Gerald Murnane :: Grensgebieden

In Grensgebieden benadert Gerald Murnane literatuur zoals Mark Rothko schilderde. Zijn nieuwe boek is een statement, een lang uitgesponnen herhaling van een en hetzelfde idee, dat dus geen tientallen bladzijden blijft interesseren.

Volgens ingewijden is hij een potentiële Nobelprijswinnaar. In eigen contreien staat hij bekend als een van de belangrijkste Australische nog levende auteurs. De internationale pers vindt hem dan weer een unieke stem die meer aandacht en lezers verdient. Staat de inmiddels meer dan tachtig jaar oude schrijver Gerald Murnane op het punt van een grote doorbraak?

In 2018 noemde The New York Times hem nog “the greatest living English-language writer most people have never heard of”. Als die uitspraak al waar is, dan stelt zich meteen de vraag hoe het mogelijk is dat een schrijver wiens loopbaan ondertussen bijna vijf decennia omspant nog steeds geen groot publiek gevonden heeft.

Een antwoord zou kunnen zijn dat Murnane zich slechts kan beroepen op een ongewoon beknopt oeuvre, bestaande uit een tiental romans, aangevuld met enkele reeksen kortverhalen, een verzameld dichtwerk en verzamelde essays. Dat er nog maar twee boeken in het Nederlands vertaald zijn, laat zich overigens transponeren naar andere taalgebieden, waar Murnanes werk momenteel eveneens langzaam maar zeker ontsloten wordt.

Daarnaast heeft de Australiër zijn hele leven geweigerd deel te nemen aan het openbare artistieke circuit. Eerbetoon of prijsuitreiking? Meestal kwam Murnane niet opdagen. Zelfs een recent symposium integraal gewijd aan ’s mans oeuvre wilde de auteur in de pauze al verlaten. Nochtans hadden de organiserende universiteiten van Melbourne en Sydney het evenement op vraag van de schrijver laten doorgaan in het godvergeten dorpje waar Murnane woont, en waar hij achter de bar weleens een biertje tapt.

Nog los van zijn schrijfsels is Murnane een moderne mythe. In de sporadische interviews die hij geeft, gaat hij er prat op dat hij nog nooit buiten Australië is geweest, nog nooit in zee gezwommen heeft, geen televisie of computer bezit en nimmer nog de drempel van een museum overschrijdt. Het archetype van de kluizenaar, het romantisch ideaal van de kunstenaar die de wereld verwerpt en zich op zichzelf en zijn eigen geestesleven terugplooit om vanuit die absolute, soevereine authenticiteit – niet gecorrumpeerd door actualiteit, literaire tendensen of artistieke modegrillen – nieuw en oorspronkelijk te scheppen.

Dat critici bij het lezen van Murnanes werk paralellen zien met Kafka en Beckett is niet verwonderlijk: ook zij ervoeren en cultiveerden een existentiële weerzin voor het bestaan zoals dat doorgaans ge- en beleefd werd, en formuleerden stamelend, strompelend, door de taal uit te kleden en als het ware opnieuw uit te vinden, een stille revolte tegen de geplogenheden van hun tijd.

Niettemin is er een wezenlijk verschil. Zo stond Beckett niet echt buiten zijn tijd, integendeel: hij werd de stem van een toen in zwang zijnde filosofische stroming, en gaf met zijn doelbewust onwereldse kunst een gezicht aan een diepere leemte die door tijdgenoten werd aangevoeld, maar waar nog geen vocabulaire of grammatica voor bestond. Door de wereld zoals die was uitdrukkelijk uit zijn proza te weren, verhield ook Kafka zich bovendien tot de realiteit. Diens literatuur keert zich eveneens af van het profane tumult, om net de absurditeit van het mondaine existeren aan te tonen.

Niets van dat bij Murnane, wiens Grensgebieden niet ostentatief onwerelds is (als stijlmiddel), maar noodgedwongen (als gevolg van een levensstijl die verzaakt aan al het tijdelijke) wereldvreemd blijkt. Wie hoopt dat uit het onderwerp van het boek – een onderzoek naar de werking van beelden, herinneringen en geheugen – een stuk abstracte overpeinzing zal komen bovendrijven, is eraan voor de moeite. Murnane hoedt zich voor reflectie. Telkens opnieuw vernauwt hij zijn proza tot alleen het universum van het eigen memorie. Gedachten mogen, filosofie is des duivels. Wat overblijft is literatuur à la Rothko: een statement, een lang uitgesponnen herhaling van een en hetzelfde idee, dat dus geen tientallen bladzijden blijft interesseren.

Op het bewuste symposium waarvan eerder sprake, zei Murnane tot de aanwezige academici: “You academic types sure know how to make a simple thing complicated.” Is Murnanes volgens sommigen diepgaande studie van het kijken zelf, zijn zogenaamd intelligente navorsing van de visie op het alledaagse vroeger en vandaag, het werk van een literair illusionist? Hoe het ook zij, met de beste wil van de wereld heeft ondergetekende uit Grensgebieden geen enkel bruikbare gedachte kunnen destilleren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − 4 =