak een oogje dicht. Zo lang het Pools je lingua franca was en je traditionele folkingrediënten gebruikte, werd je gedoogd, al deden we zelf altijd precies waar we zin in hadden. Maar het waren donkere tijden, zeker onder de krijgswet van generaal Jaruzelski. Niemand van mijn generatie kon toen voorzien dat we ooit in een vrijemarktsysteem zouden leven.”

Vandaag maakt Lipiński nog altijd muziek, zij het dan onder zijn eigen naam. De rebel van weleer is een nationale held geworden en zowel op muzikaal als ideologisch vlak heeft Polen een lange weg afgelegd. De sluizen naar het westen staan nu eindelijk open.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in