Włodzimierz Odojewski :: Verdraaide tijd

Tot voor kort had quasi niemand ooit van Włodzimierz Odojewski gehoord, laat staan een boek van de Poolse auteur gelezen. Tot uitgeverij Querido in 2019 zijn novelle Een zomer in Venetië publiceerde, een virtuoze vertelling die bij pers en publiek hoge ogen gooide. Verdraaide tijd is de tweede titel die in het Nederlands verschijnt. In kafkaëske traditie volgt de lezer een personage wiens bestaan aan diggelen wordt geslagen door een even onwaarschijnlijke als ontwrichtende ontmoeting, een ongewenst wederzien met de verleden tijd. Is wat voor ‘vroeger’ doorgaat ooit echt voltooid, voorbij, ver weg?

Het is een talent waar slechts enkele schrijvers over beschikken: de lezer met een koortsige urgentie onmiddellijk middenin de handeling droppen. Verdraaide tijd vangt aan met een gepijnigd timbre, dat van een man wiens vredige bestaan overhoop is gehaald door gebeurtenissen die zo onwaarschijnlijk zijn, dat ze zich slechts met mondjesmaat voor de lezer kunnen openbaren. De verteller voelt zich als het ware gedesintegreerd, alsof hij elk moment uit elkaar kan vallen, waarbij alleen een nauwkeurige reconstructie van de recente gebeurtenissen hem bij elkaar kan houden – de akte van het herinneren als noodzakelijke voorwaarde om te zijn, te blijven. Nochtans lijkt het allemaal de banaliteit zelve: een man ontwaakt aan het einde van een doordeweekse werkdag uit zijn beslommeringen als bibliotheekmedewerker, wandelt naar huis, en blikt in de trappenhal ineens iemand in de ogen die hem aan een ander doet denken, althans: aan een ander leven dat hij zelf geleid heeft. Welk leven? Welnu, dat blijkt precies hetgeen waar de lezer, samen met protagonist Konradius, moet achter komen.

Het is verraderlijk de ontrafeling van de plot als het voornaamste kenmerk van de compacte roman te beschouwen. Weliswaar wordt de leeservaring vooruit gestuwd door het verlangen te begrijpen, door voorbij de kunstgreep van vervlochten tijden – Odojewski laat zijn personage in feite verdwalen in het nu en het voorheen – een glimp op te vangen van de ware toedracht van de gebeurde feiten. Wie louter vanuit een dergelijke optiek leest, blijft onherroepelijk met vragen achter. De finale is er immers geen waarin alle losse eindjes netjes verbonden worden, maar waarin mogelijkheden uitmonden: ieder mag voor zich bepaalde blinde vlekken proberen invullen, al is de algehele teneur van het relaas glashelder. De desintegratie waarvan de eerste bladzijden reeds getuigen, blijkt een overlevingsstrategie, een verdringing die een toekomst mogelijk maakt na een niets minder dan verpletterende verwoesting, het duister van een schijnbaar oneindig gevangenschap, een ongewis geworden martelaarschap. Tot zover enkele vage termen, om de plot vooral niet weg te geven…

Het verleden zelf is niet de essentie, wel de verdringing als strategie, de sluimer waartoe de oorlog een voormalig verzetsman veroordeeld heeft. Daarnaast stelt Odojewski latente vragen omtrent de geschiedenis als dusdanig: we vertellen verhalen over vroeger en verwarren de epiek van slachtoffers met realiteit, waarbij de onderlinge verhoudingen tussen mensen verloren gaan – welke ruimte neemt de psychologie van personages op het wereldtoneel nog in, eenmaal verzetsacties gememoreerd worden en mensen van vlees en bloed verworden tot hun schaduw, hun schuilnaam, nummer zoveel van de groep, zonder meer? Odojewski poetst geen epos op, maar graaft onder het oppervlak van wat een volksmythe zou kunnen zijn. Hij maakt de pijn, de wanhoop, de verplettering voelbaar, en het onvermogen van iemand om te zijn wie anderen denken dat hij is.

Bovenstaande sluimert subtiel in en onder Odojewski’s taal, een taal die de lezer vooral meesleurt in een spiraal, almaar dieper richting een kern die het personage niet kan, niet wil, niet mag zien. Als een volleerd verteller laat de auteur geen duistere pit in vol ornaat zien, wel integendeel: hij licht iets op in het duister, een schim, kortom: de lezer moet het met een glimp stellen. En is dat niet de beste benadering van waarheid als dusdanig – niet welomlijnd, maar slechts een fragiel omhulsel, een moment van begrip, één perspectief van vele mogelijke?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vijf =