Het Deense SPOT-festival meet de muzikale temperatuur op in Noord-Europa

SPOT, een jaarlijks terugkerende tweedaagse in de Deense studentenstad Aarhus, is verreweg het belangrijkste showcasefestival in Scandinavië. Het lokt dan ook heel wat internationale pers en vertegenwoordigers uit de muziekindustrie. Tijdens de 26ste editie, die zich het afgelopen weekend ontvouwde, trachtten, gespreid over veertien podia, zo’n 225 acts zich in de kijker te spelen.

‘Life is live’, lazen we via geprojecteerde letters op de vloer van Musikhuset, een zalencomplex dat al vele jaren als het zenuwcentrum van het SPOT-festival dienst doet. Het is een slogan die zowat iedereen kon onderschrijven, want live-muziek was één van de eerste geneugten die tijdens de covid-pandemie dienden te sneuvelen. Denemarken was onlangs een van de eerste Europese landen waar alle coronamaatregelen werden opgeheven, en het publiek was, na de afgelaste editie van vorig jaar, helemaal klaar om nog eens een stapje in de wereld te zetten. Ook wij maakten met plezier de trip naar het Noorden. Als het op bandjes spotten aankomt, hoeven we nooit lang te worden aangepord.

Het aanbod van jonge Nordic acts was alweer overweldigend. Uiteraard kun je ook verrast worden als je zomaar willekeurig een zaaltje binnenloopt, maar wie hoopt op een vruchtbare ontdekkingstocht, doet er toch goed aan vooraf zijn huiswerk te maken. Als je, na aandachtige lectuur van het programma, een longlist van mogelijk interessante bands opstelt en daarna nog wat wikt en weegt met de hulp van YouTube en Spotify, loop je alvast minder risico de verkeerde keuzes te maken. Want zoals bij alle showcase-evenementen zit er nogal wat kaf onder het koren verscholen. Je ontdekt heus niet alle dagen een nieuwe Daniel Norgren, José Gonzalez, Mugison, Agnes Obel of Loney Dear, om slechts enkele artiesten te noemen die in de voorbije jaren tijdens SPOT ons hart wisten te veroveren.

De grootste frustratie is nog dat boeiend ogende bands soms simultaan geprogrammeerd staan, wat je als bezoeker al eens dwingt moeilijke knopen door te hakken. Aangezien de sets slechts een half uur duren en de afstand tussen sommige clubs en theatertjes in Aarhus algauw een kwartiertje lopen vergt (ook Voxhall – zeg maar de plaatselijke AB – en het vroegere rangeerstation Godsbanen maken deel uit van het SPOT-circuit), mis je soms de helft van een optreden. Maar goed, dat is een luxeprobleem. Het festival covert een breed stilistisch spectrum, van hiphop tot singer-songwriter, van elektronica tot soul en funk, van jazz tot afrobeat en alles daartussen, zodat iedereen er zijn gading vindt.

SPOT schuwt ook de extremen niet. Zo appelleerde de Iraanse impro-celliste Rosyan, die haar instrument loopte, elektronisch bewerkte en in het strijdperk trad met gitarist en elektronicawizard Merlyn Silva, aan een klein nichepubliek. Dat gold nog méér voor de Finse glitch- en technoveteraan Vladislav Delay, die je zenuwen op de proef stelde met geluidscollages die afwisselend deden denken aan vliegtuigturbines, betonmolens en ontsporende treinen.

Vladislav Delay

Links en rechts pikten we ook aanlokkelijke flarden op van artiesten als GRO, die met harp, elektronica, kwetsbare popsongs en hoogst avontuurlijke beats op zoek ging naar een nieuwe muziekvorm. Al net zo intrigerend: het sextet LINN, dat iets lekkers brouwde met ingrediënten uit krautrock, future r&b en elektronische lofi (check zijn ep Happy Metal) of Assegai, een instrumentaal vierspan dat met gitaren, drums en sax bezwerende, psychedelische composities neerzette, waar nog woestijnzand aan leek te kleven. Maar de memorabelste concerten, belichten we hieronder.

SPOT 2021: de negen hoogtepunten

LEIZURE

Heel  af en toe groeit een concert uit tot een heuse gebeurtenis. En ja, zodra we hadden geproefd van hun lp Primal Hymns, die in 2020 door het gezaghebbende muziekmagazine Gaffa werd uitgeroepen tot postpunkplaat van het jaar, voelden we dat Leizure de band was die we op SPOT onder geen beding mochten missen. Prima gok, want het vijftal uit Kopenhagen manifesteerde zich als een erfgenaam van The Birthday Party (voor onze jongere lezers: een band uit de tijd toen Nick Cave nog écht gevaarlijk was).

Leizure

No wave, punkfunk, overweldigende vuilnisbakkenblues: Leizure hield het allemaal achter de hand. De muzikanten raasden over het podium als pitbulls die bloed hadden geroken: de gitarist gebruikte zijn instrument als een oorlogswapen, de ritmesectie had semtex in de vingers en de saxofonist ontketende al toeterend tornado’s van het type dat Frank Deboosere angstzweet zou bezorgen. Zakarias Sanderson, de in een strak gesneden pak gehesen frontman, huilde atonaal alsof al zijn geld op de slachtbank stond en zocht, al schuimbekkend, voordurend de confrontatie op met het publiek. Al gauw werd duidelijk dat songs als “Caveman” of “Nightmare” hun titel geenszins gestolen hadden.

‘I’ve been to heaven and back’, schreeuwde Sanderson. Maar zijn seriemoordenaarsblik gaf ondubbelzinnig aan dat hij eigenlijk de hel bedoelde. De passage van Leizure was geen concert, het was een uppercut, een bliksemaanval zonder happy end. En terwijl we nog volop sterretjes zagen, noteerden we om half twee ’s ochtends naast Leizure het woord Revelatie. Mét hoofdletter.

BROR GUNNAR JANSSON

Wie vertrouwd is met het werk van Daniel Norgren, weet dat ook in in de Zweedse bossen soms knoestige bluesbomen groeien. Bror Gunnar Jansson – zijn wieg stond in Göteborg – is een al even opvallend rootsrockfenomeen. Vreemd genoeg blijkt ’s mans rauwe americana vooral in Frankrijk, waar hij al meer dan 25.000 platen verkocht, enorm aan te slaan. Als je hem op het podium te keer ziet gaan, snap je meteen waarom. Samen met zijn trio speelt hij een combinatie van grofkorrelige powerblues en zompige boogie, die bij fans van The Black Keys, maar ook van vroegere bands als Ten Years After, Cream of Canned Heat, gegarandeerd in de smaak zal vallen. Volgende week verschijnt Janssons vijfde lp, Faceless Evil, Nameless Fear, die in Aarhus uitgebreid werd voorgesteld. En naar de geestdriftige reacties van de toeschouwers te oordelen, miste die première haar effect niet. Het werd een rauwe, intense show, vol huiveringwekkende nummers waarin Bror Gunnar Jansson de duistere kantjes van zijn medemens in al hun facetten belichtte. Yep, deze Zweed had duidelijke een roedel uitgehongerde hellehonden achter zich aan.

LATE RUNNER

Late Runner is de nom d’artiste van Asger Tarpgaard, die tijdens zijn tienerjaren in de nineties al wereldberoemd werd in Denemarken als gitarist van Superheroes. Inmiddels is hij ook als songwriter aanzienlijk gerijpt en trekt hij de aandacht met Late Runner, een groep die warme, kwetsbare liedjes in het uitstalraam heeft liggen.

Tijdens SPOT kwam hij, samen met zijn vier medeplichtigen, zijn langspeeldebuut Nothing’s Real Anymore boven de doopvont houden. Tarpgaard bedenkt heldere popmelodieën met introspectieve teksten en zweert bij productietechnieken uit de seventies. Amodieus volgens de één, tijdloos volgens de ander. Voor wie wegwijzers nodig heeft, droppen we graag referenties als Air, The Beach Boys, John Lennon of George Harrison, maar Late Runner is méér dan een zoveelste epigoon. Ónze verbeelding wist de man alvast aangenaam te prikkelen. En aangezien hij getekend is door Crunchy Frog, het label dat eerder al internationaal wist te scoren met The Raveonettes, Junior Senior en Shiny Darkly,  bestaat er een redelijke kans dat zijn muziek binnen afzienbare tijd ook tot bij ons zal doordringen.

BABY IN VAIN

Ze werden opgepikt door Partisan, het New Yorkse label waar ook IDLES en Cigarettes After Sex thuis zijn, en in Aarhus wisten ze moeiteloos een zaal met 1600 toegewijde toeschouwers te vullen. Enkele jaren geleden werden ze al op sleeptouw genomen door The Kills, Ty Segall en Thurston Moore: het gaat de vier jongedames van Baby in Vain dus behoorlijk voor de wind.

De band spiegelt zich eerder aan Hole dan aan, pakweg, The Go-Go’s en op More Nothing, hun debuutplaat uit 2017, grossierden ze nog vooral in stevige post-grunge en stoner rock. Sinds het drie jaar later verschenen See Through kwam in de muziek van Baby in Vain echter meer ruimte voor nuance, sensualiteit en een wat meer subtiele aanpak, waardoor er nu ook referenties aan Cat Power en Mazzy Star in het geluidsbeeld verschijnen. De groep heeft twee zingende en gitaarspelende frontvrouwen in de gelederen, waarvan de een ons al meer wist te bekoren dan de andere. Maar Baby in Vain genoot er zichtbaar met volle teugen van op het podium te staan: vooral de bassiste toonde de hele tijd een glimlach van oor tot oor, alsof ze het publiek er wilde aan herinneren dat dit groepje gewoon uit vier vriendinnen bestaat die muziek maken voor de lol. Op een festival waar iedereen vooral wil opvallen, was die (zelf)relativerende noot meer dan welkom.

SØREN STENSBY

Voor liefhebbers van filmische neoklassieke muziek, gelardeerd met een gulle dosis elektronica, zijn het vruchtbare tijden. Ólafur Arnalds, Gabriel Ólafs, Nils Frahm, Niklas Paschburg, het zijn slechts enkele componisten die de jongste jaren  in dit segment groot zijn geworden. Ook violist Søren Stensby, die ooit zijn stempel drukte op bands als Tako Lako en Mother Lewinsky en hand-, en spandiensten verleende aan Broken Twin en Lydmør, doet dezer dagen zijn duit in het zakje. Zijn vorig jaar verschenen ep Into Colouring Spaces was de neerslag van een reis door Azië en die dromerige composities brengt Stensby live met de hulp van pianist Andreas Broby, een celliste die ook knetterende digitale geluiden uit haar laptop tovert, en een assortiment effectpedaaltjes, waarmee hij zijn viool onvermoede richtingen uit stuurt. Een enkele keer verwees Søren Stensby nog naar zijn eerdere projecten door een elekrische gitaar in stelling te brengen. Met nummers als “North West” of “The Time Will Come” zorgde het trio, temidden van het hectische festivalgeweld van Spot, alvast voor een half uurtje geestesrust. Zijn recept: even minimalistische als romantische onthaastingsmuziek, met af en toe een scheutje ambient.

DEAD STAR TALK

De Deen Christian Buhl woonde jarenlang in Brussel, verkaste daarna naar Hamburg waar hij het succesrijke muziekpromobedrijf Factory 92 opzette en nam tijdens de lockdown zijn oude liefde weer op: gitaar spelen en songs schrijven. Hij floot enkele oude muzikantenvrienden bij elkaar, waarna Dead Star Talk prompt in het geboorteregister werd ingeschreven. Het kwartet dook in Kopenhagen de studio in met de van Metallica bekende producer Flemming Rasmussen en het resultaat is Too Many Too Much, zijn uitstekende langspeeldebuut dat begin 2021 op de wereld wordt losgelaten.

Dead Star Talk (Credit: Allan Høgholm)

Tijdens zijn passage op SPOT, meteen zijn eerste optreden op Deense bodem, speelde Dead Star Talk goed geconstrueerde, melodieuze classic rock, met echo’s van Oasis, The Posies en The Beatles anno Revolver. De band kwam opvallend strak, energiek en catchy voor de dag, koppelde meerstemmige samenzang aan een potig gitaargeluid en bewees met “Top of Our Lungs” en “Love Leash” dat ze weten hoe een radiovriendelijke song in elkaar hoort te zitten. Aan zelfvertrouwen geen gebrek dus. Dead Star Talk zou het best wel eens ver kunnen schoppen.

BONA FIDE & AARHUS SINFONIETTA

Bona Fide - Kim Matthäi Leland
Bona Fide (Credit: Kim Matthäi Leland)

José González, The Notwist, Efterklang, wie de kans krijgt om een alliantie te smeden met een symfonisch orkest, neemt die doorgaans met beide handen aan, al moet je achteraf niet zelden vaststellen dat die maximalistische aanpak voor een echte meerwaarde zorgt. Het concert van het Gothic folkduo Bona Fide met Aarhus Sinfonietta, meteen de première van zijn nieuwe project DAWN, vormde op die regel geen uitzondering. Waarmee we ook weer niet willen suggereren dat er niets te genieten viel. Zangeres Sofia Luna, zeg maar de Deense Margo Timmins, stond op het podium in een bruidsjapon-met-corsage uit de vroege 19de eeuw, en maakte indruk met haar ingetogen vertolkingen van rustieke folksongs over verlies en verlangen, terwijl gezel Emil Palme haar dramatische verhaaltjes uit de vorig jaar verschenen lp Yield ondersteunde met twangy gitaarlijnen. Tijdens SPOT werd hun repertoire bijgekleurd met strijkers, houtblazers, een zingende zaag en een harp, maar die ingrepen, hoe vernuftig ook, bleken enkel afstand te creëren. De sterkste momenten waren dan ook die waarop Bona Fide sober en verstild aan je gemoed knaagde.

GINNE MARKER

Ginne Marker, afkomstig uit Aalborg, wordt weleens de gitaargodin van Noord Jutland genoemd. Maar ze is vooral een getalenteerde singer-songwriter, die met haar openhartige liedjes een plek opeist tussen Norah Jones en Melody Gardot. Het Deense publiek heeft ze inmiddels al in haar zak zitten, want met haar licht jazzy debuutplaat For Seasons to Come uit 2019 kaapte ze in haar thuisland zowat alle prestigieuze onderscheidingen weg die er te verdienen vielen.

Ginne Marker (Credit: Kim Matthäi Leland)

Ginne Marker is geen artieste die in muzikaal opzicht buiten de lijntjes kleurt, maar dat maakt ze ruimschoots goed met haar warme stem en eerlijke, introspectieve teksten. Ook op het podium, waar ze werd geassisteerd door een beslagen maar nooit snoeverige band, dwong ze op een achteloze manier respect af. Tegen zoveel integriteit en vakmanschap viel volstrekt iets in te brengen.

MAGNUS TEMPELS

Met beslagen techneuten als Trentemøller en Kasper Bjørke hebben onze Deense vrienden in het verleden al menig bommetje op de dansvloer gedropt. De 22-jarige Magnus Tempels staat nu al te popelen om in het voetspoor van die bekende voorgangers te treden. Tot dusver bracht hij een viertal euforisch klinkende maar donkere singles uit, waaronder “Pillow” en “Far To Fall”, waarop hij elektronische drumbeats en bubbelende synths combineert met een androgyne, in wanhoop gedrenkte stem. Het ontbreekt zijn veelkleurige songs en energieke grooves zeker niet aan overtuigingskracht, maar op het podium kan Tempels, zoals bleek tijdens SPOT, nog wel een extra dosis charisma gebruiken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 5 =