Ellen Deckwitz :: Dit gaat niet over grasmaaien – Hoe lees je poëzie

De poëzie – ja, dat vermaledijde en met uitsterven bedreigde genre! – heeft er een pleitbezorger bij. Als docente aan de universiteit van Groningen, redacteur bij NRC Handelsblad, stem van Boeken FM en auteur van de bejubelde bundel Hogere natuurkunde, lijkt dertiger Ellen Deckwitz goed geplaatst om het voor de dichtkunst op te nemen. Schijn bedriegt?

Deckwitz is niet aan haar proefstuk toe. Haar boekje Olijven moet je leren lezen, met als ondertitel Een cursus genieten van poëzie, ging een kleine vijf jaar geleden vlot over de tongen, en dat niet alleen bij poëzieliefhebbers. De auteur slaagde destijds in haar doel, met name pertinente vragen stellen omtrent de noodzaak van poëzie en alomtegenwoordige vooroordelen onderuit halen met pasklare antwoorden. Schrik voor gedichten verlamt heel wat potentiële liefhebbers, zo wist Deckwitz op basis van eigen ervaringen. Haar antwoord was een even dun als efficiënt boekje, dat de poort voor menig geïnteresseerde moest zien te openen.

Inmiddels is er een soort sequel. Dit gaat niet over grasmaaien beoogt namelijk min of meer hetzelfde. Deckwitz greep de coronacrisis en de momenten van verstilling en verveling die mensen massaal overvielen aan om poëzie als remedie naar voren te schuiven. Afzonderlijke columns en essays verschenen de voorbije maanden in NRC Handelsblad en De Morgen, en zijn nu netjes gebundeld onder een kaft. Tekeningen van Jenna Arts moeten het geheel luchtig en verteerbaar houden, net als de taal van Deckwitz zelf.

Met de illustraties is helaas hetzelfde aan de hand als met hetgeen Deckwitz de lezer voorschotelt: het is allemaal wel sfeervol, maar erg doorzichtig en in het algemeen nogal gespeend van diepgang. Over het visuele gedeelte kan men zelfs kort zijn: het voegt weinig tot niets toe aan de tekst en kan esthetisch nauwelijks op zichzelf staan. Wat je noemt: bladvulling? Deckwitz’ teksten kunnen daar niet van beticht worden, want de dichteres probeert wel degelijk per hoofdstuk een punt te maken. Ze doet dat aan de hand van eenentwintig boutades, in vraagvorm of als spreuk geformuleerd.

Per titel licht ze beknopt haar visie toe, waarbij ze voor elk kapittel een gedicht uitkiest – op één na telkens van de hand van een collega – dat haar these kan onderstrepen. Verdienstelijk daarbij is dat ze vooral hedendaagse dichters voor het voetlicht laat treden. Wie wil aantonen dat poëzie leeft, heeft gelijk wanneer dode, voornamelijk witte en vooral mannelijke zogenaamde grootmeesters op stal worden gelaten. Deckwitz duikt hier en daar onder in werk van figuren die furore hebben gemaakt op Instagram, of bij ontluikende talenten die slechts in beperkte kring zijn doorgebroken. Ze neemt kortom niet deel aan het klassieke academische discours waarbij altijd opnieuw dezelfde namen worden verheerlijkt, ten koste van het aanstormende talent dat staat te trappelen om een spreekwoordelijk podium te krijgen.

So far so good, tot het gaat om wat Deckwitz te vertellen heeft. Eerst en vooral zijn de anekdotes over schoolgaande jongeren of neven en nichten te lichtzinnig om een serieus publiek over de streep te trekken. Vaak lijkt het alsof Dit gaat niet over grasmaaien zich vooral tot adolescenten richt, en dat is problematisch. Het doelbewust coole taalgebruik is daar een uitwas van, en ook dat valt moeilijk te verteren. In een boek over poëzie slaat het bewust hippe taalgebruik soms als een tang op een varken. Verder trapt Deckwitz een aantal open deuren in, gaande van “hoe poëzie kan helpen om jezelf te begrijpen” tot “waarom je beter een hele bundel leest”. Elders wordt de uiteenzetting te eenzijdig, omdat over bepaalde stellingen een aardig mondje gediscussieerd kan worden, zonder dat Deckwitz daar ruimte voor laat.

Dit gaat niet over grasmaaien is te veel opgevat als een zelfhulpboek, een instrument dat antwoorden aanreikt aan wie daarnaar op zoek is. De poëzie vaart daar misschien wel bij, al zou de benadering omfloerster en suggestiever moeten zijn – twee eigenschappen die de allerbeste gedichten in zich dragen, maar waar Deckwitz schijnbaar in een grote boog omheen loopt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 3 =