Hans Mulder :: De ontdekking van de natuur

Hoe ziet zoiets eruit, De ontdekking van de natuur in boekvorm? Een encyclopedisch naslagwerk in twintig delen? Het is niet de aanpak waar Hans Mulder, conservator natuurlijke historie van het Allard Pierson (waar de collecties van de Universiteit Amsterdam zijn ondergebracht), voor tekende. In twintig beknopte hoofdstukken beschrijft de auteur in vogelvlucht hoe Europa uit de zogenaamd donkere Middeleeuwen ontwaakte, en menig wetenschappelijke revolutie doormaakte om te komen tot het tijdperk waarin we ons vandaag bevinden.

Het is geen toeval dat Mulder historicus is van opleiding. Wie zich als conservator dient te ontfermen over het indrukwekkende nalatenschap dat zich binnen het Allard Pierson bevindt, heeft de bagage nodig om belangwekkend van minder significant erfgoed te onderscheiden, nog los van vaardigheden omtrent kritisch bronnenonderzoek alsook kennis van de materie zelf – welke voorwaarden zijn er om een artefact te (kunnen) bewaren, hoe en wanneer dient restauratie zich aan, in welke mate kan een exemplaar gevaar lopen door expositie, …?

Gevormd zijn als historicus, betekent ook weet hebben van de bredere denkkaders waarbinnen natuurhistorische doorbraken zich gemanifesteerd hebben. In de inleiding stipt Mulder aan dat hij, los van zijn huidige job, altijd gefascineerd is geweest door de boekdrukkunst, de Reformatie en de ontdekkingsreizen. Zijn dergelijke gebeurtenissen los te zien van de progressieve ontsluiering van de mysteries der natuur, zoals die na de Middeleeuwen tot aan het begin van de 20ste eeuw hebben plaatsgehad? Contextueel beschouwd niet, en dus voert ook Mulder dergelijke feiten ten tonele.

Exhaustief heeft de auteur en samensteller niet kunnen en ook niet willen zijn. In amper twintig hoofdstukken grasduint Mulder doorheen de schat aan informatie die in de archieven van de Universiteit van Amsterdam terug te vinden zijn, niet alleen vanuit een didactisch oogpunt, maar ook om – veelal latent – vragen te stellen. Waar komt geschiedenis vandaan? Hoe ontwikkelt wetenschap zich? Hoe kan het dat mythes en legenden, zoals het bestaan van draken, ondanks een poging tot strikt toegepaste methodieken toch ingang vonden binnen het klassieke intellectuele discours?

Daartoe stipt Mulder bij herhaling aan dat het vigerende tijdsbeeld, eigenlijk het heersende denkkader van een bepaalde epoque, allesbepalend is. Het idee dat iets zou kunnen of zelfs moet bestaan, maakt dat men sneller evidentie meent te zien. In vorige eeuwen ‘bewees’ de wetenschap als het ware datgene dat al voor waarheid doorging. Pas met de falsificatie en de omschakeling naar een ondubbelzinnig en compromisloos wetenschappelijk paradigma, kon de verbeelding buiten het domein van de wetenschap worden gehouden – hoewel tot op vandaag de oefening veelal moeilijk blijft.

Voor de lezer is het bevrijdend dat Mulder op geen enkele manier volledigheid heeft nagestreefd. Het maakt dat de afzonderlijke hoofdstukken prettig lezen, waarbij de schrijver dikwijls aandacht heeft voor verbindingen met andere disciplines, van techniek tot kunst. De ontdekking van de natuur wordt op die manier een heuse onderdompeling in een ander tijdperk, gegrondvest op een ander aanvoelen van de sociale, ideologische en religieuze doctrine, hoewel ook die vandaag nog sporen nalaat.

De rijkdom aan illustraties – wonderlijk in hun veelvoud en door uitgeverij Terra niets minder dan schitterend te boek gesteld met bezadigde, warme kleuren op kwaliteitsvol papier – staat niet op zichzelf, hoewel net de integratie van zoveel wonderlijke tekeningen, impressies en uittreksels het boek tot een uitzonderlijk document maakt. Zonder Mulders begeleidende teksten, steeds laagdrempelig geformuleerd en verteld door iemand die weet hoe hij mensen kan interesseren voor onderwerpen die nochtans ver van hun bed lijken te staan, zou deze uitgave veel van zijn pluimen verliezen.

De grootste verdienste, naast het opdissen van opmerkelijke kunstschatten waar de gewone mens normaliter nooit mee in aanraking zou komen, is dus gelegen bij Hans Mulder, wiens verteltrant jong en oud, belezen of minder geletterd, leek dan wel wetenschappelijk geobsedeerd moeiteloos meeneemt op een reis doorheen de tijd. Met als bestemming: de natuur zelf, in al haar polymorfe kracht en pracht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 1 =