GENT JAZZ: Wim Mertens :: ”Herman Schueremans mag mij altijd bellen”

Van bij het begin van zijn carrière was Wim Mertens een buitenbeen. De klassiek geschoolde componist werkte met popmuzikanten, verzette zich hartsgrondig tegen het elitaire denken van zijn klassieke voorgangers en creëerde dan maar zijn eigen wereld. Veertig jaar later staat hij op Gent Jazz, waar hij na twee lockdowns de performer in zichzelf wil terugvinden.

enola: Dit is uw tweede keer Gent Jazz. Voelt u zich thuis op een jazzfestival?

Wim Mertens: “In België heeft het langer geduurd voor ik in die jazzcontext terecht kon, maar in Spanje, Portugal en Italië werd ik al in de jaren tachtig uitgenodigd op wat eerder jazzfestivals waren. Ik was daar destijds zelf wat verbaasd over, maar ik begrijp het wel. Jazzfestivals zoals Gent Jazz wijken vaak af van wat jazz in de strikte zin van het woord is, en dat past ook bij mijn aanpak. Wat ik doe past op zich immers ook niet helemaal in de klassieke hoek. Meestal vind ik het zelfs een interessante ervaring om mijn muziek in afwijkende context te brengen.”

enola: Zou u ooit op een popfestival kunnen staan?

Mertens: “Ik heb dat ooit in Bologna gedaan, in 1983, en ik zou dat ook in België graag eens doen. Herman Schueremans weet dat overigens; ik heb hem gezegd dat hij mij altijd mag uitnodigen. Ik ben daar klaar voor.”

enola: Wat mogen we verwachten op Gent Jazz?

Mertens: “Het wordt uitzonderlijk solo. Ik ben pas sinds enkele weken opnieuw aan het spelen, en ik voelde al na mijn eerste optreden in Florence dat ik er opnieuw wat moet inkomen. Mijn laatste concert is geleden van dertig oktober in Cordoba. Als je zo lang het contact hebt gemist, vraagt het wel even, heb ik week ervaren. Het voelde aan alsof het opnieuw een begin is.  Ik doe dit jaar nog een stuk of zes soloperformances, en die zijn cruciaal voor me als herbronning, als een manier om opnieuw met het publiek te kunnen delen; als een signaal dat ik het publiek niet ben vergeten in de tussenliggende tijd, en zij mij ook niet. We willen beiden opnieuw een performance op het scherp van de snee beleven. En natuurlijk kan ik zo ook ruim putten uit al mijn werk van de voorbije veertig jaar, en moet ik me niet beperken tot mijn ensemblewerk. Ik merk trouwens dat ik op mijn eentje bepaalde elementen in mijn muziek, zoals vertragingen, versnellingen en accentverschuivingen meer naar voor kan halen in mijn spel, en dat is wel boeiend. Als ik alleen speel is de dynamiek helemaal anders dan met mijn kwintet of trio – waarmee ik later dit jaar overigens wel in België zal te horen zijn.”

Ik heb het optreden gemist, maar ik kan me voorstellen dat het voor muzikanten, die enkel hun instrument hebben, nog erger was. Ik heb me in de tweede helft vorig jaar kunnen terugplooien op het componeren. Ik heb ondertussen een werk van twee keer een uur af.”

enola: Vorige zomer, tussen de twee lockdowns in bracht u ook al een nieuwe plaat uit, The Gaze Of The West.

Mertens: “Dat project lag al even klaar, maar zou ik normaal pas later uitbrengen. Ik heb er wat over getwijfeld of ik het moest doen, gezien de weinige kansen op promotie die er toen waren. Uiteindelijk ben ik toch tevreden dat we ze gereleased hebben. In het najaar heb ik een aantal stukken uit de plaat toch al live kunnen spelen, en ook in Gent staan ze op het programma.”

“Het is een nogal ambitieuze plaat geworden met een klein orkest van meer dan twintig muzikanten. Ook inhoudelijk is het een stevig project, een bevraging over de Westerse blik op muziek, met zijn problematiek rond virtuositeit, muzieknotatie, …  Ik heb daar ook een korte tekst over geschreven op mijn website, waarin ik het onderwerp meer aanraak dan ik het expliciteer. Dat is het fijne aan muziek, je kunt dingen insinueren, die verbaal-rationeel minder gemakkelijk uit te drukken zijn. The Gaze Of The West gaat over slachtoffers en overwinnaars, maar ook over hoe we de muziek educatief aanpakken, aspecten waar ik als componist al veertig jaar mee geconfronteerd word. Het is interessant dat wij in België de zogenaamde Oude Muziek zo goed hebben kunnen promoten, maar het is nog twaalf keer belangrijker dat we ook aansluiting zoeken met onze eigen époque en proberen een vertolking te geven aan de spanningen die we de voorbije decennia hebben ervaren.”

enola: Hoe passen die bijna militaire drums in dat plaatje?

Mertens: “Ik zou ze niet noodzakelijk militair noemen, maar in die Westerse blik zit natuurlijk een notie van macht. Puur muzikaal passen die drums in het onderzoek dat ik al enkele platen voer naar klassieke percussie. Ik zoek naar de momenten van transitie tussen de oervormen van klank voortbrengen. Percussie wordt geslagen, strijkers gestreken, snaarinstrumenten als harp en gitaar getrokken; het interessante is de overgang daartussen, die één van de karakteristieken van mijn werk is geworden – zoals je in de uitgebreide cyclus ‘Qua’ uit 2001 hoorde – en hoe de zang dat mee verbindt.”

enola: U bent geen man van terugblikken, dat bewijst uw voortdurende output. Toch blikte u eind 2019 uitgebreid terug op veertigjarige carrière met de boxset Inescapable. Wat heeft dat achteromkijken u geleerd over uw werk?

Mertens: “Dat vraag ik me ook af. De ervaring was niet aan mij besteed, dus ik heb er lang over gedaan. Er zijn vier, vijf of zes versies van de compilatie gemaakt voor het goed voelde. Ik ben er nu wel tevreden over. Maar wat het me geleerd heeft? Het was in elk geval confronterend. Uiteindelijk heb ik er toch maar voor gekozen om die pinball machines van For Amusement Only (Mertens componeerde de plaat op flipperkasten, mvs) mee te nemen, maar ook symfonische realisaties. Ik wilde aftasten hoe breed ik kon werken en toch kon behouden dat het bij chronologisch doorluisteren voelt alsof het nu gemaakt kon zijn.”

enola: U bent destijds begonnen in een stevige reactie op het elitaire karakter van de toenmalige moderne klassieke muziek. Weet u nog waarom u het gevoel had dat u zich daar tegen moest afzetten?

Mertens: “Alleen al de indeling in bepaalde, vaste vormen; symfonisch, sonate, kwartet of wat dan ook. Ik vond dat het mogelijk moest zijn om iets te maken dat over die vormen heen ging, dat je nieuwe vormen moest kunnen creëren die als maker op een of andere manier voelden als de vertolking van wat je voelt. Dat ik op mijn achttiende mijn muziekstudies heb onderbroken, speelt daar ook in mee. Ik voelde de nood om andere dingen te gaan onderzoeken. Ik wilde weten waarom muziek verandert, wat de sociologische factoren daaronder zijn, … en zo rolde ik in de sociale wetenschappen om pas drie jaar later opnieuw naar de conservatoria te trekken.”

“De evolutie van de techniek was ook belangrijk. In 1986 was ik al zes jaar bezig maar nog altijd met de pen aan het schrijven, toen kwamen de eerste Atari-computers en trok ik naar multitrackstudio’s, … Dat waren allemaal nieuwe mogelijkheden die ik heb gebruikt om muziek te realiseren die buiten het werkterrein van de gecanoniseerde klassieke en oude muziek valt. Het is evident dat als je muziek van vandaag wil maken, je al dat soort cruciale wijzigingen in de muziekindustrie en -techniek moet verweven. Uiteindelijk is dat ook gebeurd ten tijde van de klassieke en oude muziek, en zorgde de komst van de eerste partituren bijvoorbeeld ook voor nieuwe vormen. En zo moest dat ook zijn in mijn muziek. Daarom heb ik ook snel beslist om alles in eigen handen te houden, want de geschiedenis leert dat wie opdracht geeft voor een werk, eisen kan stellen. Dat hoor je aan klassieke werken die voor de kerk of een hof zijn geschreven. Dan krijg je een gladgestreken product. Hoe produceer je, hoe distribueer je, van wie ben je afhankelijk, wie geeft opdracht, welke muzikanten zullen je muziek spelen, …  Al dat soort factoren heeft invloed op wat je maakt.”

enola: Weet u nog wanneer u wist dat u uw eigen muzikale taal had gevonden?

Mertens: “Dat heeft zich gekristalliseerd in mijn eerste vier producties, tot aan Maximizing The Audience. Dat kwam samen in Instrumental Songs, een soort samenvatting van die eerste vier jaar. Kerstmis 1985 was dat, toen wist ik het.”

enola: Tot slot: wat is voor u de rol van emotie in uw muziek?

Mertens: “Ik zei tegen mijn moeder zaliger – en daar was ze niet echt blij mee – dat gelukkig zijn een relatieve categorie is. “Gelukkig zijn is niet per se het doel”, bedoelde ik daar mee, dus zo gaat het ook met het emotioneel in mijn muziek. Het is niet de rol van de componist om dat in te vullen voor de individuele luisteraar. Maar natuurlijk gaat temperament en creatie gepaard met een element van kracht, geweld zelfs. Je breekt iets uit wat er nog niet is en daar speelt je eigen leven zeker een rol, maar ook de ideeën die je denkt te moeten ventileren in je muziek. Maar die emotie is niet het doel. Het gaat om iets anders, dat ik wil formuleren via klank.”

Wim Mertens speelt nu zondag op Gent Jazz.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + zestien =