Aimée de Jongh :: “De strip volwassen? Dat valt heel erg tegen”

Voor zover dat nog nodig was, bevestigt Aimée de Jongh haar talent met het wonderlijke Dagen van zand, een vertelling die zich afspeelt tijdens de Dust Bowl. Met oogstrelende tekeningen en een feilloos gevoel voor sfeersetting, slaagt de Nederlandse er in een donkere op meeslepende wijze periode kleur te geven.

enola: Een beeldverhaal over de Dust Bowl. Dat is een onderwerp dat vooral doet denken aan Woody Guthrie, John Steinbeck en Dorothea Lange. Hoe bent u hier op gekomen?

Aimée de Jongh: “Eigenlijk had ik niet zoveel met het onderwerp. Tot ik een jaar of vijf geleden online enkele foto’s tegenkwam. Op een van de beelden stonden hele kleine huisjes, met een gigantische stofwolk er achter, heel indrukwekkend. Toen vroeg ik me af: waar gaat dat over? Ik ben op onderzoek uit getrokken en vond het zo’n interessant verhaal dat ik me afvroeg of het iets was voor een strip. Het leek me heerlijk om zandstormen te tekenen, al dat natuurgeweld. Het is dus begonnen met één foto.”

enola: Vervolgens maakte u van het hoofdpersonage ook een fotograaf.

De Jongh: “Ja, maar eigenlijk was ik niet op zoek gegaan naar wie die foto gemaakt had en waarom, ik was meer geïnteresseerd in het natuurfenomeen. Een drietal jaar geleden was ik in Parijs en bezocht ik het Centre Pompidou, waar een expo liep van David Hockney. De tentoonstelling viel me eigenlijk wat tegen en toen ben ik gaan kijken naar wat in de andere zalen te zien was.”

“Er liep eveneens een expo van Walker Evans, een van de fotografen die de Dust Bowl in beeld gebracht heeft. Toen besefte ik: dit gaat niet alleen over de Dust Bowl, maar ook over de mensen die de foto’s gemaakt hebben. Daar ben ik dan veel over beginnen lezen en zodoende leek het me interessant om het verhaal vanuit het standpunt van een fotograaf te vertellen. Het is dus allemaal een beetje door toevallige omstandigheden bepaald.”

enola: Uw fotograaf, John Clarke, is fictief, voor alle duidelijkheid.

De Jongh: “Die heeft inderdaad niet echt bestaan. Ik heb getwijfeld of ik het agentschap wel moest gebruiken, want dat heeft wel bestaan. Het is een beetje alsof je een boek maakt over The Beatles en zegt ja, er zat er nog eentje meer in. Dat klopt gewoon niet. Maar ik heb bedacht dat als ik het verhaal zo schrijf dat het historisch gezien juist is en John misschien ooit gerekruteerd werd, maar geen werk ingeleverd heeft, dan zou het wel kunnen. Op die manier strookt het met de realiteit, al is het een fictief personage.”

enola: U bent ter plaatse geweest om research te doen voor het boek. Is er ginds, zoveel decennia later, nog iets te zien van de impact van de Dust Bowl?

De Jongh: “Ja, meer dan ik zelf had verwacht. In Oklahoma is het nog steeds heel erg leeg. Soms reden we twee uur lang zonder een tegenligger te zien. Zelfs in de VS is het bizar dat er zo weinig mensen wonen. Wat ik ook interessant vind aan zo’n research, is kijken hoe de vegetatie er uitziet. Wat voor gras groeit er, hoe ziet het zand er uit, de hekken. Als er nog huizen waren, zelfs al stonden ze half op instorten, ging ik ze bekijken, om te zien wat voor materiaal gebruikt werd. Je ontdekt ook hoe laat het er donker wordt. Allemaal kleine dingen die in een boek verraden of je er geweest bent of het gewoon uit je duim gezogen hebt, want ik hoop natuurlijk dat het uiteindelijk ook in Amerika gepubliceerd wordt. Het laatste dat ik zou willen, is dat iemand uit Oklahoma het boek leest en denkt Jezus, er klopt echt helemaal niks van.”

enola: Gaat er sowieso geen weerstand zijn van Amerikanen? Omdat ze mogelijk vinden dat het niet aan u is om hun verhaal te vertellen?

De Jongh: “Er zijn al gesprekken geweest met uitgevers en zij vertelden me dat ze niet snapten dat er nog niet eerder en strip gemaakt is over dit onderwerp. Ze zijn vooral blij dat het er eindelijk is. Dat het niet door een Amerikaan gemaakt is, maakt dan niet zoveel uit. En als ze het zo graag willen, moeten ze het maar lekker zelf doen. Trouwens: er zijn honderden boeken en films over bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog. Die zitten elkaar ook niet in de weg. Voor mijn part mogen er nog zestig Dust Bowl boeken verschijnen, dat vind ik niet erg.”

enola: Misschien zijn er zo weinig omdat je als auteur bijna niet om de oorzaken van de Dust Bowl heen kan: Oklahoma was ooit heel erg vruchtbaar, tot zeer intensieve landbouw daar een eind aan maakte. Daar zit een les: dit had voorkomen kunnen worden en als we niet uitkijken, doen we nu opnieuw dingen die we eigenlijk niet horen te doen.

De Jongh: “Eigenlijk is het een boek over klimaatverandering, op kleine schaal. Als mensen denken dat ze een ecologisch systeem dat al miljoenen jaren op een bepaalde manier werkt kunnen omploegen voor hun eigen gewin, dan gaat het mis. Dat is wat er vandaag op grote schaal gebeurt.”

“Mocht het boek louter over klimaatverandering gaan, zou het, denk ik, niet verkocht worden. Ochot, daar heb je er weer een die ons komt vertellen wat we allemaal mis gedaan hebben. Maar als je het op deze manier doet, een historisch verhaal brengen met hetzelfde thema, sijpelt het misschien wel door. Je moet niet de hele tijd een schuldgevoel aangepraat krijgen, het kan ook op een subtielere manier.”

enola: U heeft wel iets met de VS, waar u een tijdje verbleven heeft?

De Jongh: “Ja, ik heb enkele maanden in Los Angeles gewoond. Ik was er met een toeristenvisum en mocht dus maximum drie maanden blijven. LA is een echte metropool en heeft vrij weinig te maken met de desolate landschappen die ik getekend heb, maar tijdens die trip heb ik het land wel leren kennen en ben ik er een beetje verliefd op geworden. Tot dan toe dacht ik nogal over Amerika als een verschrikkelijk land. Je kijkt naar het nieuws en ziet veel zaken mis gaan, met Trump en de schietpartijen op scholen. Ik had niet het idee dat het een heel gezellige plek was. Maar dan kom je daar en ik kon alleen maar denken: waar hebben ze het over? Het is er heel mooi, er is fantastische natuur, de mensen zijn ontzettend aardig. Dus ergens is de keuze voor dit onderwerp niet zo vreemd, op een bepaalde manier is het een soort ode aan de Verenigde Staten.”

enola: Uw vorige boek Taxi verscheen in de VS. Hoe waren de reacties?

De Jongh: “Het was het eerste dat in de VS en Canada uitkwam en er een beetje aandacht kreeg, dat was heel erg leuk. Wat ik fijn vond, was dat ik berichtjes kreeg van tekenaars uit Amerika die ik zelf bewonder. Ze stuurden dat ze het gelezen hadden en goed vonden. Zoiets vind ik heel speciaal, dat had ik nog nooit meegemaakt.”

enola: Het is niet evident dat auteurs uit de Lage Landen internationaal gepubliceerd en opgepikt worden. Heeft u een verklaring waarom het bij u wel gebeurt?

De Jongh: “Het is een saai antwoord, maar misschien heb ik heel veel geluk gehad? Ik denk dat ik ook veel te danken heb aan de stripbeurzen waar ik naartoe gegaan ben. Je komt op zo’n beurs in bijvoorbeeld Londen, praat er met wat uitgevers en op het volgende festival zie je elkaar weer en dan denk je, misschien moeten we samen wat doen? Hetzelfde met een uitgever uit Canada die ik enkele keren zag. Als ze je werk mooi vinden, komt daar wat uit. Als ik niet naar al die stripbeurzen geweest was, was dat waarschijnlijk niet gebeurd.”

“Dus misschien heeft het geholpen dat ik heel erg van reizen hou en het wel zie zitten om een keer naar Leeds of Toronto te gaan. Ik denk dat er weinig auteurs in België en Nederland zijn die dat doen.”

enola: Als het over uw werk gaat, wordt vaak aangehaald hoe veelzijdig het is, wat nu trouwens opnieuw opvalt met Dagen van zand. Maakt u het zichzelf niet moeilijk door altijd een andere stijl te hanteren?

De Jongh: “Ik denk dat het uit mezelf komt, dat ik verschillende dingen wil proberen. Voor Bloesems in de herfst heb ik heel bewust gekozen voor een Europese stijl, omdat het door Zidrou geschreven werd en hij het goed doet in landen als België, Frankrijk en Spanje. Je maakt een beetje een keuze op basis van wat past bij een oeuvre. In het geval van Taxi was dat meer een underground-achtige strip. Daar had ik de regie helemaal in handen, er kwam geen schrijver of uitgeverij bij kijken. Bij elk project krijg je een andere context en daar pas ik me aan aan. Ik ben nieuwsgierig, dus ik wil veel proberen. Als ik het saai blijk te vinden, ga ik wat anders doen. En tot nu toe hebben lezers me altijd vergeven als ik wat anders ging doen.”

enola: Is het een moeilijk proces om te ontdekken hoe u een verhaal visueel gaat aanpakken?

De Jongh: “Dat is best een lang proces. Uit Bloesems heb ik veel geleerd op dat vlak. Daar had ik eerst heel felle, digitale kleuren gebruikt. Maar dat paste totaal niet bij het verhaal. Toen heb ik maanden gezocht naar een inkleurder, maar plots was de tijd bijna op. We hadden nog een viertal maanden voor het boek uitkwam en de uitgeverij zei: we moeten gewoon beginnen met de inkleuring en dan ben ik zelf maar beginnen prutsen. Ik dacht: het moet een beetje zacht, ik moet pasteltinten gebruiken. Uiteindelijk is zo in drie of vier maanden heel veel tot stand gekomen.”

“Tijdens die periode heb ik veel geleerd over wat werkt en wat niet. Je moet kijken naar het verhaal, de sfeer van het geheel. Ook bij dit boek. Dat wilde ik per sé in kleur doen. Het is aanvankelijk een optie geweest om, in het verlengde van de foto’s, in zwartwit te werken. Maar ik ben blij dat ik dat niet gedaan heb. Je moet het rood van die stofwolken en het geel van dat zand kunnen zien.”

enola: Dit boek is helemaal klaar. De evidente vraag: werkt u aan iets nieuw?

De Jongh: “Er komt een boek in de reeks Vrije Vlucht van Dupuis. Dat vind ik zelf heel bijzonder. Ik ging als kind altijd naar de bibliotheek om die boeken te lenen. Toen ze mij vroegen, heb ik meteen ja gezegd zonder met iemand te overleggen. (lacht) Later bleek dat ik dat eigenlijk eerst met Dargaud had moeten bespreken.”

“Het wordt een samenwerking met Ingrid Chabbert. Zij schrijft voornamelijk kinderboeken, maar de laatste tijd ook strips. Veel meer kan ik er nog niet over vertellen, want het is allemaal nog in ontwikkeling.”

enola: In het maken van zo’n boek kruipt een jaar, twee soms. Is het makkelijker om nu zo’n lang project vol te houden dan als beginnende auteur?

De Jongh: “Dat denk ik wel. Het moeilijkste vond ik vroeger om stijlvast te werken. Je ziet dat wel vaker bij graphic novels, dat de eerste pagina’s in een bepaalde stijl zijn en als je vervolgens naar het einde gaat kijken, dan is die stijl veranderd. Dat komt doordat je als tekenaar groeit in die twee jaar. Je leert bij. Maar wie heeft, na die twee jaar, nog zin om het begin weer aan te passen? Dat kost opnieuw een jaar. En wie weet correspondeert het vervolgens weer niet met het einde. Ik ben daar een beetje allergisch voor. Ik tracht stijlvast te werken, maar dat is best moeilijk.”

“Verder hangt het van het onderwerp af. Dat moet je goed kiezen. Als het je blijft boeien, is er geen probleem. Dat was het geval met Dagen van zand. Het boek is klaar, maar ik ben nog altijd aan het lezen over de Dust Bowl.”

enola: Als striptekenaar een reguliere job was, volgde nu vast promotie of opslag. Zo werkt het echter niet. Gewoon voortdoen, dan maar?

De Jongh: “Ik heb het daar wel eens over: wat is carrièregewijs de volgende stap? In het boekenvak is er een vast royaltypercentage voor alle auteurs. Of je nu JK Rowling bent of Aimée de Jongh: we krijgen hetzelfde percentage royalty’s. Als je rijker wil worden, moet je meer boeken verkopen. Maar ik denk niet dat ik de komende jaren veel extra boeken kan verkopen. Er zit simpelweg een maximum op de markt in Nederland en in Vlaanderen. Misschien moet ik een reeks maken, dat heb ik nog nooit gedaan. Maar ik kan niet zeggen dat ik daar op dit moment veel ideeën voor heb.”

enola: Ergens is het vreemd dat nu het medium strip als volwassen beschouwd wordt, er minder aandacht naar lijkt te gaan dan wanneer het als vermaak voor kinderen gezien werd. Iedereen wist 50 jaar geleden wie Willy Vandersteen was, vandaag zijn weinig stripauteurs bekend bij het brede publiek.

De Jongh: “Dat is heel raar. We roepen allemaal dat de strip volwassen is, maar dat valt heel erg tegen, eigenlijk. De grote kranten besteden er niet echt aandacht meer aan en strips zijn totaal onzichtbaar in de boekwinkel, ergens weggemoffeld in een hoekje.”

“Eigenlijk zouden we, zowel ikzelf als andere tekenaars, er eens over moeten nadenken: wat over tien jaar? Gaan we er dan nog van kunnen leven? Moeten we er een job bij nemen?”

“Het stomme is dat ik wel gevraagd ben om als tekenaar voor commerciële series te werken. Toch heb ik neen gezegd. Je zit in een spagaat: je wil wel meer bekendheid, maar je wil, bij manier van spreken, ook niet de Smurfen gaan tekenen.”

enola: Logisch: Peyo heeft de smurfen bedacht. Wie kent de huidige auteurs daarvan? Er lijkt geen wissel van de wacht plaats te vinden. Het zijn nog altijd kleppers van ruim een halve eeuw geleden die het mooie weer maken.

De Jongh: “Klopt. Het ging ook om een reeks van minstens vijftig jaar oud. (lacht) Het is allemaal een beetje gek. Tijd voor een revolutie? Ja, misschien wel. De droom die ik voor ogen heb, is een situatie zoals in Japan. Manga’s zijn daar zo gewoon, ze worden door iedereen gelezen en overal verkocht, in elk kioskje, in stations en op pleinen. Als tekenaar heb je weliswaar evengoed een zwaar leven, maar de bekendheid van het stripverhaal is er wel groter.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + twaalf =