The Haunted Youth + dEUS

1 september 2021 OLT Rivierenhof, Deurne

Dit weekend speelt dEUS op Crammerock, en dus moet er getry-out worden dat de stukken er van af vliegen. Onzin, natuurlijk: net als iedereen stond ook deze vaderlandse trots anderhalf jaar met de hoeven te schrapen, klaar om er in te vliegen. En dus wordt elke gelegenheid nu benut om dat ook te doen. In OLT Rivierenhof gaf dat flink wat vonken.

“Ik wil dat er punkers naar mijn optredens komen, niet dat er mama’s van Kevins en Warrens naar mij staan te kijken omdat ze me op Studio Brussel hebben gehoord”, sprak Joachim Liebens onlangs. Dat kwam dan slecht uit dat Tom Barman, die altijd al een hart had voor jonge bandjes van eigen bodem, Liebens’ groepje meevroeg als vaste voorprogramma van deze tour, want heremejezus: wie rondkijkt in het OLT voelt zich oud. Is het echt allemaal zo lang geleden?

Ja. Maar dat is voor straks. Want The Haunted Youth is nog altijd heerlijk fris, en klinkt net zo. Niets aarzeling, deze band bijt zich vast in het moment en speelt met een vastberadenheid en overtuiging waar andere groepen jaren roderen voor nodig hadden. De sound waaiert weids, maar weigert zweverig te worden. Het doet aan shoegaze denken, maar wordt nooit wazig. Daarvoor is Liebens te gefocust, zijn zijn songs puntig genoeg, en kleuren de andere muzikanten te mooi in. Zeker Tom Stokx laat zich opmerken in zijn gitaarhelderij. Zoals Craig Whittle bij King Hannah neemt hij graag het roer van een song over, waardoor die plots elders beland dan waar hij was begonnen. Dat houdt het wel spannend.

Je hoort het in doorbraaksingle “Teen Rebel”, maar nog harder in de erg sterke afsluiter “Coming Home”, waarin de band toewerkt naar een knallend slotakkoord. Waarna een overenthousiaste Liebens grijnst “we zijn nog niet weg”, en er nog een aller, àllerlaatste bocht wordt ingeknald. Game, set, match. The Haunted Youth is een grote belofte.

Na dat jeugdige geweld op verplaatsing, is het tijd voor een thuismatch. Of dEUS met de fiets is gekomen weten we niet, maar het had gekund. In elk geval zitten de benen fris. “The Architect” trapt ziedend de deur in, als een bouwheer op zoek naar bouwovertredingen, maar daar vallen deze elder statesmen niet op te betrappen. Dat kan ook niet met een minutieus opgebouwde setlist als deze, die slim alle era’s van de band bestrijkt.

Bewegen in het begin enkel nog wat hoofden voorzichtig enthousiast, dan krijgt op het einde van de reguliere set tegen een rood en blauw oplichtende backdrop het als een blitz uitgevoerde “Suds And Soda” zelfs de meest gezapige bankzitter op zijn voeten. Daartussenin smeerden Barman en de zijnen met lieflijke liedjes even vaak de barsten in ons gemoed dicht als dat ze de sloophamer bovenhaalden.

Van het zwoele “Constant Now” gaat het naar de spacefunk van “Girls Keep Drinking”, dat meer moeite heeft om het hoofd boven water te houden. “Fell of The Floor, Man” blijft een monster van een nummer dat op papier niet zou mógen bestaan, maar wel pákt als het betere chemie-experiment: een manische sample aan het begin, een funky baslijn, noise, funk en disco samen in de mixer, een nummer zo onwrikbaar als een blok beton. Klaas Janzoons – die als altijd het hele concert lang ijverig voor de extra diepgang zorgt – giet er nog een orgeltje overheen. Wij zijn fan van orgeltjes.

“Slow” en “Sirens” halen even het tempo uit de set, en zelfs al wordt het gebracht met vakmanschap, dEUS kan beter, want zonder intensiteit is vakmanschap ook maar een recht gemetselde muur: een goed begin, maar nooit de eyecatcher. Het blijkt gelukkig reculer pour mieux sauter: “Instant Street” volgt en Mauro – die tot dan toe zijn rol van de door Roberto Martinez zo begeerde supersub uiterst cool vervuld had – ontbindt voor het eerst zijn snaarduivels. Later zal hij in “Sun Ra” ook vocaal bezwerend uit de hoek komen. “Sister Dew” is ingetogen zonder de aandacht te laten verslappen, met Janzoons mooie viooluithalen die als penseelstreken blijven plakken op het stucco dat nog nat was van het voorafgaande zweterige “Quatre Mains”. “Qu’est-ce que tu attends?” Dit dus.

“Ok go” dan maar voor enkele kippenvelmomentjes: “Hotellounge” volgt met dat immer ontwapenende “You move me” en Barman beweert in “Nothing Really Ends” dat we “that feeling” kwijt zijn, maar niets is minder waar. Zelfs met een pauze van anderhalf jaar voelt een ‘normaal’ concert waar je aan de inkom je zorgen laat wegscannen met een CovidSafe-ticket instant vertrouwd aan. We zijn het niet verleerd, dat ongebreideld enthousiast zijn. Het nummer krijgt een einde dat baadt in galm en feedback, terwijl aan de versterker van Mauro halsoverkop van alles moet worden gefixt, om naadloos over te gaan in een intens “Bad Timing” waarbij de aders in Barmans hals vervaarlijk kloppen als hij “You didn’t even tryyyyyyy” eruit knijpt.  Als verrassing komen in de bissen de dansers van de Ideal Crash-tour van twee jaar geleden nog eens het podium op, waarna we naar huis worden gestuurd met blaadjes van “Roses” aan onze voeten.

Yup, alle flauwe beeldspraak ten spijt: dEUS stond vanavond in het OLT als een hUIS.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × een =