Friedrich Nietzsche :: Zo sprak Zarathoestra

Onder niet-filosofen scoort Friedrich Nietzsche (1844-1900) ongetwijfeld hoog in het lijstje van bekende wijsgeren en net zo zal vooral het werk Also Sprach Zarathustra (1883-1885) bovenaan prijken bij de werken die met hem geassocieerd worden. Binnen zijn rijke en soms zelfs grillige oeuvre van meer dan twintig boeken, blijft het echter een buitenbeentje in opzet en structuur. Tezelfdertijd is het ook het werk dat enkele van Nietzsches bekendste stellingen en aforismen bevat.

Geboren in 1844 in het Pruisische Röcken als zoon van een dominee treedt hij aanvankelijk in de voetsporen van zijn vroeggestorven vader (1849) door theologie aan de universiteit van Bonn te studeren. Al snel echter verliest hij zijn geloof en kiest hij voor een opleiding in de filologie waarbij hij vooral interesse heeft in de klassieke literatuur. Wanneer hij in 1865 als jonge twintiger in contact komt met Arthur Schopenhauers hoofdwerk Die Welt als Wille und Vorstellung (1819, grondig herwerkt in 1844) zet hij de stap naar filosofie. Enkele jaren later (1869) wordt hij tot een van de jongste hoogleraren klassieke filologie ooit benoemd en opgenomen in de kringen rond Richard Wagner (1813-1883). In deze periode schrijft Nietzsche zijn een eerste werken, waarvan Die Geburt der Tragödie aus dem Geiste der Musik (1872) het bekendste is.

Hoewel de liefde voor Wagner en Schopenhauer danig bekoelt, publiceert hij in 1876 nog een aantal essays over beiden. Dat vormt niet alleen het sluitstuk van zijn zogenaamde eerste periode als filosoof, het valt ook samen met het begin van zijn fysieke aftakeling. Vanaf 1879 is hij immers om gezondheidsredenen niet langer in staat is zijn taak als hoogleraar op te nemen. Hij krijgt een levenslange beurs toegekend waardoor hij vanaf nu als ongebonden filosoof kan leven, en hij in zijn denken meer richting positivisme en scepticisme verschuift. In 1882 verschijnt Die fröhliche Wissenschaft, een boek vol aforismen dat onder meer de befaamde stelling bevat dat God dood is. Het is een gedachte die opnieuw zal opduiken in Zo sprak Zarathoestra waarvan een jaar later het eerste deel verschijnt en dat beschouwd wordt als de start van de derde periode in Nietzsches ontwikkeling als filosoof.

Het boek verschijnt aanvankelijk in drie delen tussen 1883 en 1885 alvorens als geheel uitgegeven te worden in 1887. Het vierde deel wordt in 1892 toegevoegd door zijn zuster Elisabeth Förster-Nietzsche, die na zijn mentale instorting in 1889 niet alleen de zorg voor hem opneemt maar ook zijn nalatenschap zal beheren. Naar alle waarschijnlijkheid beoogde Nietzsche nog drie delen te schrijven voor het boek en fungeert het vierde deel als een intermezzo wat ook het relatieve verschil in stijl en opzet met de andere drie delen verklaart. Toch blijft het moeilijk om in Zo sprak Zarathoestra een echte rode draad of meer dan een oppervlakkige narratief terug te vinden door de aparte structuur van dit werk. Nietzsche zelf gaf het de ondertitel Een boek voor iedereen en niemand mee, wat het mysterie zowel vergroot als verkleint.

Geen ander werk van Nietzsche roept immers zoveel bewondering en weerstand op als dit boek. Geschreven als een openbaring rond de Iraanse profeet Zoroaster/Zarathoestra (wiens leer wereldwijd nog steeds aanhangers heeft, vooral in India) lijkt het Nietzsches antwoord te zijn op de openbaringsgodsdiensten en het Christendom in het bijzonder. Naast de al eerder vermelde stelling dat God dood is, duiken in het werk een aantal andere bekende begrippen en opvattingen van Nietzsche op waaronder de Übermensch, de wil tot macht en de eeuwige terugkeer. Het zijn ideeën die Nietzsche in latere werken opnieuw zal opnemen en verder uitwerken, maar die ook lang een donkere schaduw over zijn denken zullen leggen, niet in het minst door de interpretatie die de nazi’s eraan gaven.

Hoewel het idee dat Nietzsche een proto-nazi zou zijn al lang weerlegd is, en zelfs de mate waarin zijn zuster Elisabeth (wiens man uitgesproken antisemitisch was) dit beeld in het leven riep, steeds meer in vraag gesteld wordt, kan niet ontkend worden dat Nietzsches denken in dit boek alle kanten op gaat. Niet geheel verwonderlijk kent het dan ook grote voor- en tegenstanders, zelfs of vooral onder filosofen. Want ook al worden enkele van Nietzsches belangrijkste ideeën in het boek opgeworpen, de manier waarop hij ze zelf uitwerkt, blijft obscuur en multi-interpreteerbaar. Mogelijk zou het net om die reden zijn bekendste en belangrijkste werk worden. Volgens de overlevering had elke Duitse soldaat tijdens WO I en II een kopij van de Bijbel én dit werk in zijn ransel. Nietzsche zelf beschouwde het boek ook als het vijfde evangelie en schreef het in het Luther-Duits dat ook de Bijbel kenmerkte.

In zekere zin is Zo sprak Zarathoestra dan ook evenveel een religieus-mystiek als filosofisch werk, zij het dat de verlossing voor Nietzsche niet in een hiernamaals of bij een God ligt maar bij de mens zelf. Die Übermensch staat even ver van de mens af als die laatste van de aap, en overstijgt goed en kwaad om het eigen potentieel ten volle waar te maken. Hierbij staat evenwel geen narcisme of egoïsme centraal maar wel een liefde voor het leven en het ten volle omarmen van het bestaan. Nietzsche heeft weinig op met het Christendom, wat hij later zou omschrijven als een slavenmoraal die hij hypocriet vindt en waarin volgens hem een vals medelijden primeert. De mogelijkheid om Übermensch te worden, is hierdoor ook niet voor iedereen weggelegd. Zelfs Zarathoestra ontdekt dat hij volgelingen heeft eerder dan `medevierders` van het leven, en hij verlaat hen dan ook in het derde deel van het boek.

Dat vieren van het leven is een van de moeilijkere elementen uit Nietzsches denken, in het bijzonder omdat het gekoppeld is aan het idee van de eeuwige terugkeer en het leven dat telkens opnieuw beleefd wordt. Hierbij is het voor de Übermensch geen optie om het de volgende keer anders te beleven want dat houdt in dat men het leven niet omarmt en ten volle beleeft. Nietzsches Zarathoestra streeft ernaar godgelijk te worden, zij het dat zijn godheid Dionysos is. Voor Nietzsche heeft de Christelijke god immers mee de cultuur op een dood spoor gebracht en de mens verhinderd tot zijn ware ik uit te stijgen, al blijft uit dit werk de hoop spreken dat op zijn minst individuen er in zullen slagen hun ware potentieel te bereiken.

Hoewel Nietzsche tijdens zijn leven verschillende werken publiceert, zal hij pas echt succes kennen na zijn mentale instorting en dood. Zijn zus Elisabeth richt het Nietzsche-Archiv op waarna de ster van de overleden filosoof blijft rijzen en zowel in (extreem-) linkse als rechtse kringen zijn denken omarmd en geïnterpreteerd wordt. Na zijn recuperatie door het nazisme is hij tijdelijk verbrand maar vanaf de jaren zestig wordt mede dankzij Franse filosofen elke fascistische interpretatie van de hand gewezen. Ondanks die hernieuwde belangstelling voor zijn werk en denken, blijft Zo sprak Zarathoestra toch het buitenbeentje waar academici en filosofen omheen lopen. Binnen het grillige oeuvre van Nietzsche is het dan ook een vreemd werk dat zich niet zomaar kennen laat. Als introductie tot zijn (latere) denken is het dan ook niet geschikt. Als op zichzelf staand, mystiek-filosofisch werk kent het evenwel weinig concurrenten en blijft het ook bijna honderdvijftig jaar na zijn verschijnen meer vragen dan antwoorden oproepen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × drie =