Film Top 10 voor 2021: Philippe Vermeer

2021 was helaas net zoals vorig jaar een heel vreemd jaar op het vlak van filmdistributie en -vertoning en het jaar eindigde zoals het begon: met gesloten bioscopen. Via streaming en in de maanden dat de zalen wel open waren, was er gelukkig heel wat moois te zien. De Enola recensenten lichten de komende dagen elk hun tien favoriete titels van 2021 toe en op 1 januari krijgt u de samengestelde top-10 van de hele filmredactie (om in aanmerking te komen moest een film in 2021 in dit land uitgebracht zijn in de zalen of via VOD/streaming, titels op filmfestivals die pas in 2022 in de zalen verschijnen, werden dus niet opgenomen in de lijstjes en verhuizen naar 2022).

1. Annette (L. Carax – F/D/Bel/Jp/Mex/Usa/Ch) 

Leos Carax en Sparks ontleden de theater- en filmkunst aan de hand van een tragische romance die langzaam voor onze ogen afbrokkelt.  De waanzinnige pop-opera die daaruit voortvloeit is even hilarisch als ontroerend en verkent op inventieve manier de relatie tussen artiest en publiek.  Adam Driver en de kleine Annette stelen de show (die laatste ook mijn hart), maar het is vooral de bijrol van Simon The Big Bang Theory Helberg die verrast.  Een verpletterende ervaring die barst van charme, vakmanschap en liefde voor de kunst.

2. Spencer (P. Larraín – Usa/Uk/Cl/D)

Pablo Larraíns’ Spencer is een perfect voorbeeld van een geheel dat groter aanvoelt dan louter de som van de delen.  Het messcherpe, soms surreële scenario van Steven Knight en de manier waarop zowel de jazzy soundtrack (Jonny Greenwood) als de camerabewegingen (Claire Mathon) schakelen tussen beheerst en nerveus zorgen ervoor dat je als kijker meegezogen wordt in Lady Di’s rusteloosheid en net als haar een stukje vrijheid probeert te zoeken in het kluwen van protocollaire onzin . Een glansprestatie van een perfect gecaste Kristen Stewart is de kers op de taart.

3. Petite Maman (C. Sciamma – Fr)

Het is bewonderenswaardig hoe weinig middelen Céline Sciamma nodig heeft om dezelfde betovering op te roepen als ze deed met haar eerdere meesterwerk Portrait de la Jeune Fille en Feu.  Met spaarzame dialogen en subtiel camerawerk van – alweer – Claire Mathon, weet Petite Maman op een hoogst originele manier de complexiteit van relaties tussen ouder en kind te exploreren.  Het tijdreis-mechanisme dat daarvoor aangewend wordt behoeft geen uitleg of logica.  Een tijdloos sprookje, briljant in al zijn eenvoud.

4. Nomadland (C. Zhao – Usa)

De uitgestrektheid van het Noord-Amerikaanse landschap (knap in beeld gebracht door Joshua James Richards) lijkt de eenzaamheid van het nomadenbestaan te versterken maar Chloé Zhao biedt bovenal een warme kijk op een hechte gemeenschap van lotgenoten die elkaar ten alle tijde steunen.  Op die manier is het mislopen van ‘The American Dream’ niet per se het einde voor deze slachtoffers van de economische recessie, maar een opportuniteit voor een nieuw begin, en ook dat is een Amerikaanse gedachte.  Dat Frances McDormand opnieuw fantastisch is mag geen verassing zijn, maar even memorabel zijn Linda (May), Swanky en Bob (Wells), – de niet-professionele acteurs die min of meer zichzelf spelen en de prent voorzien van een groot hart en een ontroerende authenticiteit.  Een meer dan terechte Oscarwinnaar!   

5. Vitalina Varela (P. Costa – Pt) 

De trage handelingen, de naar antwoorden hunkerende blik in haar ogen of het simpelweg observeren van de omgeving waarin Vitalina’s overleden man de afgelopen 40 jaren heeft doorgebracht, zeggen alles en tekenen de weduwe af als een dolend spook in een schemerwereld.  Dat Pedro Costa’s opvolger van Horse Money uit 2014 handelt over het rouwproces vertaalt zich in elk frame waardoor zelfs de gefluisterde mijmeringen bijna overbodig lijken.  Dat alles wordt versterkt door de begeesterende fotografie van Leonardo Simões die echo’s oproept van clair-obscur grootmeesters zoals Caravaggio en Rembrandt.   Het prachtige shot van Vitalina’s voeten die traandruppels opvangen als ze het vliegtuig uitstapt staat nog steeds op mijn netvlies gebrand.  

6. Madres Paralelas (P. Almodóvar – Sp)

Almodóvars’ nieuwste wapenfeit is een prachtige parabel over geweten, familie en begraven geheimen.  De politieke kant die de Madrileen laat zien, sluit aan bij de complexe verantwoordelijkheden van het moederschap die de hoofdplot blootlegt en sturen Madres Parallelas, gesteund door een voortreffelijke Penelope Cruz, naar een dwingend perspectief op zowel heden als verleden.  De met kleur doordrenkte beeldcomposities, zoals we die inmiddels wel gewend zijn, krijg je er gratis bij.  Misschien wel zijn beste werk sinds La Piel Que Habito.

7. Benedetta (P. Verhoeven – Fr/Nl)

De draak steken met religieus fanatisme zoals alleen Paul Verhoeven dat kan.  De 83-jarige Nederlander is nog niets verloren van zijn fratsen en mixt het deels biografische drama over zuster Benedetta Carlini met humor, erotiek en horror.  Niet iedereen zal de hoge camp-factor kunnen smaken, maar dat maakte het voor mij wel een van de meest bevredigende (no pun intended) kijkervaringen van het afgelopen jaar.  

8. Dune: Part One (D. Villeneuve – Usa/Can)

Het stond in de sterren geschreven dat Denis Villeneuve de juiste man was om Frank Herberts’ epische ruimtesaga tot leven te wekken.  Net als zijn vorige scifi-succes Blade Runner 2049 laat de Canadees hier niets aan het toeval over: indrukwekkende decors, intense en strak gechoreografeerde actiescènes, een topcast en een sterk script dat trouw blijft aan Herberts’ werk.  Dune is een indrukwekkend spektakel op een waanzinnige schaal dat het formaat van een bioscoopscherm en elke decibel van het geluidssysteem ten volle benut.  

9. The Hand Of God/ É Stata la Mano di Dio (P. Sorrentino – It) 

Paolo Sorrentino’s beste film sinds zijn meesterwerk en prijzenbeest La Grande Bellezza, is een met melancholie doordrenkte terugblik op de jeugd van de regisseur en de tragische gebeurtenis die hem richting filmwereld zou duwen.  De prent heeft zo zijn mankementen, maar de manier waarop de Napolitaan hier poëtische schoonheid weet te onttrekken aan het alledaagse, is wederom een aandoenlijk schouwspel.   The Hand Of God is een ode aan de kracht van de nostalgie en de pijn van herinnering, waarin Sorrentino’s adoratie voor Maradona en Fellini ook wel hun hand hebben.  

10. Titane (J. Ducournau – Fr/Bel)

De fetisj voor auto’s en de tentoongestelde body-horror doen onherroepelijk denken aan David Cronenbergs’ Crash, maar Ducournau dwingt uiteindelijk toch een geheel eigen film af.  Het grootste plezier schuilt in het gissen naar de uitkomst van alle extremiteiten die ze hier voorschotelt, waardoor deze geflipte zoektocht naar seksuele identiteit en adoratie bevangend blijft tot de laatste seconde.  “She’s Not There” van The Zombies bleef nog lang na de aftiteling in mijn hoofd spoken, maar “Don’t You Want Somebody to Love” van Jefferson Airplane ook, en dat nummer zat niet eens in de film.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + negen =