Joeri Chipsvingers: “Kennelijk doe ik mensen denken aan Disney, maar dan op acid”

De kenners kennen de Limburgse muzikant Michiel De Naegel ongetwijfeld van de sludge metalband 30,000 Monkies en het punkcollectief Youff. Onder zijn alter ego Joeri Chipsvingers maakt hij geflipte neoklassieke muziek die door sommigen behoorlijk Zappaiaans werd genoemd. Een gesprek met Joeri over zijn oorsprong, intuïtief muziek maken en de invloed van luistersprookjes.

In augustus debuteerde Michiel De Naegel met het heftige, twee minuten durende “Het Joeri Chipsvingers Superrrrthema”, dat gepaard ging met een al even heftige videoclip waarin Joeri zich te goed doet aan allerhande soorten chips. Het is de ideale voorbode voor de plaat De avonturen van Joeri Chipsvingers die net bij FONS Records verschenen is en gemaakt werd met een bijzondere combinatie van blazers, strijkers, piano en percussie.

Wie de bands van De Naegel kent, weet dat enige absurditeiten hem niet vreemd zijn. Met 30,000 Monkies bracht hij al een ‘rockmagazine’ uit met recensies van champagne en hun favoriete frietmaaltijden. Die band bracht overigens ook eigen (gelimiteerde) sportslippers uit. Nu gooit De Naegel het dus over een andere boeg onder de naam Joeri Chipsvingers, gegroeid uit zijn afstudeerproject aan het Conservatorium van Gent.

De Naegel: “Ik was al een tijdje op zoek naar een manier om de sérieux van de muziek aan het conservatorium weg te halen. Soms heb ik een beetje moeite met het gewicht dat eraan hangt. Op een conservatorium sluipt het 19de-eeuwse romantische gedachtegoed soms nog iets te veel door de gangen. Ik wilde daar van af en vond Joeri daarvoor een handig vehikel.”

Joeri kwam een jaar voor het afstuderen van De Naegel tot leven, op eerder toevallige wijze tijdens het keuzevak jazzharmonie. “Ik moest een kort stukje schrijven in majeur, een toonsoort die meestal opgewekt klinkt. Dat is uiteindelijk “Joeri Chipsvingers Superrrrrthema” geworden. De melodie had iets cartoonesk. Ik vond dat het deed denken aan een tekenfilmserie. Ik had toen nog niets met Joeri in gedachten, maar vond Joeri Chipsvingers wel goed bekken. Toen ik besefte dat ik nog iets moest bedenken voor mijn eindwerk, besliste ik om verder te gaan met Joeri. “Superrrrthema” was oorspronkelijk wel iets braver, ik heb dat nog aangedikt voor mijn eindwerk.”

enola: Je werkte voor de plaat met een orkest van liefst elf muzikanten. Hoe componeer je precies een Joeri-nummer?

De Naegel: “Dat verschilt van nummer tot nummer. Ik ga vrij intuïtief te werk. Meestal begint het met een melodietje dat ik in mijn hoofd heb, vervolgens speel ik dat in en neem ik het op. Soms gebeurt dat op gitaar, soms op piano of het kan zijn dat ik het gewoon zing. Voor de muzikanten probeer ik op zo’n fatsoenlijke manier een partituur uit te schrijven. Tijdens de opnames was ik de dirigent. Ik had dat nog nooit gedaan, dus dat was een beetje brak en technisch was het niet verfijnd, maar dat paste wel bij Joeri. Ik heb gelukkig wat tips gekregen van de muzikanten zelf en mijn compositiedocent Daan Janssens.”

enola: Hoe pak je je optredens aan in coronatijden? Het lijkt me niet evident om met elf muzikanten op een podium te staan.

De Naegel: “Het enige liveoptreden van Joeri Chipsvingers met volledige band tot nu toe vond plaats in het kader van mijn afstudeerproject en dat is al twee jaar geleden. Net voor de lockdown was ik al beginnen mailen en ik kreeg goede reacties, maar uiteraard kon er door corona niets ingepland worden. Uit noodzaak heb ik dan een soloalternatief bedacht. Ik noem het een veredelde luistersessie. Ik speel mijn muziek af met effectjes, en ik speel op melodica en fluit. Eigenlijk is het een halfuurtje chaotisch theater om het toch niet ongemakkelijk te maken dat ik de nummers gewoon opzet.” (lacht)

enola: Heb je voor Joeri Chipsvingers inspiratie gevonden bij specifieke muzikanten of kunstenaars?

De Naegel: “Het is niet zo dat ik iets wou maken zoals die of die muzikant. Ik heb wel bijvoorbeeld Fausto Romitelli leren kennen. Dat is een klassieke muzikant die naar rock neigt qua intensiteit. Een docent introduceerde me tot de jazzmuzikant Willem Breuker, die een plaat uitbracht met een soort hysterische fanfaremuziek, over the top en in overdrive, een beetje zoals Frank Zappa. Daarnaast heb ik alter ego’s ook altijd cool gevonden, zoals Kool Keith. Dat is een Amerikaanse rapper die voortdurend van alter ego verandert. Een plaat van hem begint bijvoorbeeld met hoe het oude alter ego vermoord wordt door het nieuwe. Wie weet gaat Joeri op één van de volgende platen ook niet meer Joeri heten.”

enola: De muziek van Joeri is cartoonesk, fanfareachtig, misschien ook Zappa-esk. Hoe zou je het zelf omschrijven?

De Naegel: “Blijkbaar moeten mensen ook aan Disney denken, ‘Disney on acid’ hoorde ik eens van iemand en dat vond ik best wel een goede omschrijving. Mijn eigenlijke opzet was om moderne klassieke muziek de intensiteit van rock en punk te geven. Ik heb gezocht naar een verbinding tussen de lawaaierige muziek die ik met mijn andere bands maak en klassiek. Sowieso luister ik meer naar andere genres dan naar muziek in de klassieke traditie, dus die stijlen sluipen ook wel in Joeri. Zo krijg je automatisch die kruisbestuiving.”

enola: Het opvallendste nummer op de plaat is “Joeri Chipsvingers en het Lays Lament”, dat redelijk donker en ingetogen is.

De Naegel: “Ik had ook een rustig nummer nodig op de plaat. Ik heb de neiging om alles vol te proppen, maar een hele plaat lang zou dat niet werken. Het was wel even zoeken op dat nummer. Het was niet evident om voor zo’n lange tijd de spanningsboog aan te houden. Het is het rustigste nummer en meest bevattelijke.”

enola: Hoe kom je bij songtitels als “Labiel Trutje en “Spitante Reefteef”?

De Naegel: “Een eerste voorwaarde is dat het goed bekt. Eigenlijk zijn de titels zelfportretten van Joeri, ze staan los van Michiel. Het zijn drukke titels die de indruk wekken dat er een verhaal achter het nummer zit. Bij “Het Paprika Pact” is nu ook een videoclip gemaakt, maar ik heb daar even over getwijfeld omdat ik liever de titel en de muziek in het hoofd van de luisteraar vorm laat geven. Voor “Reefteef” heb ik nu wel inspiratie gehaald bij hitsige ravemuziek en keyboards, moet ik toegeven. Die raveherinneringen zijn wel vooral van Michiel, het is niet zo dat Joeri gaan raven is. Dus eigenlijk vloeien de twee toch in elkaar over.” (lacht)

enola: Joeri moet het tot slot ook hebben van ietwat kolderieke videoclips. Heb je nog geen tekenfilm in gedachten?

De Naegel: “Het zou cool zijn om een plaat uit te brengen met een stripverhaal erbij. Of ik zou ook iets willen doen met de luistersprookjes van vroeger. Of een plaat in de vorm van een gezelschapsspel voor de hele familie, daar speel ik ook al even mee. Na mijn optreden in De Roes in Gent kwam er ook iemand met het voorstel om een Joeri Chipsvingers Ballet te maken, dus wie weet gaan we wel de groteske toer op en loopt het allemaal volledig uit de hand.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + 13 =